vrijdag 2 december 2011

Letters to Burma of Myanmar?

Natuurlijk hadden de dames Clinton en Suu Kyi afgesproken om kleding en kapsels op elkaar af te stemmen zodat ze als dikke vriendinnen voor de camera's verschenen voordat ze aan tafel gingen. Ook over de aanduiding van het land was nagedacht. Werd het Burma of toch maar Myanmar zoals de autoriteiten het graag horen? Clinton meed die netelige kwestie zo veel mogelijk door over 'dit land' te spreken. Haar baas koos voor Burma zoals uit onderstaande brieven blijkt.

To
Daw Aung San Suu Kyi:

It was a pleasure and an honor to speak with you recently. As I said during our conversation, I have long admired your brave and unwavering struggle for democracy, and I consider our conversation a highlight of my recent visit to Asia.

I am pleased that the Burmese government has taken several encouraging steps in the direction of democracy and reform. Secretary of State Clinton's visit will explore how the United States can support efforts to foster political opening and respect for universal human rights, as well as demonstrate the seriousness of our commitment to helping the people of Burma achieve their democratic aspirations.

I thank you for your welcome of the Secretary's visit, and look forward to speaking to you again. Thank you for the inspiration you provide all of us around the world who share the values of democracy, human rights, and justice. We stand by you now and always.

Sincerely,
Barack Obama
---------------------------–

To
His Excellency
Thein Sein,
President of the Union of Burma, Naypyidaw

Dear President Thein Sein:

I am please we had an opportunity to see each other in Bali, at the U.S.-ASEAN Leaders Meeting two weeks ago. I am encouraged that under your leadership your country has undertaken several encouraging steps on the path toward reform.

I have asked Secretary of State Clinton to visit your country to discuss your vision for reform, explore how the United States can support and advance your efforts to transition to democracy and promote protection of human rights, and talk directly to your government and citizens about prospects for enhancing relations between our two countries. To that end, she will engage your government about our continuing concerns in the spirit of mutual interest and mutual respect. There is much work to be done, and as Secretary of State Clinton and I have said previously, the United States stands ready to serve as a genuine partner in your effort to achieve lasting change.

I appreciate your government's help in planning and preparing for this milestone visit. I look forward to hearing the tangible outcomes of Secretary Clinton's discussions, which we all hope will put us on a path to a new phase in our bilateral relationship.

Sincerely,

Barack Obama

donderdag 1 december 2011

Een nieuw groot spel

De moderne Amerikaanse ambassade aan het Inya meer in Rangoon oogt symbolisch. Het complex is ambitieus van opzet, maar het zit zonder ambassadeur. Uit protest tegen het militaire regime nam sinds 1990 een zaakgelastigde de diplomatieke honneurs waar. Maar de verhuizing naar een opvallend groot nieuw onderkomen een paar jaar geleden, gaf al aan dat de Amerikanen ondanks de bekoelde betrekkingen het land wel degelijk in het vizier hielden.
Vandaag is het zo ver: in haar lichtblauwe broekpak poseert Hillary Clinton handenschuddend met de Birmese president Thein Sein voor de camera's. Voor het eerst in ruim vijftig jaar zet een Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken voet op Birmese bodem. Het bezoek vormt een vervolg op de ‘flickers of progress’ die Obama onlangs constateerde. De nieuwe Birmese regering van voornamelijk militairen in burgerkleding die eind maart aantrad, voerde sneller dan verwacht een aantal politieke en economische hervormingen door, overlegde rechtstreeks met oppositieleidster Aung San Suu Kyi en liet ongeveer tweehonderd politieke gevangenen vrij. Met haar bezoek moedigt Clinton deze ontwikkelingen aan, maar ze zal tegelijkertijd ook duidelijk maken dat verdere stappen nodig zijn, zoals vrije en eerlijke tussentijdse verkiezingen, vrijlating van alle naar schatting 1700 politieke gevangenen en een oplossing voor de conflicten met de etnische minderheden.
Er gaat uiteraard ook een minder altruistische agenda schuil achter Clintons historische ontmoetingen met president Thein Sein en Aung San Suu Kyi. Onder de regering van president Bush gingen de Amerikaanse aandacht, geld en middelen vooral naar Afghanistan en het Midden-Oosten. Het is duidelijk dat Obama de Amerikaanse invloed in het enigszins verwaarloosde Zuidoost-Azie wil uitbreiden. Op de recente top op Bali kondigde de Amerikaanse president de aanleg van een nieuwe marinebasis in Australie aan, en besprak nauwere militaire samenwerking met de Filippijnen en het plan voor het opzetten van een regionale vrije handelszone. Daarmee hopen de Verenigde Staten de flink toegenomen dominantie van China in de regio te dammen. Bij dit buitenlandbeleid neemt Birma een belangrijke positie in. De Westerse aanpak van politieke en economische sancties gaf China de afgelopen twintig jaar vrij spel in het zuidelijke buurland. Zo verschafte China zich niet alleen toegang tot de Birmese afzetmarkt en de talloze natuurlijke hulpbronnen, maar ook tot de zuidelijke wateren die een belangrijke strategische doorgangsroute zijn.
De nieuwe regering van Birma is uit op internationale erkenning en economische steun. In ruil voor de prille hervormingen achtte ASEAN, de Associatie van Zuidoostaziatische Naties, de tijd rijp om het zwarte schaap in hun midden al te belonen met het voorzitterschap van de associatie voor 2014. Van de Verenigde Staten hoopt de regering op opheffing van de economische sancties en het groene licht voor het hervatten van steun uit internationale instituten zoals het IMF en de Wereldbank. Maar er speelt meer. Het is een publiek geheim dat ook een aantal van Birma’s nationalistische leiders al jarenlang in hun maag zitten met de Chinese dominantie. Het recente stopzetten van een megadam voor elektriciteit voor China vormde daarvan een duidelijk bewijs. Zo vallen ironisch genoeg de belangen van de Birmese ex-militairen en die van hun Amerikaanse criticasters samen. Clinton moet tijdens haar bezoek de Amerikaanse geopolitieke agenda voortzetten en tegelijkertijd voorkomen dat ze de Burmese ex-generaals te vroeg een stempel van volledige goedkeuring geeft. Niet alleen China maar ook China’s regiorivalen Japan en India slaan de ontwikkelingen met argusogen gaande. Zo is pariastaat Birma veel sneller dan verwacht het speelterrein van een geopolitieke machtsstrijd geworden.

dinsdag 11 oktober 2011

Wachten in Birma

De beroemde komiek Zarganar was een van de eersten die vanmorgen zijn cel in de afgelegen gevangenis in Myitkyina, Noord-Birma kon verlaten. Het wachten is op zijn nieuwste politieke grappen. Het wachten is ook op de vrijlating van al die andere internationaal minder bekende, maar voor Birma zeer belangrijke dissidenten.
Vandaar dus dat zojuist een Birmese vriend in Rangoon reageert met: 'Exciting and...confusing.'
Zarganar kennende zal hij alles doen wat in zijn vermogen ligt om de andere gevangenen vrij te krijgen. Hij zal dat doen met humor en de bereidheid met iedereen te praten, ook met degenen die hem achter de tralies stopten. Alleen daarom al is het goed nieuws dat hij weer van zich kan laten horen.
En laten we for the record temidden van de vreugde toch ook nog even een misvattinkje wegwerken: concessies als bovenstaande zijn niet zonder meer het gevolg van Westerse druk en sancties. Die konden de autoriteiten namelijk niet zo heel veel schelen zolang landen uit de regio de kas flink spekten. Maar de Chinese overheersing liep nogal uit de hand. De zorg daarover speelt een grote rol bij de toegemoetkoming aan Westerse eisen tot hervorming.

De cruciale vraag

Burma's Best and Brightest - behind bars:
Min Ko Naing, Ko Ko Gyi, Htay Kywe, Jimmy, Nilar Thein, Aint Bwe, Pyone Cho, Khun Htun Oo, Sao So Hten, Su Su Nway, Hla Hla Win, Zaw Htet Ko Ko, Ashin Gambira, Zarganar en vele vele anderen. Hun misdaad? Ze waagden het te zeggen wat er niet deugde in hun land. Het vonnis daarvoor luidde 20 jaar, of 35 of 52 of 65 of 109 of nog langer.


Al dagenlang gonst het in Birma van de geruchten dat politieke gevangenen zullen worden vrijgelaten. Ook de staatstelevisie kondigde aan dat de poorten open gaan - al werd de term 'politieke' zoals gewoonlijk vermeden.
Maar wie zullen het worden? Dat is de cruciale vraag.
Voorheen waren dissidenten onder de vrijgelaten gedetineerden slechts een minderheid en de meest prominente moesten blijven zitten waar ze zaten. Steevast vormden plukjes politieke gevangenen het wisselgeld op strategisch belangrijke momenten - als de pr zijn werk gedaan had werden ze vaak weer opgepakt.
Toch zijn er genoeg aanwijzingen dat het deze keer hoopvoller zou kunnen lopen. En tot hoeveel concessies Suu Kyi ook bereid mag zijn nu ze met de regeringsleiders aan de overlegtafel zit, over de politieke gevangenen zal ze nooit compromissen sluiten. Zoveel is zeker. Stay tuned.

vrijdag 7 oktober 2011

Say No More

De stand van zaken in Afghanistan volgens de zeer gerespecteerde denktank AAN http://aan-afghanistan.com/index.asp?id=2122

Vijf miljard vliegen en de media

Five billion flies can't be wrong eat more shit*, lijken steeds meer media te denken. (Rest nog een paar miljard vliegen met een andere culinaire voorkeur, maar over dat stokpaardje later weer eens.)
Veel shit dus. Hoe deden wij journalisten het in de ruim tien jaar sinds de War on Terror begon?
Aan de vooravond van de oorlog in Irak ontmoette ik een Amerikaanse collega die met een opblaasbaar bootje vanuit Syrië naar Koerdistan was geroeid. In het holst van de nacht over een grensrivier die raasde als een opstijgend vliegtuig en met op beide oevers veiligheidstroepen die een behoorlijk nare reputatie hadden. Die gedrevenheid om hoe dan ook ter plekke te willen zijn houdt een journalistiek principe hoog in de traditie van wijlen Ryszard Kapuscinski. In zijn boek Another Day of Life vertelt de Poolse veteraan hoe hij in de zomer van 1975 een telefoontje van zijn redacteur kreeg met de vraag of hij het laatste vliegtuig naar Angola waar een burgeroorlog dreigde, wilde nemen. In een dergelijke situatie zeg ik altijd ja, zo redeneerde Kapuscinksi. Ook hij voelde die onweerstaanbare drang om getuige te zijn van de geschiedenis. Bovenstaande anekdotes zouden het in Nederland leuk doen aan de borreltafel, maar ik durf te wedden ze in professionele kringen met veel minder enthousiasme worden begroet of zelfs onomwonden afgedaan als te roekeloos.
Wie verslag wil doen vanuit conflictgebieden moet zich in Nederland vaak verweren tegen bezwaren van redacties en collega’s. Een aantal van de tegenwerpingen zoals die over de risico’s zijn legitiem. Dat geen verhaal een mensenleven waard is, is behalve een cliché ook nog altijd een relativerende en nuchtere opmerking temidden van het opgefokte circus waarin oorlogsverslaggeving maar al te vaak ontaardt. Het is te prijzen dat redacties zich zorgen maken over de veiligheid van hun correspondent. Dan is er het bezwaar van de hoge kosten. Dat media hun budgetten in de gaten moeten houden en moeite hebben met de exorbitante verzekeringspremies die het werken in veel conflictgebieden tegenwoordig met zich meebrengt, is ook alleszins begrijpelijk. Maar het lijkt wel alsof die discussie over de bezwaren een eigen leven is gaan leiden en belangrijker geworden is dan het verhaal zelf. Alsof de beslissing al dan niet medewerkers te sturen eerst bepaald wordt door de risico’s en de kosten en vervolgens pas door de importantie van het verhaal – een bureaucratisch aandoende volgorde die volkomen strijdig is met de aard van het journalistieke vak.
Juist kleinere media zoals de Nederlandse kunnen een duidelijke toegevoegde waarde hebben. Ze kunnen de jacht op het grote nieuws, die deprimerend veel weg heeft van het gedrag van apen op een overvolle rots, voor een groot deel aan de persbureaus overlaten en kiezen voor een eigen verhaal. En dan bedoel ik een verhaal dat verder gaat dan het postzegeltje van Onze Jongens op hun missie. Ze kunnen duidelijk maken dat de werkelijkheid van de langsflitsende beelden op het televisiescherm en die van de feitelijke persberichten een veel te simplistische werkelijkheid is. De lijst van vergeten onderwerpen is eindeloos: Het cruciale gegeven dat India en Pakistan hun eigen oorlog uitvechten in Afghanistan, de privatisering van de oorlogsmachine die tot vreselijke excessen leidt, de tegenstanders van de regering Karzai die veel diverser zijn dan het etiket Taliban doet voorkomen, de effecten van de War on Terror tot ver buiten de landen waar die gevoerd wordt. En last but not least: hoe hoog de prijs is die de bevolking van Irak en Afghanistan betaalt voor deze oorlog. Dat laten de media maar zelden zien. Clichés en stereotypen zoals die van weeklagende vrouwen en schietende mannen komen heel wat vaker voor dan impressies van normale burgers. En er is nog altijd veel te weinig informatie over hun gedachtewereld en hun leven van alledag. Het lijkt wel of het principe van hoor en wederhoor een geruisloze dood gestorven is. Wie echt wil weten hoe het de inwoners vergaat in hun overhoop gehaalde land en wat hun belevingswereld is, moet zich verlaten op weblogs van jongeren en lokale journalisten. Het zijn deze kleine, persoonlijke kronieken die beklijven, veel meer dan de nieuwsflitsen of de pief paf poef verhalen die na verloop van tijd allemaal op elkaar lijken en een afstompende werking hebben.

*Uit: Adriaan van Dis Leeftocht

dinsdag 4 oktober 2011

Lady of No Fear

Gisteren bekeek ik op het boeddhistisch filmfestival in Amsterdam opnieuw de documentaire over Aung San Suu Kyi Lady of No Fear.
Ik wilde de film nogmaals zien omdat tijdens de vorige vertoning de maakster me bij mijn oordeel danig in de weg zat. Zij meende dat de oppositieleidster een harde ambitieuze vrouw was die het belang van haar land boven het welzijn van haar getraumatiseerde zoons had laten gaan. Ieder z'n opinie natuurlijk, en een beetje documentaire hoort mythes door te prikken, maar mij leek deze conclusie als je Suu Kyi en haar land niet persoonlijk kent, wel onthutsend kort door de bocht.
Deze keer probeerde ik zo onbevangen mogelijk te kijken. Hoe ontroerend en inzichtelijk sommige fragmenten ook zijn, toch blijft Lady of No Fear een film die Suu Kyi en haar complexe levensloop veel te weinig recht doet. Er worden personen geinterviewed die haar slechts van vroeger kennen en die hun verhaal al vaak vertelden. De meesten van hen zijn niet Birmees.
Het lijkt wel alsof Lady of No Fear met een zekere gemakzucht is geproduceerd. Zo vind ik het onbegrijpelijk dat een film die ambieert Suu Kyi te portretteren geen van haar jonge medewerkers die hun land ontvlucht zijn en die de oppositieleidster in haar nieuwe bestaan in Rangoon langdurig van nabij meemaakten, aan het woord laat. Zij hadden bovendien als geen ander weten uit te leggen hoe in de gruwelijke werkelijkheid van het leven onder een dictatuur het lot van een land en het lot van mededissidenten boven dat van dierbaren thuis kan gaan - hoe wreed dat ook is. Meer dan wilskracht, ambitie, historisch plichtsbesef of boeddhistische principes is het dat web van solidariteit en gedeelde noodlottigheid dat Suu Kyi zo onlosmakelijk met al die anderen verbindt - een band die wij in ons veilige bestaan maar moeilijk kunnen begrijpen.
P.S. Burma Soldier was ook op het festival te zien. Het aangrijpende verhaal van een soldaat die activist werd. De film biedt een zeldzaam kijkje in de keuken van de Tatmadaw (het Birmese leger)en werd met veel geduld, kennis en inlevingsvermogen door fotograaf Nic Dunlop gemaakt. Een aanrader.

maandag 3 oktober 2011

Nog meer Irrawaddy nieuws

Dit ontving ik zojuist van een kritische maar ook voorzichtig hoopvolle hoofdredacteur Aung Zaw. Voor het eerst in twintig jaar de stem van een prominent journalist uit de diaspora officieel in een publicatie in Birma.

Critical Interview by The Irrawaddy’s Editor Published in Local Journal
In a rare move, the Burmese press censorship board allowed a Rangoon-based journal to publish an interview with the editor and founder of The Irrawaddy. In his interview with Eleven Weekly journal, The Irrawaddy editor Aung Zaw shared his critical views on Burma's latest political developments and touched on the need for greater press freedom inside Burma. He also talked about the bilateral relationship between China and Burma after Burmese President Thein Sein surprisingly suspended the Chinese-backed Myitsone Dam project in Burma's Kachin State. Aung Zaw, a veteran exiled journalist, has extensively written about various aspects of Burma's military rule over the past two decades. The interview, the first of its kind with an exiled news editor by a local journal, was published in journal's weekly print edition and on its internet website.

zondag 2 oktober 2011

Afghanistan - een miniboek

Verschijningsdatum 7 oktober, tien jaar na het begin van Operation Enduring Freedom
Uit het voorwoord:
'....Maar voor het eerst van mijn leven zou ik ook een weblog bijhouden. Ik had flink tegengestribbeld toen vrienden daarop aandrongen. Ik was geen fan van blogs door journalisten. Die digitale producten vond ik vaak net als de berichten op facebook en twitter nergens over gaan, behalve over de afzender zelf. De gewoonte om via internet voortdurend in beeld te zijn, deed me denken aan het geduw en getrek van apen op een overvolle rots. Ik wilde als journalist gewoon ouderwets verhalen vertellen. Bovendien had ik daaraan mijn handen meer dan vol en zo’n blog schrijven zou alleen maar ballast zijn.
Ik had het grondig mis....'

vrijdag 30 september 2011

Een interessante move in Birma

Het zonnetje scheen zomaar weer en ook de Birmese president Thein Sein had vanochtend een verrassing in petto. Per brief liet het nieuwbakken staatshoofd het parlement weten dat de aanleg van een mega dam in het noorden van Birma is stilgezet. Het miljardenproject dat stroom zal leveren voor China dat de bouw grotendeels financiert, is volgens hem in strijd met de wil van de bevolking en het parlement. Het is een ongewoon besluit in het nog altijd streng gecontroleerde Birma.
De afgelopen weken groeide het verzet tegen de waterkrachtcentrale van een lokaal protest tot een prominente campagne waaraan ook oppositieleidster Aung San Suu Kyi en andere bekende activisten en academici deelnamen. Het project in de Irrawaddy rivier bedreigt duizenden boeren van de Kachin minderheid in hun bestaan. Bovendien vindt de constructie plaats op voor de Kachin gewijde grond en geeft hernieuwde spanningen met Kachin rebellen die een deel van de staat controleren. Ook voor de rest van agrarisch Birma is de machtige Irrawaddy niet alleen een levensader, maar tevens een nationaal symbool.
Sommige Birma experts zien de beslissing van de president als een indicatie dat het hem ernst is met het proces van democratisering. Anderen menen dat het besluit vooral ten doel heeft de regering van voornamelijk ex-militairen die eind maart aantrad, legitimiteit en een democratisch aanzien te verschaffen. Binnenkort vergadert ASEAN over het door Birma fel begeerde voorzitterschap voor 2014. Onrust zou de nieuwe regering in deze fase erg slecht uitkomen.
Volgens mij speelt er nog meer: Het project in de afgelegen Kachin staat vormt voor veel Birmezen het symbool van de enorme Chinese invloed op de lokale economie. Die dominantie is niet alleen Birmese burgers die moeten ploeteren om rond te komen een doorn in het oog - ook de president en enkele andere leiders geven achter gesloten deuren te kennen dat de koloniale verhouding hen dwarszit. Door het project stil te leggen geeft Thein Sein een signaal af dat hij niet alleen rekening houdt met de wensen van de bevolking, maar ook bereid is paal en perk te stellen aan de Chinese invloed. Dat is tevens een belangrijke boodschap aan het Westen. Die is echter niet zonder risico’s. Er zijn regelmatig geruchten over een machtsstrijd tussen het nieuwbakken staatshoofd en de hardline vice-president Tin Aung Myint Oo die naar verluidt nauwe banden met China heeft. In het verleden schoven voorstanders van de harde lijn een pragmatische premier opzij die beperkte politieke concessies wilde doen en in ruil daarvoor Westerse steun verwachtte. Toen Westerse landen hun deuren gesloten hielden en hun beleid van sancties voortzetten, was het afgelopen met een van de invloedrijkste mannen van Birma. Thein Sein zal dus omzichtig moeten manoeuvreren zolang de hete adem van belangrijke rivalen in zijn nek blaast.
Gisteren bezocht de Birmese minister van Buitenlandse Zaken vertegenwoordigers van het State Department in Washington. Dus wat zou er precies afgesproken zijn dat de president deze zet over de omstreden dam aandurft?

maandag 12 september 2011

Toestemming om te vuren?

Zo belandden we op de Prinsengracht toch weer in 9/11 en de oorlog al was het nu juist de bedoeling er een vredig avondje van te maken. Een vriendin was nog maar nauwelijks aan mijn eettafel neergestreken, of ze brandde vol lof los over de documentaire ‘Toestemming om te vuren’ van het VPRO-programma Tegenlicht. De film laat zien wat oorlog voeren betekent en hoe dramatisch de gevolgen zijn voor iedereen die met zo’n conflict te maken krijgt. ‘Toestemming om te vuren’ doet de kijker stilstaan bij het lot van degenen in wier landen na 9/11 de bommen vielen, een onderwerp dat in de overdosis aan herdenkingsnieuws nogal zeldzaam bleek.
Ze had nog iets gezien dat haar schokte, maar deze keer was dat minder complimenteus bedoeld. Ze refereerde aan een reportage uit Tripoli waarin te zien is hoe twee Nederlandse journalisten, beschermd door helm en scherfvest, hun gewapende begeleider in zijn burgerkloffie vooruit laten gaan om te verkennen of het voor de verslaggevers niet te gevaarlijk is. Hoe gaan journalisten bij het maken van dit soort spannende verhalen eigenlijk met hun lokale medewerkers om? wilde ze weten.
Ik bekeek het item een dag later en hoewel ik aanneem dat de journalisten zich verantwoordelijk voelden voor hun begeleider, kon ik me goed voorstellen dat haar vraag ook andere oplettende kijkers thuis zwaar op de maag lag.

vrijdag 9 september 2011

War on Terror en de derde sexe

Met oorlogsgeweld als dagelijks dieet en de kalenderjournalistiek rond de aanvang van de 'War on Terror' in volle gang, kun je er op wachten dat vroeg of laat het onderwerp ‘vrouwelijke verslaggevers in vrouwonvriendelijke gebieden’ opduikt.
Ook bij mij rinkelt dan de telefoon met de vraag of het niet erg nadelig is om in dit vak geen man te zijn. Bij deze de volgende anekdote, zodat ik naar mijn blog kan doorverwijzen als de kwestie zich weer aandient.
Op een ochtend in Kabul hield een Afghaanse kennis een betoog over de teerheid van een vrouwenhart. Zijn dochtertje had bij het ontbijt tranen met tuiten gehuild en dat had hem niet alleen diep geraakt, maar ook aangezet tot een lange bespiegeling over het verschil in de belevingswereld van de beide sexen. Toen ik na een tijdje voor de grap vroeg hoe het volgens hem met mijn emotionele weerbaarheid was gesteld, keek hij naar me alsof ik plotseling in de gedaante van een buitenaards wezen uit een spaceshuttle kwam gestapt: “A woman? You?” was in eerste instantie alles wat hij verbijsterd uit kon brengen.
Maandenlang hadden we opgetrokken en van alles besproken, maar dat ik net als zijn dochtertje tot het zwakke geslacht behoorde, was niet echt tot hem doorgedrongen.
Als Westerse vrouw wordt je in traditionale islamitische samenlevingen vaak gezien als een derde sexe. In die tamelijk neutrale hoedanigheid heb je toegang tot de mannen- en de vrouwenwereld. Weinig vleiend misschien, maar wel erg handig. Dus ja, het is in dit beroep een voordeel vrouw te zijn.

maandag 15 augustus 2011

Test in Birma

Aung San Suu Kyi is weer veilig thuis is van haar eerste reis buiten Rangoon. Dat is goed nieuws natuurlijk, maar voor meer optimisme is het nog te vroeg. Voor zowel de oppositieleidster als de autoriteiten was het een test, laten we het daar vooralsnog maar op houden.
Verder komt het de nieuwe regering heel goed uit dat de buitenlandse pers zich op de zoveelste aflevering van het The Beauty and the Beast verhaal concentreert. Zo blijven de gevechten die in gebieden van de etnische minderheden weer zijn opgelaaid, buiten beeld. Terwijl een van de ministers een tweede mediagenieke ontmoeting met Suu Kyi had, gaf zijn collega in een persconferentie de Kachin rebellen er flink van langs. Alleen daarom al zou scepsis over de bedoelingen van de militairen in burgerjasjes geboden moeten zijn.

zondag 14 augustus 2011

Altijd wat

Terwijl ik met vrienden de nacht intafelde, stak Aung San Suu Kyi een tros verse jasmijn in haar haar en stapte in de auto voor een eerste politieke trip buiten Rangoon, vielen opstandelingen in Parwan de zoveelste compound van het Afghaanse gezag aan en haalde ons kleine land The New York Times met: Dutch Confront Their Questions of Identity.
Zo is er altijd wat.
En alsof dat nog niet genoeg is, ontvangt de NOS mailtjes van gefrustreerde militairen dat de missie Kunduz een logistieke puinhoop is. Maar het ministerie van Defensie meldt dat alles volgens plan verloopt. Het moet een merkwaardig plan zijn.

vrijdag 22 juli 2011

De Taliban en hackgate

Terwijl alle ogen de afgelopen dagen gericht waren op Murdoch en het hackgate schandaal, kampte ook de Taliban met inbreuk op privacy. Vanaf het mobieltje van de woordvoerder Zabiullah Mujahid kwamen sms-berichten dat Mullah Omar de aarde verruild had voor het paradijs. Volgens Zabiullah stond zijn eenogige leider echter nog stevig aan het roer van de operaties in Afghanistan. De woordvoerder klaagde dat zijn mobiele telefoon gehacked was door Amerikaanse inlichtingendiensten.

donderdag 21 juli 2011

It's China, stupid

Soms is het een nadeel om al heel lang over een land te schrijven. In het gunstigste geval ga je er verveeld van zuchten, in het ongunstigste geval krijg je wurgneigingen. Zo vergaat het mij bij de discussie over Westerse sancties jegens Birma, een onderwerp dat met regelmaat en veel dogmatisme de kop opsteekt.
Er waren tijden dat die strafmaatregelen wellicht effect hadden kunnen hebben, maar het ontbrak Westerse landen aan een konsekwent en eenduidig beleid. Inmiddels hebben de Birmese autoriteiten genoeg andere wegen gevonden om de schatkist en hun eigen beurs te vullen. Maar alsof dat niet ter zake doet volharden de meeste Birmagroepen en activisten in hun pleidooi voor verdere sancties. Misschien zouden ze eens uit hun loopgraven moeten kruipen om een vliegtuig naar Birma te nemen. Dan zouden ze met eigen ogen kunnen zien hoe China er dankzij de Westerse afwezigheid vrij spel heeft en hoe verwoestend die invloed is.

maandag 18 juli 2011

En toen waren er nog...

Jan Mohammad Khan zat er zelfverzekerd bij toen ik hem in 2007 opzocht in zijn ommuurde huis in Tarin Kowt. De ex-gouverneur over wie het gerucht ging dat hij niet kon lezen of schrijven, lachte smalend om de Nederlanders met al hun high tech even verderop in Kamp Holland. Ze hadden hem opzij gezet, maar als peetvader, adviseur en stamgenoot van president Karzai maakte hij nog altijd de dienst uit. Als sterke man in het gebied kon hij bovendien bij de Amerikaanse troepen heel wat potjes breken.
Na verloop van tijd kreeg JMK de nodige rivalen in de slangenkuil van Uruzgan, maar mede dankzij zijn oude band met president Karzai bleef hij het levende voorbeeld dat ook het zogenaamde nieuwe Afghanistan via persoonlijke connecties met warlords annex maffiosi in plaats van via instituten werd bestuurd.
Net als bij de aanslag op Karzais broer een week geleden is het nog onduidelijk wie de moord op JMK op zijn geweten heeft, al claimt de Taliban ook deze daad. Maar wel staat vast dat de president weer een steunpilaar minder heeft in het even cruciale als weerbarstige zuiden.
Thomas Ruttig van de denktank Afghanistan Analysts Network: "The biggest thing is the psychological impact on Karzai losing two people very close to him and to the family. In a system here that is very patronage-based, that he is not able to protect his closest allies will have consequences. People will hedge their bets, in case the Taliban come back one day. They will make deals so they can survive that. With the first western soldiers leaving there is an atmosphere of concern and fear. People sending their sons out of the country to study or giving money so smugglers can take them abroad … they don't trust that the institutions are sustainable enough to survive."

woensdag 13 juli 2011

Een moord in maffialand

Zijn zwaarbewaakte compound in Kandahar gaf wel aan dat Ahmed Wali Karzai vele vijanden had, al was het zijn strategie hen zo veel mogelijk te vriend te houden. Na een paar uur in de hofhouding van AWK waar stammenleiders,commandanten en Amerikaanse militairen kwamen en gingen, had ik een aardig kijkje in de keuken van de Afghaanse godfather gekregen. Kandahar mocht dan als de bakermat van de Taliban bekend staan, ik vond het er toch vooral maffialand. AWK's dood leek me slechts een kwestie van tijd.
Via Al Jazeera keek ik vanmorgen naar de bekende gezichten van tribale leiders die AWK naar zijn graf begeleidden. Ik herinnerde me hoe ze onder kopjes thee als afgunstige kinderen hadden geprobeerd elkaar bij mij zwart te maken. Temidden van het rouwbeklag waren de intrigues in deze nieuwe situatie bijna tastbaar.
Tussen alle berichten en speculaties in de media zaten ook een paar inzichtelijke commentaren van Amerikaanse hoogwaardigheidsbekleders.
"We viewed him more as an enemy of our enemy than as a friend." en: "Many of the local powerbrokers who are excluded from AWK's network see the Taliban insurgents as the only viable means of political opposition."
Hoe groot is de kans dat het er na de dood van de machtigste man in Kandahar anders aan toe zal gaan?

dinsdag 28 juni 2011

Gezichtsboek

Toen vanaf de markt op het Amstelveld de aanbeveling “Echte Nederlandse producten waarop u trots kunt zijn” mij tegemoet klonk, dacht ik even dat Rita Verdonk een nieuwe baan gevonden had. Bij nader inzien vond ik het de hoogste tijd mij ook te laten inspireren door de frisse wind van nationalisme die deze dagen door het land waait. Een wetsvoorstel voor meer Nederlandstalige muziek op Radio 2? Komaan, dan zou ik mijn vocabulaire - pardon, woordenschat maar eens kuisen van kwalijke buitenlandse invloeden. Nu wilde het toeval dat ik werkte aan een artikel over dissidenten en social media in Birma. Daar ging het dus al fout. Facebook vervangen door Gezichtsboek? De redactie zag me aankomen. En wat te doen met twitter, email en laptop? Google en andere vertaalmachines kwamen er ook niet uit.

maandag 30 mei 2011

Vertrek

De Britse reisschijver Colin Thubron, wiens proza soms leest als een gedicht, zegt het volgens mijn geheugen ongeveer zo: "There are places from which one never truly leaves." Die zin zat in mijn hoofd toen ik op mijn laatste avond na een ontmoeting met dissidenten door de verlaten straten terug naar mijn hotel reed.

maandag 23 mei 2011

Dubbelrol

Zo ben je een vijand van de staat en zo ben je reclamemateriaal.
Dat ging als volgt: Het wilde nog niet zo lukken met het prestige van de nieuwe hoofdstad. Ook het nachtleven kwam niet echt van de grond op deze middle of nowhere plek. Cafe Flight moet daar verandering in brengen. In een geparkeerd vliegtuig waar de airco overuren maakt kunnen bezoekers verfrissende consumpties kiezen uit een lijstje dat Ice Stimulator heet, en al nippend door de kleine ovale raampjes naar het verlaten donker staren. Dat deden mijn collega en ik blijkbaar met zo veel enthousiasme dat ons gevraagd werd in een promotiefilmpje voor de staatstv te figureren. In de wetenschap dat veel vrienden plezier zouden beleven aan die beelden, stemden we toe.

Het vliegtuig van de landelijke luchtvaartmaatschappij was vanuit de westelijke provincie in drie stukken aangevoerd nadat het vanwege een ramp onbruikbaar was geworden. Er was destijds niemand omgekomen, vertelde de leider van het promotieteam opgetogen.

dinsdag 17 mei 2011

In dit land

In dit land zien spooks er uit als spooks. Dat scheelt voor als je gevolgd wordt.

In dit land spotten inwoners dat de enige betrouwbare berichten in de staatskrant de overlijdensadvertenties zijn.

In dit land noemt de regering het reduceren van straffen voor politieke gevangenen van 65 naar 64 jaar een amnestie.

In dit land geurt de frangipani alsof daarmee iets van de wreedheid te verzachten valt.

In dit land overleven mensen - niet dankzij, maar ondanks hun regering.

dinsdag 3 mei 2011

OBL

Op een peuterluchthaven aan de Thais Birmese grens wachtte ik tot het roze propellervliegtuig met zijn kanariegele snaveltje (zo'n speelgoed ontwerp bedenkt volgens mij alleen Thailand. Net als de naam Nok Air, wat Vogel betekent) arriveerde. Die mini-omgeving was niet de enige reden voor mijn bevreemding over de We Got Him en Mission Accomplished euforie in de echte wereld. Om te beginnen leek het mij aan de rechter om te bepalen of recht was geschied, niet aan de president van Amerika. En onze aardbol een veiliger plaats? Ik geloofde er niets van.
Zoals de Amerikaanse auteur en journalist Chris Hedges zegt: "Terrorism is a tactic. You can't make war on terror." En hij constateert nog meer wat de moeite waard is: "We responded exactly as these terrorist organizations wanted us to respond. They wanted us to speak the language of violence. ...So while I certainly fear al-Qaida, I know it’s intentions. I know how it works....While I don’t in any way minimize their danger, I despair. I despair that we as a country, as Nietzsche understood, have become a monster that we are attempting to fight."

zaterdag 30 april 2011

Talkin' 'bout a Revolution

In afgezakte spijkerbroek en haar tot ver over zijn schouders bracht de zanger met gitaar en mondharmonica een verdienstelijke versie van Tracy Chapmans Talkin’ ’bout a Revolution ten gehore. De ventilatoren aan het plafond zorgden voor een verkoelend briesje en de la pet tho (een Birmese salade van theebladeren) was precies zo smakelijk als ie zijn moet. Het kleine restaurant in Mae Sod met foto’s van Aung San Suu Kyi, Che Guevara en teksten over vrede aan de wand ademde een aangename terug-in-de-tijd-de-wereld-is-maakbaar-sfeer.
Maar zo simpel was het niet. Achter de zanger ging een verhaal schuil en ook Myat Htoo de eigenaar van het restaurant die ik nog kende van ruim vijftien jaar geleden, zou heel wat pagina’s kunnen vullen met zijn ongebruikelijke levensloop. Ze vluchtten na de opstanden van 1988 naar de jungle en belandden daar als soldaten van het studentenleger in de frontlinie. Op zijn laptop liet Myat Htoo me foto’s zien van zijn bataljon. De zanger die inmiddels was overgeschakeld naar No Woman No Cry was destijds zijn commandant. De cursor schoof van het ene jonge gezicht naar het andere. Een enkeling was vertrokken naar Amerika, Engeland of Australie, anderen waren gedood, vermist, bezweken aan malaria. Myat Htoo duwde zijn bril steviger tegen zijn smalle neus en zei toen nadenkend: “I am lucky.”
Hoe het precies zit met de levensloop van Myat Htoo en zijn plannen voor de toekomst is stof voor een latere reportage. Maar het noteren van zijn indringende verhalen was niet de enige reden dat ik uren in het restaurant doorbracht. Er was geen tv en zo bleef de mediaterreur van de Royal Wedding mij bespaard.

vrijdag 29 april 2011

De Birmese crisiskaravaan

Op de terugtocht over de Salween rivier ontdekte ik dat mijn reisgezel die ik aldoor braaf met ‘father’ aangesproken had, helemaal geen priester was. Boven het geronk van de motor uit toeterde hij in mijn oor dat hij tijdens zijn tweede jaar op het seminarie ontdekt had dat het celibaat niets voor hem was. Ik had het kunnen weten. Met zijn ondeugende gezicht en verschoten blauwe bermuda had hij nog steeds meer van een kwajongen dan van een geestelijke in de maak. Het bleek dat hij net zo’n hekel aan missionarissen had als ik en ook verder hield hij er onomwonden meningen op na. Anders dan veel andere Karen was hij verfrissend eerlijk over de situatie in de vluchtelingenkampen. De corruptie vierde er hoogtij en lang niet alle vluchtverhalen berustten op waarheid. Ook wist hij haarfijn uit te leggen dat sommige kampen die door hulporganisaties bevoorrraad worden een uitvalsbasis vormen voor guerrillastrijders en dat de halsstarrige incompetentie van een aantal Karen-leiders mede oorzaak was van een oorlog zonder uitzicht. Zijn relaas leek zo uit Linda Polmans boek De Crisiskaravaan te komen.

donderdag 28 april 2011

Op de Salween rivier


Mijn begeleider reikte me een zwemvest aan toen we in de boot stapten om naar een Karen vluchtelingenkamp te varen. “Daarmee lijk je een toerist en dan schiet het Birmese leger niet,” adviseerde hij. Dat leek me te veel militaire eer voor de schamele bamboe hutjes tussen de bananenbomen aan de overkant. Maar ook anderen beweerden dat Birmese soldaten onlangs het vuur op een boot geopend hadden. Verder bleef hun relaas in vaagheid steken - zoals dat hier in het Birmese grensgebied zo vaak gaat met verhalen. Ik wilde geen ophef veroorzaken en trok het vest maar aan. Omdat ik gewend ben in mijn werk juist zo onzichtbaar mogelijk te zijn, voelde het bizar om in een fluorescerend oranje uithangbord op pad te gaan.

Na anderhalf uur varen langs fluwelig beboste heuvels kwamen we bij de vluchtelingenwereld van hout en bamboe. Opgevouwen op de vloer van haar hut peuterde een broos vrouwtje een tijdje aan haar tenen nadat ik vroeg hoe veel jaar ze in vrede had geleefd. "Drie," zei ze toen. Ze was 74.

zondag 24 april 2011

What's in a name?

In de lobby van mijn guesthouse fronste een Birmese vluchteling tegen het computerscherm. De Engelse tekst over een mysterieus soort kever was zo specialistisch dat ik er ook maar weinig van begreep. Het verhaal diende als een oefening voor een mogelijke studie in de Verenigde Staten. Hij vertelde vol verlangen over zijn hoop op een beter leven daar. Zijn Engels was heel behoorlijk, maar toch dacht ik dat ik hem verkeerd verstond toen hij zijn naam noemde: “Stalin.”

vrijdag 22 april 2011

The Fatal Touch of War


"...and when they aimed their guns, he aimed his camera."
Uit: The fatal touch of war http://articles.boston.com/2011-04-24/news/29469243_1_soldiers-shooting-car


Mijn vriend P had de nodige glaasjes op toen hij belde vanuit de Half King Bar in New York, een pleisterplaats voor journalisten. Ik had zijn telefoontje al verwacht nadat ik in mijn kleine guesthouse aan de Birmese grens hoorde dat Chris Hondros en Tim Hetherington in Libie omgekomen waren. Drank en het delen van herinneringen met collega's leken me helemaal geen slechte manier om gestorven vrienden te memoreren. Ik had er heel wat voor over gehad om er bij te zijn.
P vertelde over een nacht onder de sterrenhemel van Falluja toen Chris en hij luisterden hoe een militair Jimi Hendrix in plaats van kogels door de woestijn liet knallen. Het was een absurde anekdote, maar hij vertelde veel: over vriendschap en over de enorme band die het delen van gevaar smeedt. P vloekte er vervolgens flink op los. De bar was inmiddels vrijwel leeg, maar hij probeerde het moment van naar huis gaan zo lang mogelijk uit te stellen. Daar wachtte immers iets dat veel erger is dan shock en redeloze woede: het besef dat het verlies onherroepelijk is.
Toen ik hoorde dat sommige Nederlandse media gratuit discussieerden over thrillseeking en of de twee de risico's wel hadden moeten nemen, was het mijn beurt om flink kwaad te worden. Tim Hetherington en Chris Hondros wisten wat ze deden en vooral ook waarom en juist dat maakte hun werk zo indrukwekkend. Ik dacht aan de foto's die Chris in het Iraakse Tal Afar had genomen toen Amerikaanse militairen bij een checkpoint het vuur op een Opel sedan openden. Een paar seconden later tuimelden bebloede kinderen naar buiten. Hun ouders waren dood. Het was een van de schaarse momenten in een zwaar gecensureerde oorlog dat de burgerslachtoffers werkelijk een gezicht kregen. Met dank aan Chris Hondros. http://www.chrishondros.com/images.htm en hij deed meer dan fotograferen dus lees vooral ook The Fatal Touch of War

donderdag 21 april 2011

Heimwee en andere zaken

Toen Sein Han 23 jaar geleden als student zijn leuzen schreeuwde in de straten van Rangoon, dacht hij dat het einde van het bewind nabij was. Vanmorgen trof ik hem in Mae Sod, een handelsplaats in Thailand waar hij naar toe vluchtte toen zijn droom niet uitkwam. Het houten prieeltje naast zijn huis geurde naar frangipani en ook de bananen en papayabomen hielpen mee om van de plek een tropisch paradijsje te maken.
Maar Sein Han had geen oog voor die schoonheid. Op zijn laptop bestudeerde hij via google earth de beelden van zijn geboorteplaats in de Karen-staat in oost Birma. Hij wees me de smalle slingerweg die hij als jochie van school naar huis liep en de velden waar hij het paard liet grazen. Een tijdje keken we samen naar dat zichtbare maar ook zo onbereikbare dorp. Hij wees naar een grote groene vlek, de grond van zijn familie. "Daar leg ik een golfcourse aan als ik naar huis ga, " zei hij grijnzend. Net als 23 jaar geleden had hij het dromen nog niet verleerd.

maandag 14 maart 2011

Een vaderlijk advies

Terwijl in Egypte geschiedenis werd geschreven, viel er ook in Nederland historie te noteren al was die eerder curieus dan indrukwekkend. Aangezien ik die dagen bezig was naar Cairo af te reizen, bekeek ik pas gisteren het tv programma waarin de Nederlandse Vereniging voor Journalisten ons adviseerde daar weg te blijven. Een vakbond die zijn leden spontaan afraadt om hun werk te doen? Dat was bij mijn weten nog nooit vertoond. Nadat ik weer had plaatsgenomen op de stoel waar ik zojuist van afgerold was, begreep ik na enig verder lezen dat dit advies op een misverstand berustte. Het was bedoeld om journalisten duidelijk te maken dat ze niet naar een picknick, maar naar een levensgevaarlijke revolutie gingen. Vooral onervaren freelancers hadden die vaderlijke waarschuwing nodig. Als overtuigd freelancer voelde ik mij geroepen te reageren. Er zijn immers heel wat situaties waarin redacties moeten terugvallen op de vrijbuiters in het vak omdat de collega’s in vaste dienst huiswaarts keren. Ik moest denken aan Annie M.G. Schmidt die ooit tegen kinderen gezegd zou hebben: “Luister vooral niet naar je ouders, dan komt het allemaal goed.”

woensdag 2 maart 2011

De nieuwe mode van de generaal


Onderweg van Cairo naar Amsterdam ontving ik het volgende berichtje van een vriendin die behalve een grote interesse in internationale politiek ook een ongeëvenaard gevoel voor humor heeft: “Als je het plein voor je huis straks te leeg vindt, wil ik wel even komen demonstreren.”
Ik twijfelde er niet aan dat ze genoeg spandoekteksten over ons malle land in voorraad had, maar eerlijk gezegd zie ik dat hele Amstelveld niet eens. Behalve in Egypte en omstreken zijn mijn gedachten in Birma, waar hetzelfde verlangen naar een menswaardig bestaan met zo veel geweld beantwoord werd.
Zou senior general Than Shwe inmiddels ongemakkelijk schuiven op de troon waar hij zichzelf met demonstratiebestendige lijm op vast geplakt had? Birmezen speculeren daar met hernieuwd fanatisme over omdat hij onlangs in een vrouwenlongyi (sarong) op de staatstelevisie verscheen. Op advies van een astroloog zou hij met die dracht de invloed van Aung San Suu Kyi willen keren.
Kipling zei het al: “Dit is Birma en het zal tamelijk anders zijn dan alle andere landen die u kent.”

maandag 14 februari 2011

Tahrir plein

Daar dansten ze afgelopen zaterdag: de twee jonge meiden die ik met drie generaties van hun familie in de spanningen van de afgelopen week ontmoette op het Tahrir plein. Die jeugd had hen ertoe gebracht deze revolutie te beginnen: oud genoeg om de terreur en de beknotting van de politiestaat aan den lijve te hebben ondervonden, jong genoeg om enorme risico's te durven nemen zonder de last van een eerdere mislukking op hun schouders. Ze lieten zich vereeuwigen met soldaten rond de tanks en ze zwaaiden met hun vlaggen temidden van de feestende menigte.
Natuurlijk zijn de gevestigde belangen enorm, ook die van het leger, en de militairen zijn beslist geen lieverdjes, dus ze snapten heel goed dat er nog een lange ongewisse weg te gaan was. "Maar," zeiden ze vol zelfvertrouwen, "We kennen nu de weg naar het plein."
Al een aantal dagen gunden ze me een kijkje in hun leven, maar de rest van de avond liet ik hen alleen. Want het plein bood natuurlijk voor jongeren zoals zij ongekende kansen om te daten. Ook dat was een beetje revolutie.

maandag 24 januari 2011

Een zieke vis en de Afghaanse politie


We schrijven anno 2007 en het wilde maar niet lukken met de opbouw van een professionele politiemacht. Een Afghaanse kennis zuchtte over die kwestie: "De ziekte van een vis begint in zijn kop."
Aangezien het met die genezing in de kop nogal ingewikkeld lag, moesten er met spoed andere behandelmethoden worden toegepast. Zo ontstond de ANAP, de hulppolitie. In een vanillekleurige barak in Kandahar wachtten veertig ANAP-recruten op hun diploma. Ze hadden een training van twaalf dagen achter de rug onder de supervisie van het Amerikaanse bedrijf DynCorp en de Canadese militaire politie. De bijna ex-studenten moesten zingen. Het was een deuntje waarvan de tekst uit ‘Na Na Na’ bestond en dat eindigde met ‘Goodbye’. Meer Engels kenden de mannen toch niet, zei de Canadese trainer tegen me. Hij wilde dat zijn leerlingen er de maat bij stampten, dus dat deden ze. De prefab barak begon zo te trillen dat het keukenpersoneel verschrikt kwam kijken.
Een voor een namen de recruten hun diploma in ontvangst. “Mijn hele leven zal ik mijn land dienen,” riepen ze terwijl ze het document omhoog staken.
Bij het huis van een politiecommandant in Kandahar trof ik een paar dagen later een nieuwbakken ANAP in zijn wachthokje. Het werd een gezellige boel toen enkele van zijn collega’s langs kwamen voor een kopje chai saps, groene thee. Ze bewaakten de broer van de voormalige gouverneur, een berucht zakenman in Kandahar, en nog een paar andere niet bijster geliefde vips. Ze wisten ook te vertellen dat hun cursusgenoten elders hun oude functie als milities voor de gouverneur weer hadden opgepakt.
Kort daarna werd het ANAP programma wegens gebrek aan succes niet geprolongeerd.
Trainingen, ze kwamen en ze gingen op lokaal niveau de afgelopen jaren. Het treurigst werd ik van een groepje agenten dat na een semi militaire cursus op het platteland van Kandahar in frontgebied was gestationeerd. Naast een zwaarbewaakte ISAF post zaten ze met een minimum aan materieel in een gebouwtje dat op een ziekenboeg leek omdat er voor de zoveelste keer die week gewonde agenten arriveerden. Inmiddels is bijna geen van die mannen meer in functie. Ze kwamen om of deserteerden uit hun functie van kanonnenvlees.
Mijn oude huisgenoten in Kabul die Kunduz kennen als hun broekzak, schreven dat het tekort aan trainers niet de oorzaak is van de problemen met de opbouw van een politiemacht. Integendeel, vergeleken met andere gebieden is het best druk in de noordelijke stad. Ze dachten eerder dat het gebrek aan goede leerlingen een van de vele moeilijkheden is.

donderdag 20 januari 2011

Niet Meer Bellen

Stel, u bent banketbakker en er komt een order die als volgt gaat:
“Goedemiddag,” belt een klant van enige naam en faam, “Ik wil graag dat u mijn bedrijf twintig van uw heerlijke vruchtentaartjes levert.” Zijn enthousiasme huppelt door de hoorn. Het telefoongesprek gaat nog even verder over een toefje room hier en een extra framboosje daar, maar dan komt het: “We kunnen u alleen niet betalen. Daar is helaas geen budget voor.” De toon van de klant is nog steeds zeer geanimeerd, want is het niet goed voor de reputatie van de bakker om aan zo’n gerenommeerd persoon te mogen leveren?
Reclame kan inderdaad nooit kwaad, maar de bakker wil toch centjes zien al is hij qua prijs de beroerdste niet. De stemming aan de andere kant van de lijn zakt in. “Dan kan de bestelling helaas niet doorgaan.” De klant concludeert dat hij op zoek moet naar een taartjesmaker die wel pro deo levert. “Heeft u misschien nog een suggestie?” Als de bakker die niet heeft hangt de klant op.
Waarschijnlijk zou u na zo’n gesprek verbijsterd achterblijven. Ik inmiddels niet meer. Als freelance journalist voer ik een variant op bovenstaande conversatie maandelijks en soms wekelijks.
Gisteren was het Business News Radio die een bijdrage naar aanleiding van de hoorzitting over de trainingsmissie in Afghanistan behoefde. BNR heeft een aardige redactie met professionele presentatoren en in het verleden werkte ik met enige regelmaat graag voor ze. Maar niet gratis.
Dat was ook deze keer weer een probleem. Ik vroeg de redacteur mij niet meer te bellen als er geen geld voor een bijdrage beschikbaar was. Dat beloofde hij en hij zou mijn standpunt ook in het adressenboek noteren.
Nu stel ik mij de aantekening in het BNR dossier voor: “Minka Nijhuis. Niet Meer Bellen. Wil betaald worden voor werk.”

zaterdag 8 januari 2011

Ahmad


Soms maakt een boek onverwacht pijnlijke herinneringen los. Dat overkwam mij bij het lezen van het indrukwekkende Peace Meals van verslaggeefster Anna Badkhen over haar reizen door conflictgebieden. Net als zij had ik in het voorjaar 2003 gewerkt met de Kurdische collega Ahmad. Net als zij had ik genoten van de dolma’s die zijn familie ons met gulle gastvrijheid voorschotelde. Net als zij hoorde ik pas dat hij vermoord was toen ik maanden later weer veilig en wel thuis zat.
Nadat we in Noord-Irak een paar dagen hadden samengewerkt was Ahmad tolk geworden voor journalisten die hem voor veel langere tijd een baan aanboden. Hij keerde terug naar Mosul zodra het bewind van Saddam gevallen was. Ik reisde door naar Bagdad.
Ons contact verwaterde tot een sporadische e-mail of informatie die via via liep. De stilte die erop volgde nam ik voor kennisgeving aan. Zoals die dingen soms gaan tussen mensen wier wegen elkaar een kort moment gekruist hebben. In de wetenschap dat zijn zwijgen voorgoed was, vond ik die gang van zaken extra onbevredigend.
Ahmad werd vermoord in zijn woonplaats Mosul waar hij een tijdschrift uitgaf. Volgens de eerste berichten van zijn familie was de aanslag gepleegd door extremisten die zijn kritische houding en open geest niet op prijs stelden.
Ahmad was een zachtmoedige man, maar hij was voorstander van de oorlog. We hadden er soms discussies over. Als dissident had hij jaren in de gevangenis doorgebracht. Hij kende de wreedheid van het bewind als geen ander. Het kon daarna alleen maar beter worden, vond hij. Ik had daar mijn twijfels over. Lang duurden die gesprekken niet. Ik hield al snel mijn mond, omdat ik zijn standpunt begreep en hem die hoop op een nieuw Irak zo van harte gunde.
“Death comes to us all sooner or later, after all. Living is the trick,” schreef een vriend die al veel collega's in conflictgebieden kwijtraakte. Ahmad wist hoe hij moest leven, maar hij kreeg er in het nieuwe Irak de kans niet voor.