zaterdag 29 mei 2010

NO TAX



Voor wie per abuis de behoefte voelt belasting te betalen op Kabul International Airport.

woensdag 26 mei 2010

Een wondermiddel

In de auto dacht ik na over de lokatie van het zojuist gehouden interview. Niet alleen tegen het wachthokje van de bewakers buiten, ook tegen de binnenkant van de muren leunden zandzakken en op de kleine parkeerplaats patrouilleerden potige bewakers met geweren. Zo zaten de medewerkers van de landelijke mensenrechtencommissie er dus bij in hun hoofdkantoor. Ik was er aanvankelijk gedachtenloos naar binnen gestapt. Dat risico loop je als je te lang in een wapenarsenaal als Afghanistan verblijft.
Terwijl de ironie van die situatie tot me door begon te dringen, bracht Najib de auto met een schok tot stilstand. Even dacht ik nog dat hij een bekende ging begroeten. Als ex-politieman kent hij de halve stad en het aantal keren dat hij in de verkeerschaos een vriend ontwaart is dagelijks niet te tellen. Maar deze keer betrof zijn enthousiasme een verfrommelde bejaarde die een ezel met een vracht groen door de drukte sjorde. “Shiebed. Dille,” riep Najib. Dille is volgens hem een wondermiddel. Het werkt tegen een te hoge bloeddruk, geneest maagzweren, doet migraine verdwijnen, is veel goedkoper dan de dokter, en het ruikt nog lekker ook. Voordat ik iets had kunnen zeggen was hij al de auto uit.
Het was spitsuur. Een bedelaar met twee prothesen in een karretje werd door een jochie voortgeduwd, elegante hooggehakte vrouwen in rechte enkellange rokken haastten zich van kantoor naar huis, een aantal gepantserde fourwheeldrives zonder nummerborden duwden andere weggebruikers opzij, er werd getoeterd, geschreeuwd, getimmerd en gegraven, en dat alles in de meihitte. Plotseling barstte op het dak van de auto een pandemonium los. Door het half openstaande raampje wrong zich een gezicht met uitpuilende boze ogen. “Problem, problem,” schreeuwde de agent boven zijn geroffel uit. Toegegeven, we stonden niet al te netjes ingeparkeerd, maar dat leek me gezien de totale chaos die ons omringde een detail dat er niet echt toe deed. Mijn beleefde uitleg over de dille aankoop vergrootte de woede alleen maar en ik besloot de situatie te negeren totdat Najib weer zou verschijnen.
Toen hij terug kwam met een grote bos dille onder zijn arm vroeg ik hem de hysterische agent te laten weten dat we zijn hoogste baas persoonlijk kennen. Najib vergrootte zijn borstkas en sprak drie namen uit op een toon alsof het banvloeken waren. De agent kromp ineen en bood zo bibberig excuses aan dat ik meteen alweer spijt had van mijn verzoek. Najib had geen last van gewetensnood. “Een idioot en drugsgebruiker,” luidde zijn oordeel.

zondag 23 mei 2010

Een nieuwe generatie politici

Sona is een geval apart. Zo opgewekt en energiek zijn er niet veel in Afghanistan. Kwiek stapte ze in haar zwarte broekpak met kanariegele sjaal voor me uit om haar radiostudio te laten zien. Die bevond zich in het hoofdkwartier van de internationale troepenmacht ISAF in Kabul. In een kubus met een tafeltje, computer en schakelpaneel produceerde ze haar programma met positieve berichten over Afghanistan. Buiten dat rijtje prefab blokken bevond zich een wereld die nogal botste met de goed nieuwsshow vanaf de militaire basis. Bewakers, betonnen muren, kraaienpoten en prikkeldraad. Ik had er associaties met de ‘groene zone’ in Bagdad en net als daar kom ik in Kabul liefst zo min mogelijk in de omgeving van zo'n megadoelwit waar het bestaan bovendien mijlenver afstaat van het leven in de straten. Sona lachte bij de vraag of ze niet bang was om naar haar werk te gaan. “Ik moet een mate van gevaar aanvaarden en me er niet door laten verslaan,” zei ze. En op een toon alsof het vrolijk stemmend was vervolgde ze: “Vanwege mijn kandidatuur voor de parlementsverkiezingen loop ik straks nog meer risico.” De volksvertegenwoordiging bevindt zich eveneens achter zware muren en bewaking, wat nogal deprimerend overkomt voor een symbool van het nieuwe Afghanistan. Ik vond Sona's moed en optimisme bewonderenswaardig. Ze had die van haar moeder zei ze.
Najib snoof misprijzend toen we het afgebakende hoofdkwartier achter ons lieten en weer op minder smetteloos plaveisel belandden. “Ze bouwen met al die dollars muren maar geen wegen.” En toen een agent bij een controlepost mij vroeg: "Tafang dari? heb je een wapen?" hoonde hij: “Natuurlijk niet, ze is journalist.” We spraken af dat ik een volgende keer bij die vraag mijn pen zou laten zien.

donderdag 20 mei 2010

Complotten

De Amerikaanse narcoticadeskundige was midden in een betoog over de geheimzinnige schimmelinfectie die de Afghaanse papavers teisterde, toen het noodlot toesloeg. In de overvolle bar, een van weinige lokaties in Kabul waar nog een heel scala aan alcoholische dranken wordt geschonken, morste ik rode wijn over zijn grijze kostuum met krijtjesstreep dat hij voor 600 dollar had aangeschaft. Hij was zo van zijn apropos dat zijn uitleg bleef steken bij de verklaring dat de schade heel wat minder dramatisch was dan door sommigen wordt aangenomen en dat dit soort ziektes de afgelopen jaren vaker voorkwam. Maar onder Afghanen waart een heel andere verklaring rond voor het feit dat een deel van het lucratieve gewas op apegapen ligt. Volgens hen hebben buitenlandse drugsbestrijders de hand in de mysterieuze infectie. Een boer verklaarde zelfs dat hij zag hoe er geel poeder was gesprayed dat zijn tarwe aantastte en het vee ziek maakte. Wie logisch redeneert zou waarschijnlijk eerder tot de conclusie komen dat het resultaat te weinig indrukwekkend is om onderdeel te zijn van een internationale bestrijdingsoperatie. Maar in Afghanistan zijn complottheorieen even talrijk als de moerbeivruchten die deze weken de bomen sieren, en geruchten tieren net zo welig als de geheimzinnige schimmel in de papavers zelf. Zo is het een gangbare opvatting dat de Taliban in werkelijkheid niet bestreden, maar juist gesteund wordt door Amerika. Volgens de aanhangers van deze theorie valt anders niet te verklaren dat de militaire miljardenoperatie met al zijn geavanceerde technologie niet in staat is een eind te maken aan de strijd van veel minder goed geoutilleerde tegenstanders. De realiteit dat er nog heel wat meer redenen zijn voor het voortwoekeren van het conflict delft het onderspit tegen de overtuiging dat de continuering van het conflict een voorwendsel is voor een langdurig verblijf van buitenlandse troepen. Zo valt de invloed van Amerika’s aartsvijand Iran onder controle te houden. En hoe langer de oorlog duurt hoe hardnekkiger die gedachte postvat. Het doet me denken aan Irak waar ook de meest onwaarschijnlijke verhalen over samenzweringen circuleren. Terwijl de elektriciteit om technische reden uitviel waren er Bagdadi’s die meenden dat de Amerikanen het hen op die manier moeilijk wilden maken. Ze konden namelijk niet geloven dat die reparatie zo lang op zich liet wachten. Saddam had dat immers na de Eerste Golfoorlog heel wat sneller voor elkaar.
Complotdenken floreert in landen waar machthebbers geen verantwoording hoeven af te leggen over hun handelen en waar wantrouwen voor inwoners een tweede natuur is. Niet alleen fysiek, ook mentaal verkeren Afghanen in een ongewisse wereld. Najib gaf lucht aan dat gevoel toen hij in een hulpeloos gebaar zijn schouders ophaalde en zei: “Ons land is als een voetbalveld waar anderen hun wedstrijd spelen.”

woensdag 19 mei 2010

Taliban virus

De ochtend begon met een fikse explosie. Een paar uur later berichtte een Afghaanse vriend dat hij in de wijk waar de zelfmoordaanslag plaatsvond een agent met menselijke hersenen in een plastic zak tegenkwam. Aangezien hij behalve journalist ook arts is, twijfelde ik geen moment aan die gruwelinformatie. Een woordvoerder van de Taliban liet weten dat zijn organisatie verantwoordelijkheid was voor de aanslag die aan zeker 18 mensen, voor het merendeel Afghaanse burgers, het leven kostte en tientallen verwondde. Mijn vriend die regelmatig een van de tientallen Taliban nummers afbelt voor een reactie, kreeg temidden van de omineuze boodschap ook nog te horen: “Mijn computer heeft een virus, kun jij ‘m niet repareren?”

woensdag 12 mei 2010

Red Hot 'n Sizzling

Het was ongekend stil in Red Hot 'n Sizzling, een restaurant in Texaanse stijl dat bijpassende megasteaks serveert. De Rambo's van beveiligings- en andere bedrijven die net als in Irak in Afghanistan massaal aanwezig zijn, lieten het afweten nu er nog steeds geen alcohol werd geschonken. De Afghaanse politie wachtte op het smeergeld en dat was deze keer heel veel, vertelde een van de medewerkers van het etablissement. Hoeveel? "Erg veel," luidde het antwoord. Omdat er verder niets te beleven viel, bestudeerden mijn tafelgenoot en ik de muren. Wie 50 dollar of meer betaalt mag de roodbruine bakstenen signeren. Zo stond er: "Happy the Taliban want to kill us day. 1 st anniversary 16 January 2008". Ook lazen we "Pappajoe" in hanepoten. Die handtekening had een Zuidafrikaanse vechtersbaas 500 dollar gekost. Omdat het zo'n opvallend plekje net achter de bar was.

zondag 9 mei 2010

Op de lange latten


“De weg houdt hier op. Waar gaan jullie heen?” riep een verbaasde vrouw gehuld in een wijde broek en doeken toen onze auto het terrein rond haar lemen boerderij opreed. Dat vroeg ik me ook af terwijl ik de ski’s uit de achterbak trok. In het voorjaarslandschap van bloeiende appelbomen en aardappelakkers leek wintersport onmogelijk ver weg. Drie meisjes met zwarte lammetjes in hun armen staarden verwonderd met hun moeder mee naar de onverwachte bezoekers, maar de achttienjarige zoon van de familie rook dat er zaken te doen waren. Voor 200 Afghani (ongeveer drie euro) had hij een ezel te huur die de ski’s naar de sneeuw zo’n twee uur klimmen verderop kon sjouwen. Ski’s was overigens een te groot woord voor mijn latten die timmerlieden in de bazaar van Bamiyan vervaardigd hadden. Het waren planken met een ijzeren beugel voor de tenen en een stoffen gesp voor om de hiel. Een dun laagje aluminium aan de onderkant moest ze soepel laten glijden. “Ik zou echt afraden die dingen te gebruiken,” had Jawad een nieuwbakken Afghaanse ski-instructeur hoofdschuddend geadviseerd voordat we op pad gingen. Zelf had hij wijselijk een Europees model uit de berg tweedehands exemplaren gevist.
Het was een tocht voor doorzetters. Mistflarden maakten de 4000 meter hoge wereld kil en klein. Al snel liep Jawad te hijgen tegen de steile helling. “Toen ik nog guerrillastrijder was had ik hier minder moeite mee,” pufte onze chauffeur en ex-commandant Abdul Raouf die op simpele nepleren schoenen zonder sokken en met zijn handen op de rug gestaag voorop ging. Ik vroeg me af of ik niet beter een dagje langer had kunnen acclimatiseren in de ijle lucht.
De sneeuw plakte na de nachtelijke regen. De lokale ski’s met hun krakkemikkige bindingen maakten afdalen tot een halsbrekende exercitie. De houten skistokken waren een halve meter tekort waardoor ik als een gebochelde bejaarde door de sneeuw ploegde. Jawad was zijn rol als skileraar vergeten. Met een frons van concentratie gleed hij op zijn Europese latten in een schuine lijn langs de helling. Bochten draaien behoorde nog niet tot zijn vaardigheden. Toen hij apetrots en veilig beneden was, wilde ook Abdul Raouf wel een poging wagen. De oud-commandant had nog geen stap gezet of hij belandde al ruggelings in de sneeuw. “Skien is moeilijker dan vechten,” constateerde hij met een gegeneerde lach.

vrijdag 7 mei 2010

Hotsen en botsen naar Bamiyan


De weg van Kabul naar Bamiyan in Centraal Afghanistan is nog altijd een ware aanslag op het gestel van de auto - en op dat van de chauffeur. Maar oud-commandant Abdul Raouf had voor hetere vuren gestaan toen hij met de Hazara strijders tegen de Taliban vocht. Hij scheurde door de bergen alsof het nog altijd oorlog was in een van de rustigste provincies van Afghanistan. En passant duwde hij ook even een onwillige ezel langs een vrachtwagen die in de modder was gestrand. Na acht uur hotsen en botsen wachtte het uitzicht op het rotsmassief waar de Taliban negen jaar geleden de ruim 1400 jaar oude Boeddhabeelden opbliezen.

maandag 3 mei 2010

Wilde dieren

Najib zag er tien jaar jonger uit terwijl we door de straten van Kabul laveerden. Hij had zojuist gehoord dat zijn twee zoons na een tocht van drie weken veilig in Duitsland waren aangekomen. Hij had me het goede nieuws nog niet verteld of zijn telefoon rinkelde. “Nu kunnen je ogen weer helder zijn,” zei een kennis die het bericht ook al had vernomen. De Afghaanse tam tam werkt sneller dan welk medium ook.
Zo kwam er ook een einde aan het hektische gebel met de keten van mensensmokkelaars die betaald moesten worden voor de overtocht. Najib rekende me voor hoe dat bij elkaar een fiks aantal Afghaanse jaarsalarissen was.
Niet dat het daarmee rustiger werd op zijn telefoon. Er is altijd wel iemand die een beroep op hem doet vanwege zijn uitgebreide netwerk. Zo meldde zich een man die wegens illegaal bouwwerk op de heuvels van Kabul door de politie was opgepakt. In de lemen blokkendozen wonen de armsten die in de overvolle stad geen plek kunnen betalen. Najib beloofde zijn best te doen om hem uit de cel te krijgen. Toen de man voor de zoveelste keer met hetzelfde verhaal aan de lijn hing, duwde Najib met een diepe zucht de telefoon tegen mijn oor. Een paniekerig geschreeuw in Dari werd mijn deel. “Later, mister Najib is busy now,” riep ik terug. De stem explodeerde. Toen ik voor de tiende keer een woedend : “No, no, not busy!” had aangehoord hing ik maar op.
Najib legde uit waarom de communicatie zo geagiteerd verliep. Zoals vaker sneed zijn amateur analyse van de Afghaanse psyche hout. “Dertig jaar oorlog en nog altijd zo veel zorgen om het dagelijks bestaan. Onze geest is niet meer normaal.” Daardoor kwam het volgens hem dat veel Afghanen onmiddellijk in de vechtstand schoten als er problemen waren. Om zijn conclusie te illustreren boog hij zijn gezicht naar het stuur, trok zijn voorhoofd in de zwaarst mogelijke frons en blikte woest om zich heen. “We zijn als wilde dieren. Altijd boos, altijd op zoek naar voedsel.”

zondag 2 mei 2010

Vandaag verschenen

Dit kwam op mijn scherm toen ik in het cafe van een groepje Afghanen mijn blog bij wilde werken. Even dacht ik dat ik in Birma was. Het kan toch niet zo zijn dat de vermelding van Johnnie Walker en Che Guevara in mijn vorige bericht de alarmbellen hebben doen afgaan. Wordt vervolgd waar dit precies over gaat.

Ministry of Communications & IT
Islamic Republic of Afghanistan



Website Blocked

It is our constant endeavour to maintain the perfect balance between ensuring that all our customers' requirements are met, and that we comply with all the guidelines of the Afghanistan Telecom Regulatory Authority (ATRAA) including those on internet content filtering.
The World Wide Web offers us great opportunities to get and share information and to communicate. However, it is imperative that when making use of this technology for its enormous benefits, we respect the moral, social and cultural values of the Islamic Republic of Afghanistan.

ATLAS Afghanistan will be blocking all content that is not in line with these values, effective from 17 April 2010. Due to the nature of the content filtering process, some harmless sites may also inadvertently be blocked. We request our customers' assistance in informing us when a site that they consider harmless has been blocked, by writing to support@sky-stream.com so we can look into the matter.


Useful Links: MCIT | ATRAA | Atlas Afghanistan | Sky-Stream | NETLINKS | Jobs in Afghanistan

zaterdag 1 mei 2010

Winkelmissie


Ik was maar drie dagen in Nederland en toch was mijn tas loodzwaar toen ik terugreisde naar Kabul. Dat had behalve met de boeken die ik voor mezelf meesleepte, ook te maken met het verlanglijstje van een paar Afghanen. De een smachtte naar Johnnie Walker nu vanwege invallen in winkels en restaurants die alcohol verkochten, de prijs van een fles tot de recordhoogte van 170 dollar was gestegen. De ander die een overtuigd communist is, wenste zich al jaren een biografie over Che Guevara. Het boek woog wel twee kilo. De derde, die ik voor een uiterst serieus man gehouden had, bleek juist over mondaine verlangens te beschikken. Hij wilde dolgraag een paar Nederlandse schoenen. Als een ware kenner mailde hij de details: een breed veterloos model van zacht grijs leer.
Opgetogen stapte ik aan boord van Safi Airways. Niet alleen omdat de winkelmissie was geslaagd, maar ook omdat ik er naar uitkeek om weer aan de slag te gaan in Afghanistan.