dinsdag 30 maart 2010

maandag 29 maart 2010

Huize Najib

We dachten hier in huis al dat er iets gaande moest zijn met die herrie van helikopters in de lucht. Dat was dus Obama. De meeste Afghanen die ik sprak was het bliksembezoek van het Amerikaanse staatshoofd ontgaan of het kon ze weinig schelen. Mijn chauffeur Najib meende zelfs dat Obama pas de volgende dag zou arriveren. Maar dat kwam waarschijnlijk omdat zijn gedachten elders waren. Het zijn trieste dagen in huize Najib. Zijn zoon is begonnen aan de odyssee om Europa te bereiken. Dagenlang zijn aan die onderneming de meest onwaarschijnlijke verhalen vooraf gegaan. Een Westerse ambassade zou tegen een woekerbedrag een visum kunnen regelen, een Canadese militair zou met een legervliegtuig Afghaanse passagiers rechtstreeks in het beloofde land afleveren. Najib had er alles aan gedaan om zijn zoon van het plan af te houden. Hij had er zelfs een bezoek aan een religieuze genezer aan gewijd om zijn zoon telepathisch bij te laten sturen. Maar de geest van zijn telg hield voet bij stuk en besloot via Tadjikistan een kans te wagen. Terwijl we door het chaotische verkeer van Kabul laveerden kwam zijn telefoontje dat hij in het noorden van Afghanistan zat te wachten op de smokkelaar die de grensoversteek zou regelen. “Een zoon is een deel van het lichaam van de vader,” zei Najib terwijl hij zijn hand op zijn hart legde. Een volgend telefoontje meldde dat zijn vrouw thuis zat te huilen. Toen ik opperde dat hij naar haar toe zou gaan, schudde hij verbeten met zijn hoofd. “Verdrietig blijf ik toch want over een paar weken vertrekt mijn volgende zoon en daarna wil de derde weg.” Om de ongewisse omzwervingen van zijn kinderen te volgen had hij alvast een wereldkaart gekocht. De radio speelde muziek uit Najibs geboortestreek Paktia. Het was een weeklagende melodie over een aanstaande bruid die tranen vergoot omdat het afscheid van haar ouderlijk huis naderde. "Afghanistan is Sadistan," concludeerde Najib mismoedig.

zaterdag 27 maart 2010

Nachtleven

Terwijl een jonge vrouw met witblond haar en een zwarte spijkerbroek die op scheuren stond paaldanste zonder paal, kuste een Amerikaanse vrachtwagenchauffeur mijn hand ter kennismaking. De nacht was nog jong in Afghanistans enige nachtclub Martini. Zijn collega, een gedrongen Texaan met een baardje en een baseballpet riep boven de discodreun uit: “lrak en Afghanistan zijn mijn tweede thuis. Ik houd van gevaar.” Hij keek erbij alsof hij zojuist de lotto gewonnen had.
Vanwege de veiligheidsmaatregelen word je geacht je per email bij deze nieuwste hotspot aan te melden. In mijn geval was dat ergens misgegaan, maar toch mocht ik naar binnen. Vrouwelijke klanten zijn zeer welkom in de door mannen gedomineerde uitgaansscene. The odds are good, but the goods are odd, omschreef een vrouwelijke expat de situatie. Na zo’n drie kwartier sloeg ik dan ook op de vlucht.
Buiten werd mijn huisgenoot bijna omver gereden door een bedelaar zonder benen die met zijn zelfgemaakte karretje langs de bewakers bij de ingang in razende vaart op ons afkoerste.
Vanwege mijn reportage over de chaos, de wetteloosheid en het grote geld in Kabul was ik in de Martini club beland. Ik vond het maar een moeilijk te verteren onderwerp.

woensdag 24 maart 2010

Kabul graffiti


Graffiti op de muur van het Emergency Hospital in Kabul. En eenzelfde boodschap bij een poppy palace (huur minimaal 15000$ per maand met sauna, jacuzzi en een bunker in de kelder) in de wijk Sherpur.

donderdag 18 maart 2010

Kabul Jalalabad Road

Jingletrucks heten de vrachtwagens die het verkeer op de slingerweg van Kabul naar Jalalabad domineren. De rij belletjes aan het chassis rinkelden vrolijk terwijl de trucks door het berglandschap manoeuvreerden. Ook voor mijn oog waren de bont beschilderde vrachtwagens een lust. Zo zag ik galopperende paarden, knusse huizen tussen frisgroene heuvels met watervallen, knalroze harten, moskeeen, en een zangeres met een weelderige haardos en een dweepzieke blik. Een Pakistaanse vrachtwagenchauffeur vertelde aan mijn collega Adnan over die versierdrift: “Als een man trouwt is zijn bruid zo mooi mogelijk gemaakt. Voor een vrachtwagenchauffeur is een truck zijn bruid.”
Idyllische vehikels dus, maar wel dodelijk als ze op pad gaan. Ook veel van de andere weggebruikers hielden er kamikaze rijgedrag op na. Ik ken geen Afghaan die niet een familielid of andere dierbare is kwijtgeraakt in een verkeersongeluk. Daar dacht ik maar niet te veel aan tijdens de drie uur durende rit naar Jalalabad. Er was bovendien genoeg te zien. Spectaculair ruige rotsbergen en een rivier die in de diepte van modder- naar smaragdkleur wisselde. Kuchi's die met hun kuddes ruwharige schapen vanuit de heter wordende vlaktes naar hoger gelegen groen trokken. De alom verguisde verkeerspolitie die weggebruikers geld afhandig maakte. Afghaanse militairen die naast een lekkende tankwagen een sigaretje wilden opsteken. (ware het niet dat mijn chauffeur dat met een schreeuw door het raam voorkwam). Dat zag ik allemaal zolang ik mijn ogen de kost kon geven. Want zodra controleposten of andere auto’s naderden trok ik de grote witte hoofddoek met borduursels zo ver mogelijk over mijn gezicht.
Toen de vallei zich vernauwde en de bergen aan weerszijden van de weg steiler en hoger werden, minderde mijn chauffeur even vaart om te kunnen bidden dat de Taliban die vanaf de hoogte af en toe tankwagens of militaire konvooien onder vuur nemen, zich vandaag gedeisd zouden houden. Dat deden ze. Ook roversnest Sarobi dat ongeveer halverwege de route ligt, reden we zonder problemen voorbij.
De terugweg liep eveneens gesmeerd. Totdat we bij de toegangsweg naar Kabul op een van Afghanistans schaarse agentes stuitten. Het leek me behoorlijk afmattend om in de stoffige hitte de verkeersstroom te inspecteren, maar dat deed niets af aan haar oplettendheid. Haar vrouwelijke oog moest iets on-Afghaans aan mijn vormeloze verschijning op de achterbank hebben opgemerkt, want vanachter haar zwarte sluier vroeg ze op onverbiddelijke toon om mijn paspoort. Voordat ik kon vragen wat haar aandacht had getrokken, werden we jammer genoeg al weer voortgestuwd door de rest van het ongeduldig toeterende verkeer.

vrijdag 12 maart 2010

The special forces from the God

Het voorjaar is gearriveerd. Een van de drie amandelbomen in de tuin bloeit met tere rose bloesems. De tarweakkers buiten de stad dragen al een waas van groen. Nog even en het platteland zal op zijn mooist zijn.
Mijn chauffeur Najib en ik waren onderweg naar de vlooienmarkt naast de Amerikaanse legerbasis Bagram, zo’n veertig kilometer ten noorden van Kabul. Daar raakte ik aan de praat met een jonge handelaar. Hij had nog nooit een Amerikaanse militair gesproken, al verbleven die slechts enkele tientallen meters verderop, maar van Amerikaanse produkten wist hij daarentegen des te meer. Die waren namelijk zijn handelswaar. Vanuit het legerbolwerk wordt van alles gestolen of doorverkocht en ook de hearts and minds presentjes die Amerikaanse troepen in dorpen uitdelen vinden vaak hun weg naar het Afghaanse Waterlooplein.
Zo had hij bruine pakken MREs (Meals Ready to Eat), blikjes Muscle Milk, tasjes met Operation Enduring Freedom Afghanistan, slaapzakken en poloshirts in de aanbieding. Het gerucht gaat dat er zelfs minder onschuldige waren zoals wapens en nachtkijkers verkrijgbaar zijn, maar wij konden die niet vinden.
Najib kocht een doosje Amerikaanse pleisters tegen blaren. Ik tikte voor drie dollar een lichtgewicht koffiebeker op de kop met een soldaat onder hemelsblauwe vleugels en de tekst www.soldiersangels.org. Toen ik het adres later intypte op internet bleek het de website van een steungroep voor militairen te zijn. Ze organiseren akties zoals Hike for our Heroes of Give Easter to a Military Family.
Angels, het kostte moeite dat woord aan Najib uit te leggen. Hij fronste een tijdje hevig, maar toen ik met mijn armen vlieggebaren maakte, verhelderde zijn gezicht. “Ah, the special forces from the God.”
Ik besloot te trakteren op een Gatorade Nutrition Shake met aardbeiensmaak, made in California. Het duurde even voor ik twee blikjes gevonden had waarvan de houdbaarheidsdatum nog niet verstreken was. Toch werden we er op de terugweg naar Kabul allebei behoorlijk misselijk van.

P.S. Een Afghaanse kennis werd bij een bezoek aan de Amerikaanse basis gewaarschuwd door een lokale klusjesman dat hij niet te dicht in de buurt van de zwarte militairen moest komen. Ze gaven af - dat wist hij zeker.

woensdag 10 maart 2010

Aan het ziekenhuisbed van de generaal

Snelle en massale uitbreiding van de politiemacht is een van de prioriteiten om van Afghanistan een veiliger land te maken. Nu kan ieder zinnig mens bedenken dat zo’n plan heel wat haken en ogen heeft. Vandaar mijn interesse in het onderwerp.
Drie jaar geleden was ik op bezoek bij een commandant van de politie die vanuit een ingestort bureau waar het vocht langs uitgebrande muren lekte, de scepter zwaaide over een van de grootste districten van Kabul. Toen ik eergisteren bij zijn nieuwe kantoor arriveerde, leek het wel een militaire basis met de hoge muren, zandzakken en manschappen met geweren in de aanslag. De commandant die inmiddels tot de rang van generaal bevorderd was bleek afwezig - hij was bij een recente aanslag gewond geraakt. Zo werd ik een dag later met een politiewagen naar het militaire ziekenhuis gebracht. Het ging in een tempo alsof we op dievenjacht waren.
Aan Afghaanse burgerziekenhuizen mankeert nogal wat, maar het militaire hospitaal stond er keurig bij.
De generaal lag te puffen in een megabed op de vip afdeling waar de zon ruimhartig naar binnen scheen. Een piepjonge lijfwacht spoot overvloedig parfum op de deken om de eventuele transpiratielucht te bezweren.
In zijn omzwachtelde arm had de generaal drie kogelwonden. De terroristen hadden het blijkbaar op zijn hart voorzien en het was een wonder dat hij de aanslag overleefd had. Drie van zijn lijfwachten waren omgekomen, een vierde zat met verband op zijn bovenlijf op een van de grote sofa’s. Hij keek alsof hij de schrik nog lang niet te boven was.
Tragisch genoeg is het onmogelijk om een stad tegen aanslagen te beveiligen. Bagdad bijvoorbeeld is met zijn doolhof van betonnen muren een van de zwaarst bewaakte steden ter wereld en ook daar gaat het nog heel vaak mis. Niet alleen omdat terroristen die bereid hun leven op te offeren vroeg of laat toch doel weten te treffen, maar ook omdat veiligheidstroepen in het complot zitten of worden omgekocht om een oogje dicht te knijpen.
Met zijn gezonde arm nam de generaal de doos chocolaatjes in ontvangst die ik had meegebracht. Hij bestudeerde de verpakking met foto’s van tulpen, molens en de grachten van Amsterdam. Vervolgens knikte hij waarderend. Als hij hersteld was leek Nederland hem een goed land voor een vakantie.

maandag 8 maart 2010

De charme zit verscholen

"We krijgen geen beeld van hoe het land eruit ziet," klaagden vrienden voordat ik naar Kabul vertrok. Ze volgen de media op de voet, maar verder dan bomaanslagen, gevechten, kamp Holland, baarden en boerka’s kwam hun blik maar niet.
Op het eerste gezicht is Kabul zeker geen mooie stad. Modderkleurige blokkendozen van huizen, grauwe flats en starre Sovjetstijl kantoren omlijnen de straten. En nu de bomen nog winters kaal zijn, is de aanblik extra kleurloos.
Najib met wie ik in Kabul regelmatig rondrijd, heeft weinig vleiende namen voor zijn land: Afghanistan is Muddistan moppert hij als we door de plassen hobbelen. Of: Afghanistan is Dustistan als de prille voorjaarswarmte het stof alweer naar binnen doet dwarrelen. Als bedelende vrouwen in boerka’s met smekend gemurmel de auto omsingelen zucht hij: Afghanistan is Pooristan. Lang duurt zijn gemopper meestal trouwens niet en dan komt er na een blik op mijn gekrabbel in een notitieboek een grote grijns en constateert hij: Afghanistan is Storiesstan.
De charme van de stad zit verscholen achter muren. Gisteren zocht ik een echtpaar op dat ik ken van mijn vorige bezoek drie jaar geleden. Ze ontvingen me met een enthousiasme en hartelijkheid alsof ik een dierbaar familielid was op wie ze lang gewacht hadden. Nog maar nauwelijks was ik gaan zitten in de kamer met warmrode tapijten en kussens in allerlei kleuren of de gastheer kwam met grote schalen met amandelen, rozijnen en geurige sinaasappels. Het voelde alsof ik nooit was weggeweest.

PS De enige felicitatie die ik vanwege internationale vrouwendag ontving, kwam van een Afghaanse man. 'Hope things get better for women all over the world, especially in Afghanistan,' mailde hij.

vrijdag 5 maart 2010

Uitdagingen in Kabul

Aankomst op Kabul International Airport. Werkt de X-ray wel? De fles rode wijn en de obsceen grote salami voor mijn gastheer passeren ongehinderd het apparaat.
Op mijn eerste wandeling door de modderige straten dribbelt een jongetje van nauwelijks drie turven hoog hardnekkig mee. 'Hello, I am your bodyguard.' Voor me stoot een vrouw haar blauwe boerkahoofd tegen de steiger van een huis in aanbouw. Op het kruispunt waar vorige week een hotel door aanslagen getroffen werd, controleren extra politie agenten af en toe het langsrijdende verkeer, maar voetgangers kunnen zonder verdere inspectie langs de gehavende gevels lopen.
Een paar dagen na de aanval stelde de Afghaanse regering een verbod op live verslag doen van dergelijke geweld voor. Niet alleen de media, politici en diplomaten protesteerden. Ook de Taliban wierp zich op als de verdediger van het vrije woord. ‘We the Islamic Emirate of Afghanistan strongly condemn this proclamation of the Kabul authorities and this is actually a violation of the international law of media, civil society and human rights. Banning the free media actually indicates that they are violating freedom of
speech,’ zei Zabibullah Mujahid, een woordvoerder van de Taliban in een telefonisch interview tegen de New York Times. ‘The Islamic Emirate values the efforts and work of all free and independent journalists and photographers and requests them to work more freely and independently in Afghanistan, and offers its encouragement to them, even though they are facing many challenges on the ground.’
Many challenges on the ground - de komende weken zal ik gaan ontdekken welke dat zoal zijn.