zaterdag 2 maart 2013

Oorlog en onzin


Om redenen die er gelukkig lang niet allemaal toe doen waren het twee veelbewogen weken.
22 februari was het een jaar geleden dat Marie Colvin, de vermaarde oorlogsverslaggeefster van The Sunday Times, bij een raketaanval door het Syrische leger omkwam in Homs.
Vanwege die treurige herdenking was 'vrouwelijke journalist in conflictgebied' weer eens een dankbaar onderwerp in de media.
Ik vond het moeilijk me niet op te winden over alle nonsens die voorbij kwamen.
Het is een vak met risico's en daar moeten we niet zo veel ophef over maken. Dat doen brandweerlieden ook niet elke keer als de sirenes loeien. Bovendien dwingt niemand ons om te gaan.
En laten we vooral de waarheid geen geweld aandoen. Berichten over oorlog is voor vrouwen niet gevaarlijker dan voor mannen. Ik zou zelfs zeggen: in veel situaties geldt het tegendeel.
Hoe ik daarbij kom leg ik een volgende keer nog uit, maar ik kan vast melden dat overal ter wereld collega's het met me eens zijn.

donderdag 21 februari 2013

Rebelse teksten uit Afghanistan


In haar gastenkamer met glazen chai en een schaal met rozijnen, moerbeibessen en amandelen tussen de dikke kussens op de grond, ging de moeder van mijn vriend H er eens goed voor zitten om te vertellen over de traditionele dichtvorm de landai.
Ze groeide op in Kandahar waar haar moeder met landai morele richtlijnen aan haar kinderen gaf. Als voorbeeld noemde ze een pasjtoe variant op Wat gij niet wilt dat u geschiedt doe dat ook een ander niet. Maar na een paar stichtelijke voorbeelden werd de stemming losser. Niet voor niets betekent landai giftige korte slang. Zo worden de landai door vrouwen onderling gebruikt om de gedwongen huwelijken met veel oudere mannen en hun geringe sexuele prestaties te bespotten. Aan zo’n tekst waagde de moeder van H zich niet, maar ze wilde wel andere minder onschuldige voorbeelden laten horen. De omslag van het boekje dat haar dochter ophaalde, toonde een zoetig pastoraal tafereel. Een vrouw in een kleurige lange rok zat met een verfrommelde brief op schoot naast een beekje. Aan haar voeten prijkte een mandje appels, schapen snuffelden in restanten sneeuw.
Moeder H’s bebrilde neus dook geanimeerd in de pagina’s. Na enig bladeren las ze: “Leg je hand op mijn borst, Dan zul je een granaatappel voelen.”
Net als haar dochter sloeg ze zich smakelijk lachend op haar dij. Daarna vond ze een andere favoriet: “Ik zal je lippen kussen, Het zal zijn alsof een babygeitje aan bladeren knabbelt.”
Terwijl haar dochter grinnikend meekeekt kwam ze met een nog gewaagdere landai:
“In de mond van de mullah
Smaken de dochters extra zoet.
De mullah proefde vele zoetigheden
Die hij ontving om te bedanken.”
Ze liet het boekje rusten in haar schoot en zei: “En dan te bedenken dat ik de dochter van een mullah ben.”

zondag 6 januari 2013

George wie?


Birma blijft verbazen.
Natuurlijk is het nog lang geen pais en vree. Het geweld tegen Rohingya's in het westen van het land is gruwelijk en treurig genoeg reageren veel Birmezen onverschillig op het lot van deze statenloze moslims. In de noordelijke Kachin staat wordt zwaar gevochten en een nieuwe generatie Kachin staat klaar om de wapens op te nemen.
Maar alles bij elkaar voert hoop dat er een kans ligt op een beter Birma vooralsnog de boventoon.
Birmezen nemen vol energie het heft in eigen handen nu dat kan. Terwijl mijn mond openviel dat er 300.000 euro bij een benefietconcert voor lagere scholen was opgehaald, zei een van de organisatoren lakoniek: "Zo veel is dat ook weer niet." Het was duidelijk dat hij nog meer in petto had.
Een andere kennis meldde me achteloos terwijl we een afscheidscocktail dronken, dat George hem de volgende ochtend wilde spreken.
"George wie?" vroeg ik.
"Soros," antwoordde hij alsof het de gewoonste zaak van de wereld was.