vrijdag 7 september 2018

Vakgenoten in Myanmar in de kou



Een verhaal over moedige journalisten in Myanmar dat mijn hart een beetje brak terwijl ik het schreef.
Vandaar dat er een domme fout in sloop. Waar vermoedelijk niemands oog aan blijft haken maar het mijne natuurlijk wel - helaas nadat het artikel al ter perse was.
For the record 27 augustus moet uiteraard 3 september zijn.

dinsdag 28 augustus 2018

Hoe de senior general van Myanmar een wapen kwijtraakte


Voor zover bekend is dit de laatste foto op de Facebook account van Min Aung Hlaing, de opperbevelhebber van de Tatmadaw, het leger van Myanmar. Gepost op 26 augustus: op de terugweg vanuit Rusland waar hij onder andere winkelde voor wapens.
Amper was de senior general weer op het honk, of hopla, hij raakte een wapen kwijt dat minstens zo belangrijk was als zijn militaire arsenaal: de communicatie met zijn achterban.
Terwijl VN onderzoekers een vernietigend rapport op tafel legden dat Min Aung Hlaing en vijf van zijn collega' vervolgd moeten worden voor genocide, oorlogsmisdrijven en misdaden tegen de menselijkheid, blokkeerde Facebook zijn account Ik durf er het nodige onder te verwedden dat die sanctie hem zwaarder op de maag ligt dan alle vernietigende woorden van het VN rapport aan zijn adres bij elkaar.
Ook 17 andere accounts uit militaire kringen, plus 52 FB pagina's en eén Instagram-account werden verwijderd. Bij elkaar goed voor zo'n 12 miljoen volgers. Facebook verklaarde: "International experts … have found evidence that many of these individuals and organizations committed or enabled serious human rights abuses in the country and we want to prevent them from using our service to further inflame ethnic and religious tensions."
De ongekende move tegen een hoogste militair deed wereldwijd heel wat monden openvallen. Maar het was ook een duidelijk geval van too little too late en vermoedelijk een poging om het eigen elektronische straatje schoon te vegen.
Experts met Myanmarees sprekende medewerkers waarschuwen het bedrijf van Zuckerberg al jaren (voor het eerst in 2013) dat Facebook in Myanmar een vehikel is voor het verspreiden van haatdragende taal, discriminatie en laster, vooral over Rohingya en andere moslims. CEO Mark Zuckerberg gaf eerder dit jaar toe dat het verspreiden van hate speech in Myanmar op zijn platform een reëel probleem was. Maar zijn verweer dat het zeer serieus genomen werd en dat het bedrijf al jaren met experts in Myanmar samenwerkte, werd door zes lokale organisaties meteen weerlegd. In een open brief schreven zij dat wat in Myanmar gebeurde juist het tegenovergestelde was van effectief beheer. Er werd vertrouwd op externe partijen, er was geen instrument om escalatie te voorkomen, en er werden geen lokale belanghebbenden ingeschakeld om oplossingen te vinden. Ook onlangs kwam er weer kritiek dat het bedrijf nog altijd onvoldoende doet om hatespeech tegen te gaan.
Inwoners van Myanmar zijn na jaren van isolement en een dieet van staatspropaganda in sneltreinvaart op de elektronische snelweg beland. Onder de ijzeren vuist van de junta moest de enkeling die toegang had tot internet zich van trucs bedienen om de censuur te omzeilen. Vanwege een staatsmonopolie waren simkaarten met prijzen van zo’n 2000 dollar de duurste ter wereld. Ook in het iets vrijere klimaat dat na 2010 ontstond, beschikte tot 2014 slechts zo’n éen procent van de 53 miljoen inwoners over toegang tot internet. Dat veranderde in razend tempo nadat in 2014 de markt werd vrijgegeven en buitenlandse Telecombedrijven arriveerden. Anno 2018 kost een simkaart met dataverkeer 1,5 dollar. Volgens de eigen gegevens van Facebook gebruiken maandelijks tussen de 15 en 20 miljoen inwoners de social media site. Voor velen is FB het enige venster op de wereld en de informatie wordt angstwekkend makkelijk als waar beschouwd.


woensdag 1 augustus 2018

Syrie, een land zonder burgers



Het is 22 april 2017 als Ameer al Halbi in het Amsterdamse muziektheater een staande ovatie krijgt. Als jongste winnaar ooit ontvangt de 21-jarige Syriër een tweede prijs in de World Press Photo-competitie voor zijn serie Rescued from the Rubble uit het belegerde Oost-Aleppo. Hij was achttien toen hij met een geleende camera vastlegde hoe kinderen door de reddingwerkers in Aleppo uit het puin werden gehaald. Al snel vonden de beelden ook hun weg naar internationale media zoals AFP. Terwijl na afloop van de ceremonie om hem heen de glazen klinken, vertelt hij hoe hij de puinhopen van zijn Aleppo voor zich ziet in plaats van de feeërieke skyline rond het IJ.
Tussen die brokstukken fotografeerde hij negen maanden eerder zijn eigen vader. Het duurde even voor hij hem herkende in het bestofte slachtoffer zonder handen en benen. De reddingswerker kwam om bij een tweede aanval op de plek waar de bom was ingeslagen. Die beruchte tactiek van de Syrische en Russische luchtmacht kostte al tientallen hulpverleners het leven.
‘De stad is minder vernietigd dan de mensen’, zegt Al Halbi in de aangrijpende documentaire die de NOS over hem en twee collega's maakte. Hij herhaalt die woorden nog regelmatig nu hij in ballingschap in Parijs zijn toekomst richting probeert te geven. De bezeerde blik in zijn lichte ogen vertelt net zo veel als de foto's van de wereld die hij vastlegde. Toen hij aan zijn werk begon, dacht hij dat zijn foto’s verschil zouden maken. Dat geloof is hij kwijt.

Lees verder op:
https://www.groene.nl/artikel/ze-recyclen-kinderen

dinsdag 23 januari 2018

Die boeddhisten toch...La Ploumen in beeld




Terecht besteedde de talkshow van Eva Jinek aandacht aan het tragische lot van de Rohingya uit Myanmar. De verhalen van Lilianne Ploumen die als Tweede Kamerlid voor de Partij van de Arbeid de vluchtelingen in Bangladesh bezocht, waren buitengewoon aangrijpend.
Dubieuzer werd het toen ze aan een toelichting begon: “Wij hebben altijd het idee van boeddhisten dat het hele vreedzame mensen zijn en we hopen altijd zo te worden als zij. lk kan je zeggen: je wilt echt niet zo zijn als deze boeddhisten in Myanmar. Ze zijn gewelddadig... Er is daar een idee van dat Myanmar zuiver moet worden en daar passen de Rohingya, maar ook andere minderheden niet in.”
Die simplistische bewering heeft met de complexe werkelijkheid van Myanmar zo goed als niets te maken. Het geweld tegen de Rohingya wordt door leger en milities uitgevoerd. Het aanjagen van de haat tegen deze statenloze moslims gebeurt door een een lokale extreem nationalitische partij van de overwegend boeddhistische Rakhine minderheid, en door een harde kern van nationalistische monniken. Deze monniken hebben vertakkingen in de politiek en onderhouden ook nauwe banden met hardline ex-militairen en hun medestanders die het proces van democratisering willen ondermijnen. Ze borduren voort op een koloniaal verleden waarin sommige monniken een fel nationalisme propageerden, omdat hun leer en hun positie door vreemdelingen bedreigd zouden worden. Andere toonaangevende monniken treden nauwelijks op tegen de giftige boodschap van deze nieuwe generatie fanatici en sommigen gaan er zelfs in mee.
Bij een groot deel van de Birmese bevolking is weinig sympathie voor de Rohingya. Mede dankzij jarenlange propaganda van het regime worden zij beschouwd als indringers en ook buitenproportionale angst voor moslimterrorisme en islamitische overheersing spelen een rol in de houding. Maar aanhangers van het idee dat het land een zuivere natie zonder andere minderheden dient te worden zijn de meeste boeddhistische burgers net als de meeste monniken niet. Met haar uitspraken draagt Ploumen bij aan kwalijke framing en beeldvorming.
In haar verhaal over de ontmoeting met Aung San Suu Kyi in november 2013 waarin de situatie van de Rohingya ter sprake werd gebracht, missen een paar schakels. Ploumen bezocht Myanmar als minister van Buitenlandse handel en Ontwikkelingssamenwerking met een delegatie van bedrijven en opende een handelskantoor. Na decennia van dictatuur waren prille hervormingen op gang gekomen. Er was een vleugje meer vrijheid en dankzij tussentijdse verkiezingen had Aung San Suu Kyi een oppositiezetel in het parlement. Maar de oude macht had de touwtjes nog flink in handen. Buiten de steden woekerden problemen voort. Tienduizenden Rohingya bivakkeerden na het geweld van 2012 in de westelijke Rakhine staat in kampen en ook honderden anderen raakten hun huizen kwijt. In de noordelijke Kachin- en Shan staat waren tienduizenden burgers ontheemd geraakt vanwege de gevechten tussen het regeringsleger en de troepen van de etnische minderheid.
Als minister stond Ploumen een beleid voor waarbij economische ontwikkeling als motor voor democratisering diende. In het kader van de handelsmissie lag bij haar bezoek aan Myanmar en bij haar gesprek met Aung San Suu Kyi het zwaartepunt bij de vraag wat Nederland en Nederlandse bedrijven konden bijdragen aan economische vooruitgang.
Al gloorde prille hoop, veel Birmezen keken ook met zorg en scepsis naar de ontwikkelingen. Ze beseften maar al te goed hoe zorgvuldig een kern van militairen en hun medestanders het traject van transitie hadden geregisseerd. Met een “Routekaart in zeven stappen naar een bloeiende en gedisciplineerde democratie” bepaalden de oude machthebbers de grenzen van de hervormingen. De politieke oppositie, het maatschappelijk middenveld en de organisaties van etnische minderheden stonden voor de taak om de zeer beperkte ruimte die de militairen toelieten op te rekken. Talloze goed ingevoerde Birmezen waarschuwden buitenlandse bezoekers om de betrekkingen niet te snel te normaliseren. Het zou een regering die het legeruniform voor een burgerjasje had verruild, legitimeren en versterken. Om die reden gaf de opening van een handelskantoor heel wat bezorgde blikken.
Tijdens de receptie ter gelegenheid van het bezoek van de minister en de handelsdelegatie was haar toespraak monter. Verantwoord ondernemen zat de Nederlandse bedrijven in de genen en het moment was daar om dat ook in Myanmar in praktijk te brengen. Toen enkele gasten in de loop van de avond toch de precaire mensenrechtensituatie aankaartten, stuitte dat op weerstand. In een proces van transitie vielen nu eenmaal spaanders bij het hakken.
De spaanders zijn een fikse verzameling houtblokken geworden.
Ploumen wil dat Nederland als voorzitter van de Veiligheidsraad het voortouw gaat nemen om het lot van de Rohingya te verbeteren. Er zal veel stuurmanskunst en kennis nodig zijn om druk op regering en leger uit te oefenen en tegelijkertijd de kansen op een beter Birma toch te steunen. Zonder in de val van wijsheid achteraf te trappen is het belangrijk om daarbij ook Ploumens beleid van Buitenlandse handel en Ontwikkelingssamenwerking nog eens flink onder de loep te nemen.

Zie ook: NRC Handelsblad, 22 januari 2018