donderdag 21 februari 2013

Rebelse teksten uit Afghanistan


In haar gastenkamer met glazen chai en een schaal met rozijnen, moerbeibessen en amandelen tussen de dikke kussens op de grond, ging de moeder van mijn vriend H er eens goed voor zitten om te vertellen over de traditionele dichtvorm de landai.
Ze groeide op in Kandahar waar haar moeder met landai morele richtlijnen aan haar kinderen gaf. Als voorbeeld noemde ze een pasjtoe variant op Wat gij niet wilt dat u geschiedt doe dat ook een ander niet. Maar na een paar stichtelijke voorbeelden werd de stemming losser. Niet voor niets betekent landai giftige korte slang. Zo worden de landai door vrouwen onderling gebruikt om de gedwongen huwelijken met veel oudere mannen en hun geringe sexuele prestaties te bespotten. Aan zo’n tekst waagde de moeder van H zich niet, maar ze wilde wel andere minder onschuldige voorbeelden laten horen. De omslag van het boekje dat haar dochter ophaalde, toonde een zoetig pastoraal tafereel. Een vrouw in een kleurige lange rok zat met een verfrommelde brief op schoot naast een beekje. Aan haar voeten prijkte een mandje appels, schapen snuffelden in restanten sneeuw.
Moeder H’s bebrilde neus dook geanimeerd in de pagina’s. Na enig bladeren las ze: “Leg je hand op mijn borst, Dan zul je een granaatappel voelen.”
Net als haar dochter sloeg ze zich smakelijk lachend op haar dij. Daarna vond ze een andere favoriet: “Ik zal je lippen kussen, Het zal zijn alsof een babygeitje aan bladeren knabbelt.”
Terwijl haar dochter grinnikend meekeekt kwam ze met een nog gewaagdere landai:
“In de mond van de mullah
Smaken de dochters extra zoet.
De mullah proefde vele zoetigheden
Die hij ontving om te bedanken.”
Ze liet het boekje rusten in haar schoot en zei: “En dan te bedenken dat ik de dochter van een mullah ben.”