vrijdag 7 september 2018

Vakgenoten in Myanmar in de kou



Een verhaal over moedige journalisten in Myanmar dat mijn hart een beetje brak terwijl ik het schreef.
Vandaar dat er een domme fout in sloop. Waar vermoedelijk niemands oog aan blijft haken maar het mijne natuurlijk wel - helaas nadat het artikel al ter perse was.
For the record 27 augustus moet uiteraard 3 september zijn.

dinsdag 28 augustus 2018

Hoe de senior general van Myanmar een wapen kwijtraakte


Voor zover bekend is dit de laatste foto op de Facebook account van Min Aung Hlaing, de opperbevelhebber van de Tatmadaw, het leger van Myanmar. Gepost op 26 augustus: op de terugweg vanuit Rusland waar hij onder andere winkelde voor wapens.
Amper was de senior general weer op het honk, of hopla, hij raakte een wapen kwijt dat minstens zo belangrijk was als zijn militaire arsenaal: de communicatie met zijn achterban.
Terwijl VN onderzoekers een vernietigend rapport op tafel legden dat Min Aung Hlaing en vijf van zijn collega' vervolgd moeten worden voor genocide, oorlogsmisdrijven en misdaden tegen de menselijkheid, blokkeerde Facebook zijn account Ik durf er het nodige onder te verwedden dat die sanctie hem zwaarder op de maag ligt dan alle vernietigende woorden van het VN rapport aan zijn adres bij elkaar.
Ook 17 andere accounts uit militaire kringen, plus 52 FB pagina's en eén Instagram-account werden verwijderd. Bij elkaar goed voor zo'n 12 miljoen volgers. Facebook verklaarde: "International experts … have found evidence that many of these individuals and organizations committed or enabled serious human rights abuses in the country and we want to prevent them from using our service to further inflame ethnic and religious tensions."
De ongekende move tegen een hoogste militair deed wereldwijd heel wat monden openvallen. Maar het was ook een duidelijk geval van too little too late en vermoedelijk een poging om het eigen elektronische straatje schoon te vegen.
Experts met Myanmarees sprekende medewerkers waarschuwen het bedrijf van Zuckerberg al jaren (voor het eerst in 2013) dat Facebook in Myanmar een vehikel is voor het verspreiden van haatdragende taal, discriminatie en laster, vooral over Rohingya en andere moslims. CEO Mark Zuckerberg gaf eerder dit jaar toe dat het verspreiden van hate speech in Myanmar op zijn platform een reëel probleem was. Maar zijn verweer dat het zeer serieus genomen werd en dat het bedrijf al jaren met experts in Myanmar samenwerkte, werd door zes lokale organisaties meteen weerlegd. In een open brief schreven zij dat wat in Myanmar gebeurde juist het tegenovergestelde was van effectief beheer. Er werd vertrouwd op externe partijen, er was geen instrument om escalatie te voorkomen, en er werden geen lokale belanghebbenden ingeschakeld om oplossingen te vinden. Ook onlangs kwam er weer kritiek dat het bedrijf nog altijd onvoldoende doet om hatespeech tegen te gaan.
Inwoners van Myanmar zijn na jaren van isolement en een dieet van staatspropaganda in sneltreinvaart op de elektronische snelweg beland. Onder de ijzeren vuist van de junta moest de enkeling die toegang had tot internet zich van trucs bedienen om de censuur te omzeilen. Vanwege een staatsmonopolie waren simkaarten met prijzen van zo’n 2000 dollar de duurste ter wereld. Ook in het iets vrijere klimaat dat na 2010 ontstond, beschikte tot 2014 slechts zo’n éen procent van de 53 miljoen inwoners over toegang tot internet. Dat veranderde in razend tempo nadat in 2014 de markt werd vrijgegeven en buitenlandse Telecombedrijven arriveerden. Anno 2018 kost een simkaart met dataverkeer 1,5 dollar. Volgens de eigen gegevens van Facebook gebruiken maandelijks tussen de 15 en 20 miljoen inwoners de social media site. Voor velen is FB het enige venster op de wereld en de informatie wordt angstwekkend makkelijk als waar beschouwd.


woensdag 1 augustus 2018

Syrie, een land zonder burgers



Het is 22 april 2017 als Ameer al Halbi in het Amsterdamse muziektheater een staande ovatie krijgt. Als jongste winnaar ooit ontvangt de 21-jarige Syriër een tweede prijs in de World Press Photo-competitie voor zijn serie Rescued from the Rubble uit het belegerde Oost-Aleppo. Hij was achttien toen hij met een geleende camera vastlegde hoe kinderen door de reddingwerkers in Aleppo uit het puin werden gehaald. Al snel vonden de beelden ook hun weg naar internationale media zoals AFP. Terwijl na afloop van de ceremonie om hem heen de glazen klinken, vertelt hij hoe hij de puinhopen van zijn Aleppo voor zich ziet in plaats van de feeërieke skyline rond het IJ.
Tussen die brokstukken fotografeerde hij negen maanden eerder zijn eigen vader. Het duurde even voor hij hem herkende in het bestofte slachtoffer zonder handen en benen. De reddingswerker kwam om bij een tweede aanval op de plek waar de bom was ingeslagen. Die beruchte tactiek van de Syrische en Russische luchtmacht kostte al tientallen hulpverleners het leven.
‘De stad is minder vernietigd dan de mensen’, zegt Al Halbi in de aangrijpende documentaire die de NOS over hem en twee collega's maakte. Hij herhaalt die woorden nog regelmatig nu hij in ballingschap in Parijs zijn toekomst richting probeert te geven. De bezeerde blik in zijn lichte ogen vertelt net zo veel als de foto's van de wereld die hij vastlegde. Toen hij aan zijn werk begon, dacht hij dat zijn foto’s verschil zouden maken. Dat geloof is hij kwijt.

Lees verder op:
https://www.groene.nl/artikel/ze-recyclen-kinderen

dinsdag 23 januari 2018

Die boeddhisten toch...La Ploumen in beeld




Terecht besteedde de talkshow van Eva Jinek aandacht aan het tragische lot van de Rohingya uit Myanmar. De verhalen van Lilianne Ploumen die als Tweede Kamerlid voor de Partij van de Arbeid de vluchtelingen in Bangladesh bezocht, waren buitengewoon aangrijpend.
Dubieuzer werd het toen ze aan een toelichting begon: “Wij hebben altijd het idee van boeddhisten dat het hele vreedzame mensen zijn en we hopen altijd zo te worden als zij. lk kan je zeggen: je wilt echt niet zo zijn als deze boeddhisten in Myanmar. Ze zijn gewelddadig... Er is daar een idee van dat Myanmar zuiver moet worden en daar passen de Rohingya, maar ook andere minderheden niet in.”
Die simplistische bewering heeft met de complexe werkelijkheid van Myanmar zo goed als niets te maken. Het geweld tegen de Rohingya wordt door leger en milities uitgevoerd. Het aanjagen van de haat tegen deze statenloze moslims gebeurt door een een lokale extreem nationalitische partij van de overwegend boeddhistische Rakhine minderheid, en door een harde kern van nationalistische monniken. Deze monniken hebben vertakkingen in de politiek en onderhouden ook nauwe banden met hardline ex-militairen en hun medestanders die het proces van democratisering willen ondermijnen. Ze borduren voort op een koloniaal verleden waarin sommige monniken een fel nationalisme propageerden, omdat hun leer en hun positie door vreemdelingen bedreigd zouden worden. Andere toonaangevende monniken treden nauwelijks op tegen de giftige boodschap van deze nieuwe generatie fanatici en sommigen gaan er zelfs in mee.
Bij een groot deel van de Birmese bevolking is weinig sympathie voor de Rohingya. Mede dankzij jarenlange propaganda van het regime worden zij beschouwd als indringers en ook buitenproportionale angst voor moslimterrorisme en islamitische overheersing spelen een rol in de houding. Maar aanhangers van het idee dat het land een zuivere natie zonder andere minderheden dient te worden zijn de meeste boeddhistische burgers net als de meeste monniken niet. Met haar uitspraken draagt Ploumen bij aan kwalijke framing en beeldvorming.
In haar verhaal over de ontmoeting met Aung San Suu Kyi in november 2013 waarin de situatie van de Rohingya ter sprake werd gebracht, missen een paar schakels. Ploumen bezocht Myanmar als minister van Buitenlandse handel en Ontwikkelingssamenwerking met een delegatie van bedrijven en opende een handelskantoor. Na decennia van dictatuur waren prille hervormingen op gang gekomen. Er was een vleugje meer vrijheid en dankzij tussentijdse verkiezingen had Aung San Suu Kyi een oppositiezetel in het parlement. Maar de oude macht had de touwtjes nog flink in handen. Buiten de steden woekerden problemen voort. Tienduizenden Rohingya bivakkeerden na het geweld van 2012 in de westelijke Rakhine staat in kampen en ook honderden anderen raakten hun huizen kwijt. In de noordelijke Kachin- en Shan staat waren tienduizenden burgers ontheemd geraakt vanwege de gevechten tussen het regeringsleger en de troepen van de etnische minderheid.
Als minister stond Ploumen een beleid voor waarbij economische ontwikkeling als motor voor democratisering diende. In het kader van de handelsmissie lag bij haar bezoek aan Myanmar en bij haar gesprek met Aung San Suu Kyi het zwaartepunt bij de vraag wat Nederland en Nederlandse bedrijven konden bijdragen aan economische vooruitgang.
Al gloorde prille hoop, veel Birmezen keken ook met zorg en scepsis naar de ontwikkelingen. Ze beseften maar al te goed hoe zorgvuldig een kern van militairen en hun medestanders het traject van transitie hadden geregisseerd. Met een “Routekaart in zeven stappen naar een bloeiende en gedisciplineerde democratie” bepaalden de oude machthebbers de grenzen van de hervormingen. De politieke oppositie, het maatschappelijk middenveld en de organisaties van etnische minderheden stonden voor de taak om de zeer beperkte ruimte die de militairen toelieten op te rekken. Talloze goed ingevoerde Birmezen waarschuwden buitenlandse bezoekers om de betrekkingen niet te snel te normaliseren. Het zou een regering die het legeruniform voor een burgerjasje had verruild, legitimeren en versterken. Om die reden gaf de opening van een handelskantoor heel wat bezorgde blikken.
Tijdens de receptie ter gelegenheid van het bezoek van de minister en de handelsdelegatie was haar toespraak monter. Verantwoord ondernemen zat de Nederlandse bedrijven in de genen en het moment was daar om dat ook in Myanmar in praktijk te brengen. Toen enkele gasten in de loop van de avond toch de precaire mensenrechtensituatie aankaartten, stuitte dat op weerstand. In een proces van transitie vielen nu eenmaal spaanders bij het hakken.
De spaanders zijn een fikse verzameling houtblokken geworden.
Ploumen wil dat Nederland als voorzitter van de Veiligheidsraad het voortouw gaat nemen om het lot van de Rohingya te verbeteren. Er zal veel stuurmanskunst en kennis nodig zijn om druk op regering en leger uit te oefenen en tegelijkertijd de kansen op een beter Birma toch te steunen. Zonder in de val van wijsheid achteraf te trappen is het belangrijk om daarbij ook Ploumens beleid van Buitenlandse handel en Ontwikkelingssamenwerking nog eens flink onder de loep te nemen.

Zie ook: NRC Handelsblad, 22 januari 2018

dinsdag 26 september 2017

De hoeder van de Birmese staat


Aung San Suu Kyi liet verstek gaan bij de algemene vergadering van de Verenigde Naties in New York. 'The Lady' heeft geen zin in kritiek, luidde het hier en daar in de media. Dat commentaar miste een veelzeggend punt. Ze wilde haar land niet verlaten omdat de president in het buitenland in het ziekenhuis lag en ze vreesde dat het leger de staat van beleg zou afkondigen zodra ze in het vliegtuig stapte. 
Al is hun relatie momenteel gespannen, toch is legerleider Min Aung Hlaing blij met Aung San Suu Kyi. De Nobelprijswinnares en vroegere darling van het Westen ligt als Adviseur van Staat internationaal onder vuur vanwege de nietsontziende verdrijving van de Rohingya bevolking door de veiligheidstroepen en milities. De senior general in wiens opdracht deze operatie wordt uitgevoerd, blijft te midden van alle kritiek op Suu Kyi grotendeels buiten beeld.
Wie door Centraal Birma/Myanmar reist zal niet veel van de Tatmadaw, het leger, merken. De militairen verblijven achter de muren van hun bases. De oorlog met de minderheden wordt in afgelegen gebieden uitgevochten waar weinig buitenlandse pottenkijkers zijn. De eindeloze sessies van mannen in uniform die decennialang de staatstelevisie domineerden, zijn grotendeels verdwenen, net als de meeste rode billboards die overal boodschappen verspreidden als “Alleen de Tatmadaw is een vader, alleen de Tatmadaw is een moeder”, “De Tatmadaw en het volk zijn éen” en “De Tatmadaw zal de Unie nooit verraden.”
Die indruk van afwezigheid is bedrieglijk. Dankzij een lange geschiedenis van overheersing zit het militaire instituut nog altijd diep verankerd in alle aspecten van de samenleving.

Die rol van hoeder van de natie (met een Birmaanse boeddhistische identiteit) eist de Tatmadaw deze dagen weer openlijk op. Met alle schade vandien voor het democratiseringsproces en de pogingen tot vrede met de etnische minderheden en het stichten van een federale staat. Het land staat op een verontrustend kruispunt.

Voor het hele verhaal zie De Groene Amsterdammer van deze week.


zaterdag 16 september 2017

Een giftig dossier in een gewond land

De vergeten burgeroorlog in Birma/Myanmar trok mijn aandacht toen ik in 1991 op zoek naar verhalen door Azië reisde. Met een bestaan dat in een rugzakje paste streek ik vervolgens in het hoofdkwartier van de rebellen in de jungle neer.
Wat in mijn hoofd begonnen was als een overzichtelijke strijd van onderdrukte etnische minderheden en stadse dissidenten tegen een militair regime, werd gaandeweg een steeds complexer labyrint van spelers.
Bij elkaar besloegen de namen van alle opstandige groepen en subgroepen enkele pagina's. En net als ik een beetje dacht te snappen hoe het zat, ontstond er weer een volgend nieuw Bevrijdingsfront. Gezamenlijk een vuist tegen de junta maken was niet de sterkste kant van de rebellen. Ook hun relatie met de stadse dissidenten die net als het regime grotendeels tot de Birmaanse meerderheid behoorden, was met regelmaat gespannen. De verdeel en heers trucs van het bewind speelden handig in op al het onderlinge wantrouwen.
Stap voor stap ontdekte ik tussen de vergezichten van fluwelen heuvels een overhoop gehaald land waar diepe grieven tegen het centrale gezag van generatie op generatie overerfden.
Toen ik een van mijn Birmese vrienden in 1991 vroeg over welk gebied hij zich voor de toekomst de meeste zorgen maakte zei hij: “De Rakhine staat.” Ik snapte aanvankelijk weinig van die opmerking. Het westelijke gebied tegen de grens met Bangladesh was aan mijn aandacht ontglipt. Kort daarna kwam in Rakhine staat een militaire operatie op gang die tienduizenden van de grotendeels statenloze Rohingya moslims naar Bangladesh joeg. Ik merkte hoe vrijwel niemand van al degenen die zich verzetten tegen het regime en die democratie en mensenrechten hoog in het vaandel hadden, zich voor die tragedie bleek te interesseren. Het duurde weken voordat leiders uit de diaspora het geweld tegen de moslim minderheid veroordeelden en vermoedelijk gebeurde dat uiteindelijk alleen maar omdat Westerse adviseurs er op aandrongen. Ook in de rest van Birma bleek er nauwelijks of helemaal geen sympathie voor de Rohingya's. Men beschouwde hen als indringers uit Bangladesh. De verschillende moslim gemeenschappen elders in het land, die een geheel andere historische achtergrond hebben dan de Rohingya's, hielden zich stil over hun vervolgde geloofsgenoten.
Op zoek naar een verklaring voor die reacties stuitte ik op een ingewikkeld verhaal waar een geschiedenis van migratie, overheersing van lokale minderheden door de Birmaanse meerderheid in combinatie met angst voor islamisering, plus extreme armoede en de trauma's van een samenleving met decennia van dictatuur en geinstitutionaliseerd vijanddenken een grote rol spelen. En vandaag de dag komt het effect van die cocktail opnieuw in alle hevigheid naar buiten. Social media waartoe enorme aantallen in korte tijd toegang kregen, jagen de polarisatie alleen maar verder aan.

Het merendeel van de Birmezen heeft geen enkel besef waartoe haatzaaien en konsekwente uitsluiting van een groep kunnen leiden. De omineuze voorbeelden uit de geschiedenis zoals de holocaust of de genocide in Rwanda zijn onbekend. Het helpt evenmin dat hun huidige leiders op een enkeling na geen moreel tegengas geven.
Voor buitenstaanders inclusief talloze "Burma watchers" is nauwelijks te begrijpen hoe extreem gevoelig de kwestie van de Rohingya's ligt vanwege die even complexe als beladen erfenis, en hoe explosief de situatie in het land nu is. De vrees voor een islamistische overheersing zit bij velen in de Rakhine staat maar ook ver daarbuiten, ingebakken. De angst voor de toekomst, sowieso al groot in deze ongewisse periode van transitie, neemt alleen maar toe en social media gooien olie op het vuur met berichten dat een islamitische staat aanstaande is. Terwijl de wereld deze dagen vol ontzetting naar het humanitaire drama kijkt, sluiten zich de gelederen onder een groot deel van de Birmaanse meerderheid. De steun voor Aung San Suu Kyi die zich uit in rallies in de straten en portretten van haar in alle soorten en maten op social media is geen verrassing. Support voor haar is voor velen bovendien nog steeds een manier om nee te zeggen tegen het leger. Maar bij anderen valt weer waardering voor de militairen te bespeuren. Precies zoals de Tatmadaw (het Birmese leger) zich dat wenst in de slogan die de junta burgers decennia lang door de keel duwde: "The people and the Tatmadaw are one" . Angst en woede vanwege de aanvallen door moslim militanten overheersen, en qua gekrenkte trots kan men er ook wat van nu Aung San Suu Kyi en daarmee ook de natie internationaal onder vuur ligt.  Empathie met de Rohingya's is bij dit alles verder weg dan ooit.  Birma is een diep gewond land.

dinsdag 12 september 2017

Myanmar en het ICC


Een stukje broodnodige duiding van ICC kenner en auteur van All Rise, journalist Tjitske Lingsma.
Leve de gedegen onderzoeksjournalistiek in deze o zo schreeuwerige tijden.

http://www.tjitske-lingsma.nl/will-the-icc-investigate-atrocities-in-myanmar/

zaterdag 9 september 2017

De media obsessie met The Lady

Jarenlang stond Aung San Suu Kyi te boek als voorvechtster van democratie en mensenrechten. Anno 2017 is ze in de schijnwerpers als een politica met een besmet blazoen die haar vroegere principes heeft verkwanseld.
Het verhaal van onfeilbaar boegbeeld naar verguisde leider scoort. Ironisch genoeg plaatsten veel van de huidige critici Aung San Suu Kyi in het verleden op een voetstuk. Ook media speelden een grote rol om haar tot mythische proporties uit te laten groeien. De strijd tussen de fotogenieke oppositieleidster en de lompe generaals had zo'n aantrekkelijk The Beauty and The Beast gehalte dat berichtgeving over het labyrint aan spelers in de ingewikkelde etnische lappendeken vrijwel altijd bij voorbaat sneuvelde. Het hielp ook een handje dat Suu Kyi het morele gelijk overduidelijk aan haar zijde had, iets wat de Nobelprijs voor de Vrede in 1991 nog eens onderstreepte. Het woord icoon dook op en soms werd ze heilige genoemd. Het waren aanduidingen die ze verafschuwde.
Toen in de jaren van inktzwarte dictatuur een vrijer Myanmar nog een onmogelijk verre droom leek voorspelde ze: ”Dat gaat onze moeilijkste tijd worden.” Ze waarschuwde dat een democratisch gekozen regering na decennia van militair wanbeleid een failliete inboedel en een samenleving met diep wantrouwen tussen bevolkingsgroepen zou erven.
Ik moet vaak aan haar woorden denken nu die tijd is aangebroken.
Als Adviseur van Staat leidt ze een regering die uit nieuwkomers of omstreden oudgedienden bestaat, met een takenpakket waar bijna geen beginnen aan is. Er spelen minder fraaie eigenschappen op die tijdens haar moedige verzet tegen de junta nauwelijks aan de orde waren. Een autoritaire stijl van leiding geven, onvermogen om te delegeren, een overdosis koppigheid en onwil om te luisteren of kritiek te incasseren. Ook het tekort aan vers bloed en capabele adviseurs heeft ze deels aan zichzelf te danken. Om zich te weren tegen intriges, verraad en spionage verliet ze zich op een kleine achterban die haar onvoorwaardelijk trouw bleef. Nog steeds telt loyaliteit zwaarder dan competentie. Een kring van jaknikkers sluit degenen buiten die ze juist het hardst nodig heeft om zicht op de werkelijkheid te houden. De kritische houding van media en activisten wordt gezien als ondermijnend bij de enorme klus die haar regering in vijf jaar tijd moet zien te klaren. Uitleg over haar beleid krijgt de bevolking vrijwel niet meer.
Het leidde al meteen tot pittige discussies onder mijn Birmese vrienden toen Suu Kyi besloot in de hachelijke arena te stappen waar het leger dankzij een ondemocratische grondwet grote politieke macht heeft, en de totale controle over de ministeries van Defensie, Binnenlandse Zaken en Grensbewaking. Sommigen gaven haar gelijk dat ze pragmatisch de mouwen op wilde stropen, maar de meesten noemden het een fatale vergissing. Ze hadden liever gezien dat ze een leider van nationale eenheid was geworden die boven de partijen stond. Ze waarschuwden dat de ondemocratische setting die de militairen jarenlang bekokstoofden een dwangbuis zou blijken, of erger nog, een openstaande val. Vooral de spanningen in de westelijke Rakhine staat zouden Suu Kyi in een even onmogelijke als machteloze positie plaatsen en haar neergang inluiden. Ze lijken gelijk te krijgen.
Suu Kyi faalt in haar taak om op te komen voor alle inwoners van Myanmar en het geweld van militairen en Rakhine milities tegen burgers te veroordelen. Het weinige dat ze zegt - meestal spreekt namelijk een dubieuze woordvoerder afkomstig uit het ancien regime - klinkt behalve uitgeput en slecht geinformeerd, ook hardline en defensief, terwijl het land juist een boodschap van compassie met de slachtoffers, en van vrede en verzoening nodig heeft.
Zeer terecht nemen media haar de maat. Maar de aandacht voor The Lady is zo obsessief, dat degene die deze nietsontziende operatie tegen Rohingya militanten en burgers uit laat voeren buiten beeld blijft: legerleider generaal Min Aung Hlaing.
Ook de rest van de berichtgeving ademt voor een belangrijk deel hetzelfde simplisme als in de periode dat ze bewierookt werd, al is ze nu van Beauty Beast geworden. De gedurfde stap voor de aanstelling van een adviserende commissie onder leiding van Kofi Annan om de inwoners Rakhine staat meer welvaart en vrede te bieden, laat zien dat ze de situatie wel degelijk serieus nam. Vrijwel nergens is in media terug te vinden dat ze ervoor pleitte om voor de Rohingya bevolking noch de aanduiding Rohingya noch het denigrerende Bengali te gebruiken omdat beide olie op het vuur gooien.  Dat ze op 19 juli van dit jaar tijdens de belangrijkste herdenkingsdag van het land religieuze kopstukken van alle gezindten in haar huis ontving, was een cruciale boodschap aan de Birmese samenleving die vrijwel geen buitenlandse journalist oppikte. Via haar juridisch adviseur Ko Ni onderzocht ze hoe de grondwet aan te passen viel, maar ook dat is grotendeels vergeten, net als het feit dat hij die poging in januari van dit jaar met de dood moest bekopen. De moord op de constitutioneel expert -overigens een moslim- was ook een dreigement aan Aung San Suu Kyi om niet te zagen aan de poten van de militaire macht.
Zo veel media aandacht als er is voor Suu Kyi en haar falen, zo absurd weinig aandacht is er voor de complexiteit en achtergronden van het conflict in de Rakhine staat. Het straatarme en verwaarloosde gebied heeft een lange geschiedenis van strijd tussen boeddhistische koninkrijken en sultanaten. Migratiegolven eisen tot de dag van vandaag hun tol. De bevolkingssamenstelling wijzigde dramatisch toen onder de Britse overheersing tienduizenden koelies en landarbeiders uit India werden overgebracht. In de Tweede Wereldoorlog moordden moslim strijders enkele boeddhistische dorpen uit om aansluiting bij Pakistan af te dwingen. Tijdens de onafhankelijkheidsstrijd van Bangladesh in 1971 kwam een hoos van vluchtelingen naar West-Myanmar. Die turbulente historie speelt een grote rol in de percepties dat deze moslims separatisten zijn waarbij de naam Rohingya als politieke constructie dient, of indringers uit Bangladesh die de lokale bevolking gaan overvleugelen. Een groep fanatieke monniken jaagt de vijandigheid flink aan en ook een lokale nationalistische Rakhine partij injecteert het gif van intolerantie. Hun boodschap valt in een extra vruchtbare voedingsbodem omdat de etnische minderheid de Rakhine eveneens decennia lang onderdrukt werd door het militaire bewind - al staat dat in geen verhouding tot de vervolging die de Rohingya's ondervinden. Al jarenlang voelen de overwegend boeddhistische Rakhine zich zwaar miskend omdat er wel aandacht is voor de Rohingya's terwijl niemand wil zien hoe de Rakhine identiteit naar hun zeggen wordt bedreigd door zowel de oprukkende islam als door de Birmanisering (Birmanen zijn de etnische meerderheid). Ernstige conflicten over grond en drugs plus plannen voor economische megaprojecten, zetten de samenleving verder onder druk.
Inmiddels is Aung San Suu Kyi qua beeldvorming in dezelfde kwaadwillende categorie beland als de militairen die al decennia dood en verderf zaaien. De haat op social media is wereldwijd ontstellend. Reden te meer voor media om een zorgvuldig en breed narratief te bieden bij het diep tragische scenario dat zich in Myanmar ontvouwt.


zondag 27 augustus 2017

Wat er gaande is in West-Myanmar

Al sinds het midden van de jaren zeventig voert het leger in Myanmar geweldscampagnes uit tegen de moslim minderheid de Rohingya's. Af en aan vormde zich verzet in het grensgebied tussen Bangladesh en West-Myanmar maar veel gewapende strijd was er  niet. Wie de situatie kende, vroeg zich af hoe lang het zou duren voordat die er wel zou komen vanuit de zwaar onderdrukte uitgestoten islamitische bevolkingsgroep. Dat is nu gebeurd.

Even leek er een sprankje hoop voor de inwoners van de Rakhine staat in West-Myanmar.
Op 24 augustus overhandigde een commissie onder leiding van Kofi Annan aan de regering een rapport met aanbevelingen voor vrede en verzoening. Zoals burgerschap en meer bewegingsvrijheid voor de zwaar vervolgde en gediscrimineerde Rohingya moslims, maar ook sociaal-economische initiatieven waar alle andere inwoners in de straatarme verwaarloosde staat baat bij zouden hebben.
De regering beloofde de adviezen uit te voeren. De grote vraag bleef wel hoe. Het dossier ligt gevoelig in het overwegend boeddhistische Myanmar, het leger heeft nog altijd de totale controle over de machtige ministeries van Defensie, Binnenlandse Zaken, en Grensbewaking alsmede over het grootste deel van het ambtenarenapparaat. De regering onder leiding van Aung San Suu Kyi toonde het afgelopen jaar minder daadkracht dan nodig was. Dat komt ook omdat Suu Kyi maar al te goed beseft dat ze moet koorddansen omdat ze politieke suicide pleegt als ze het leger en haar boeddhistische achterban tegen zich krijgt. 
Maar koud een paar uur na de overhandiging van het rapport werden een dertigtal politieposten en een legerbasis in het Noorden van Rakhine staat aangevallen door Rohingya strijders. De aanvallen waren weliswaar gecoordineerd, maar gebeurden met simpele wapens zoals lichte geweren, messen en stokken en ze richtten zich tegen kleine posten. Ze werden deels uitgevoerd door dorpsbewoners. De operatie was allesbehalve een professioneel militair offensief, er leek eerder ook de nodige wanhoop uit te spreken.
De gevechten die zich inmiddels hebben uitgebreid, worden aangestuurd door ARSA (Arakan Rohingya Salvation Army), een totnogtoe tamelijk onbekende militante groep onder leiding van Rohingya's uit de diaspora. Al langere tijd is deze organisatie bezig met de opbouw van een gewapende beweging. Naar schatting tientallen Rohingya's die met de regering samenwerkten werden de afgelopen maanden door ARSA vermoord. 
De opstand waaraan Rohingya burgers deelnemen - naar verluidt deels ook gedwongen - is een reactie van de lokale bevolking op decennia van terreur en onderdrukking. Bij veel Rohingya's overheerst wanhoop en het idee dat er niets meer te verliezen valt. Triest genoeg voelde het verschijnen van het rapport voor hen waarschijnlijk als “too little too late”. In de voorafgaande weken was de terreur na de komst van nieuwe legertroepen weer toegenomen.  Tientallen Rohingya mannen waren opgepakt. De voedselhulp werd aan banden gelegd waardoor tekorten ontstonden.
In essentie gaat het voor de ongeveer 1 miljoen Rohingya's (gedegen statistieken zijn er niet en sommige kenners beweren dat het aantal lager ligt) om een politieke kwestie. Ze willen erkenning als etnische groep in Myanmar en eisen burgerrechten die de meesten van hen ontnomen zijn.
Het is nog altijd een lokaal conflict al zijn er via de Rohingya diaspora connecties met bijvoorbeeld  Pakistan en Saoedi-Arabie. Het gevaar van internationalisering ligt zeker op de loer. In diverse islamitische landen gonzen oproepen om de Rohingya broeders te hulp te komen. ARSA noemt zich de verdediger van de Rohingya bevolking, maar wat de werkelijke ambities van de organisatie zijn is nog onmogelijk te zeggen. Evenmin is duidelijk hoe veel steun ARSA onder de bevolking heeft en in hoeverre de organisatie de paniek onder de Rohingya bevolking voor een eigen agenda aanjaagt.
Legerbronnen in Myanmar duiden het geweld nu al als zeer gevaarlijk "moslim terrorisme" of "terrorisme door Bengali's" en een deel van de regering neemt deze retoriek over. Ook social media exploderen met paniekberichten dat de inname van de Rakhine staat door moslim extremisten nabij zou zijn.
Met een decennialang beleid van nationalistisch boeddhisme dat de Birmaanse meerderheid als superieur beschouwde, creeerde het militaire regime een vruchtbare voedingsbodem voor angst en vijandigheid. Konsekwent luidde ook de boodschap dat Rohingya's indringers uit Bangladesh zijn. Met terroristische aanslagen elders in de wereld plus de onzekere tijden die Myanmar beleeft vlamt de vrees voor 'de ander” onder de bevolking des te makkelijker op. Een groep fanatieke monniken en een lokale nationalistische Rakhine partij jagen de islamofobie flink aan.
Er zijn maar heel weinig mensen in Myanmar die zich realiseren dat de situatie grote gevolgen kan hebben voor het hele land als er geen oplossing komt in de Rakhine staat.
Daarvoor is ook het verbeteren van de positie van de overwegend boeddhistische minderheid de Rakhine van cruciaal belang. De Rakhine zijn eveneens decennia verwaarloosd en onderdrukt door het centrale militaire gezag - al staat dat in geen verhouding tot de vervolging en marginalisatie van de Rohingya bevolking. In dat klimaat krijgt een lokale nationalistische beweging die de Rohingya's tot zondebok maakt alle kans. De westelijke staat is nog altijd een van de armste gebieden van het land en ook conflicten rond land en drugs en economische megaprojecten zetten de samenleving zwaar onder druk.
Tienduizenden Rohingya's zijn vanuit het noorden van de Rakhine staat op de vlucht en hun aantal neemt met de dag toe. Een deel van hun woongebied staat in brand. Ook andere burgers verlieten in doodsangst hun dorpen. Het officiele dodenstal staat op 400, maar het is waarschijnlijk dat het werkelijke aantal slachtoffers veel hoger ligt. Het merendeel werd gedood door het leger en knokploegen, maar ook Rohingya strijders hebben burgers omgebracht.
Ook over de rol van ARSA zijn vragen te stellen. De timing van de aanvallen is op z'n minst verdacht. De organisatie moet geweten hebben dat deze operatie de implementatie van het rapport in de wielen zouden rijden en een nietsontziende reactie van de veiligheidstroepen tot gevolg zou hebben. Het is heel goed mogelijk dat ARSA aanstuurt  op escalatie en daarvoor eigen burgers opoffert.
Terwijl de klok voor het vinden van een niet-militaire oplossing harder tikt dan ooit, lijkt het leger uit op een definitieve verdrijving van de Rohingya's. In die zin komt het geweld van ARSA de legertop prima uit.


Terecht nemen journalisten het beleid van Aung San Suu Kyi en haar regering kritisch onder de loep. Maar hun obsessie voor The Lady is zo groot, dat de man die opdracht geeft tot deze gruwelijke operatie buiten beeld blijft. Zijn naam is generaal Min Aung Hlaing.

vrijdag 16 december 2016

Afscheid van Aleppo: Heb mij lief, weg van dit land van verdriet en onderdrukking.

Fragmenten uit het verhaal over Aleppo. Voor het complete artikel zie: 

"Zouhir Al Shimale duikt in elkaar als achter hem de bommen inslaan. Maar hij dwingt zichzelf door te gaan met zijn verslag: “Doden in de straten, totale chaos hier”.
Sinds ruim 100 dagen geleden de definitieve belegering van Oost-Aleppo inzette, zet hij alles op alles om de communicatie met de buitenwereld gaande te houden.
Zijn twitteraccount toont de woorden die hij voor internationale zenders talloze keren herhaalde:
Dozens of airstrikes, barrel bombs.
Displaced people, homeless.
Death on the roads.
Stuck people under rubbles!
De berichten eronder klinken steeds meer als noodkreten vanuit een naderend een einde. Maar opgeven wil hij niet. “Ik hoop zolang ik adem.”
Afgelopen zomer sprak Zouhir via skype bij het 75 jarig jubileum van Vrij Nederland. De bomvolle stadsschouwburg hield de adem in terwijl hij sober en vermoeid vertelde over het leven in zijn geteisterde stad.
Deed ik het goed?” vroeg hij me enkele uren later. Toen hij de volgende dag een foto van de volle rijen zag, schrok hij zich een ongeluk bij de gedachte dat hij honderden mensen toegesproken had.
Hij kon toen niet vermoeden dat hij voor een miljoenenpubliek zou gaan getuigen hoe burgers in het omsingelde Oost-Aleppo worden afgeslacht.
…”


...In de ochtend van 15 december komen de voorbereidingen voor de "evacuatie" op gang. Het wordt een ongewis traject zonder internationale waarnemers naar een gebied dat evenmin veilig is. Bewoners voor wie het noodgedwongen vertrek een deportatie is, laten afscheidsberichten achter op de restanten van hun huizen. Er staan melancholieke woorden van de overleden Syrische dichter Nizar Qabbani over een vertrek dat als een deportatie voelt:
Heb mij lief, weg van het land van verdriet en onderdrukking,
weg van onze stad die vol dood is.”
Maar ook strijdlustiger berichten achter: “We zullen terug keren, Aleppo.” En: “Onder elke vernield gebouwd liggen families met hun dromen begraven door Assad en zijn bondgenoten.”
Als het eerste transport van gewonden naar Turkije en het platteland van start gaat, staat Zouhir te midden van getoeter en loeiende sirenes verslag te doen voor internationale zenders. Een dag later verschijnt hij tegen een achtergrond van gehavende gevels: “Dit is de laatste boodschap. Ik ben nu klaar om te vertrekken.” Terwijl hij zijn publiek bedankt, valt het geluid weg. Al snel volgen berichten dat de evacuatie weer averij oploopt. Wie het werk van Zouhir de afgelopen maanden volgde, kan maar een ding wensen: Moge hij veilig wegkomen nadat hij voor een wereld die grotendeels wegkeek, een van de ogen en oren vanuit Aleppo was.”

(Twee dagen later komt het bericht dat Zouhir Oost-Aleppo heeft verlaten)