dinsdag 2 juli 2019

Stokpaardje


Freelance journalisten onderbetalen treft de hele
samenleving

De Nederlandse Vereniging van Journalisten heeft de noodklok geluid over de tarieven voor freelancers in de media-industrie. Het alarm heeft een ironische bijklank. Wanneer andere bedrijven honoraria hanteren die geen enkel recht doen aan de geleverde prestaties, zijn mediaorganisaties er als eerste bij om dat aan de kaak te stellen, maar over de misstand in eigen gelederen zwijgen de meeste organisaties liever. Een publiek dat zich graag hard maakt voor een eerlijke productie van voedsel en kleding moet beseffen dat ook heel wat af te dingen valt op de manier waarop de informatie die ze consumeren tot stand komt.
Maar het betreft veel meer dan een financiële misstand. Talloze freelance journalisten hebben jaren in hun specialistische onderwerpen geïnvesteerd en zijn qua inhoud zwaargewichten. Als zij het vak noodgedwongen verlaten, onderbetaalde opdrachten afwijzen of met veel te weinig middelen aan de slag gaan, verdwijnt cruciale dossierkennis. Het maakt de waakhond van de democratie vatbaarder voor misinformatie, propaganda, spins, frames en valse narratieven. Dat heeft gevolgen voor de hele samenleving. Een slechter geïnformeerde samenleving is immers per definitie een minder democratische samenleving.
Ook de berichtgeving vanuit oorlogszones en crisisgebieden draait voor een belangrijk deel op freelancers. Het is een relatief dure tak van sport en het onderwerp ‘Buitenland’ ligt moeilijk in de markt. De druk op deze journalisten om zich te profileren is groter dan ooit. De verslaggever moet geen bescheiden getuige zijn die zich in dienst van het verhaal stelt, maar een verteller die prominent optreedt. Foto’s van een helm, scherfvest, of boerka zijn selling points geworden om dit prominent optreden te bewijzen. ‘Met gevaar voor eigen leven’ wordt te pas en te onpas als reclame toegevoegd aan de verslaggeving. Wie gewond raakt, mag bij talkshows aanschuiven om van dat wapenfeit kond te doen. Roem & Reuring, in plaats van kennis, als journalistiek criterium.
Het is extra schrijnend tegen de achtergrond van de tragedies die oorlogen en crises zijn. Treurig genoeg is het voor freelancers een heel wat beter verdienmodel om ‘sexy’ onderwerpen te produceren waarmee te scoren valt, dan complexe items te maken die inzicht bieden.
Natuurlijk is het belangrijk dat freelancers leren om hun verhalen aan de man te brengen en dat mediabedrijven zich beraden hoe het publiek te bereiken. Maar de marketinggedachte en het mantra dat de freelancer van zichzelf een merk moet maken zijn doorgeslagen. In alle pogingen om de verkoopcijfers zo veel mogelijk op te krikken, raakt een essentieel principe in de knel: dat journalistiek een maatschappelijke taak heeft en dat die niet luidt: u vraagt en wij draaien.
Het leidt veel te vaak tot een gehypte, ondoordachte berichtgeving, die vooroordelen en clichés over verre oorden eerder bevestigt dan onderzoekt, en het creëert een pseudowerkelijkheid. Het is een journalistiek die te weinig tegengas biedt aan spins, frames en vijandbeelden die door de spelers in conflicten en crises steeds professioneler en met veel mankracht worden aangereikt. Een journalistiek die pas in actie komt als de vlammen uit het dak slaan en die de lange aanloop naar conflicten en crises negeert.
Voorbeelden te over. De meeste media vertrokken rond 2010 uit Irak. „The story was dead”, zo luidde het. De lange aanloop naar de inname van Mosul door IS in 2014 bleef daardoor grotendeels buiten beeld. De berichtgeving over Afghanistan in het kader van de ‘war on terror’ legde jarenlang het accent op de strijd van westerse troepen tegen de Taliban. De samenwerking van westerse militairen met corrupte warlords die minstens evenveel bloed aan hun handen hadden, de cruciale rol van stammen, en de invloed van Pakistan en andere landen in de regio bleven zwaar onderbelicht. Vandaag de dag wordt het nieuws over Syrië gedomineerd door verhalen over IS. De westerse angst voor terreur zet de toon veel vaker dan het gegeven dat ook een heel scala aan andere factoren speelt.
Met zorgvuldigheid, nuance en duiding een blik geven in een wereld die niet ophoudt bij de eigen grenzen: het is in tijden van populisme, giftig nationalisme en internationale spanningen belangrijker dan ooit.

Een versie van dit artikel verscheen ook in NRC Handelsblad van 1 juli 2019

vrijdag 14 juni 2019

Bericht uit Idlib: Ik kijk de dood in het gezicht met alle kracht die ik in me heb



Het is rond negen uur ’s avonds als Amany al-Ali zich per Messenger meldt. ‘Het is vreselijk. Weer zo veel doden vandaag.’ De 35-jarige al-Ali woont in Idlib in Noord-Syrië waar de oorlog sinds maart weer in alle hevigheid is opgelaaid. ‘Het is wachten op de dood die elk moment kan komen.’ Haar foto op Facebook laat een kamer zien met een houder potloden op een kleine houten tafel, een schildersezel en schetsen aan de muur.

Lees verder op: https://www.groene.nl/artikel/het-is-mijn-droom-dit-te-overleven

dinsdag 11 juni 2019

Een bestseller auteur en een gevangene




Het is een zomerse dag als op 31 januari in de historische Queen Victoria Gardens van Melbourne de grootste literaire prijs van Australië wordt uitgereikt. De genodigden laten een luid ‘Vrijheid’ horen als blijkt dat Behrouz Boochani met zijn boek No friend but the mountains de winnaar is. Zelf ontbreekt de Koerdisch-Iraanse schrijver in het feestgedruis. Duizenden kilometers verder naar het noorden, op een afgelegen eiland in de Stille Zuidzee, reageert hij met een videoboodschap op de bekroning van zijn werk: ‘Het is een overwinning voor de menselijkheid.’ En: ‘Ik geloof oprecht dat woorden krachtiger zijn dan het hek van deze plek.’

Lees verder op:https://www.amnesty.nl/wordt-vervolgd/behrouz-boochani-ik-ben-auteur-van-een-bestseller-en-een-gevangene

woensdag 20 maart 2019

De kelder van de weduwen. Een biografie over Marie Colvin en een essay over oorlogsverslaggeving




‘Dit is het ergste wat we ooit gezien hebben’, zei Marie Colvin per Skype tegen haar vriendin en collega Lindsey Hilsum die in een Londense tv-studio zat. ‘Ik weet het’, antwoordde Hilsum, ‘maar wat is je exitstrategie?’ Er viel een stilte. Toen zei Colvin: ‘Die heb ik niet. Dit is het. Ik werk er nu aan.’ Enkele uren later lag haar lichaam onder het puin in de gebombardeerde wijk Baba Amr in Homs.
Vlak voor Colvin in februari 2012 aan haar ongewisse tocht naar Noord-Syrië begon, hadden de twee elkaar nog getroffen in Beiroet. Verslag doen vanuit de oorlog in Homs overschreed alle grenzen die de doorgewinterde Hilsum zichzelf gesteld had. Colvin was ongewoon gespannen, maar ze deed de waarschuwingen van haar tafelgenoten af met: ‘Anyway, it’s what we do.’Het was een reactie die haar kenmerkte. Verder willen en durven gaan dan collega’s was al 25 jaar de aanpak waarmee ze over vrijwel alle grote conflicten van deze tijd berichtte.
Even onderkoeld als overtuigd had ze het ruim een jaar voor haar dood nog verwoord bij een toespraak in St Bride’s, de kerk voor journalisten in de Londense Fleet Street: ‘Berichten over oorlog betekent naar plekken gaan die verscheurd worden door chaos, destructie en dood, en proberen te getuigen. Het betekent de waarheid vinden in een zandstorm van propaganda wanneer legers, stammen of terroristen slaags raken. En ja, het betekent risico’s nemen, niet alleen voor jezelf maar vaak ook voor de mensen die nauw met je samenwerken.
Op die 22ste februari gebeurde wat Colvin juist altijd wilde vermijden in haar artikelen. Ze werd zelf het verhaal. Het lot van de burgers in Homs, de dood van de populaire Syrische videoblogger Rami al Sayed en de jonge Franse fotograaf Rémi Ochlik sneeuwden onder in het nieuws over de omgekomen journalistieke veteraan. Net als de dood van Syriërs die in de dagen erna hun leven offerden om de vier overgebleven buitenlandse journalisten in veiligheid te brengen.

Lees verder op: https://www.groene.nl/artikel/de-kelder-van-de-weduwen

maandag 24 september 2018

Wat de duikvlucht van Aung San Suu Kyi ons vertelt over de media



".....“Ga je haar opzoeken?” was met regelmaat de eerste vraag van opdrachtgevers als ik een reis naar Myanmar aankondigde. Als tongen bleven struikelen over haar naam, adviseerde ik wel eens het op “Sushi” te houden. Dat voorbij de villa op University Avenue een complexe lappendeken van spelers lag met conflicten waarin inmiddels een derde generatie opgroeide, was een heel wat lastiger te verkopen verhaal...."

"....Als er iets was dat ik leerde van mijn verblijf in de jungle, was het wel dat het land waaraan ik zo gehecht geraakt was, meerdere zielen in zijn borst droeg. Maar in Centraal-Birma waar de burgeroorlog ver weg was en de stalen vuist van de junta het leven domineerde, was het makkelijk die beladen maar o zo cruciale complexiteit te vergeten...."


Uit: https://www.vn.nl/

zaterdag 15 september 2018

De vervlogen hoop van Myanmar


Het blijft in Myanmar heel wat stiller dan daarbuiten omtrent het vernietigende rapport dat de Fact Finding Mission van de Verenigde Naties op 27 augustus op tafel legde. Volgens de onderzoekers, die in maart 2017 aan de slag gingen, moeten de opperbevelhebber van het leger Min Aung Hlaing plus vijf andere militairen bij het Internationaal Strafhof (ICC) of een ad hoc internationaal tribunaal worden aangeklaagd wegens genocide, misdaden tegen de menselijkheid en oorlogsmisdrijven. Ze baseren hun conclusies onder andere op honderden interviews met slachtoffers van de operaties die het leger sinds 2011 uitvoerde tegen de grotendeels stateloze Rohingya-moslims en tegen de minderheden in de staten Kachin en Shan.
Lees verder via:
https://www.groene.nl/artikel/vervlogen-hoop


vrijdag 7 september 2018

Vakgenoten in Myanmar in de kou



Een verhaal over moedige journalisten in Myanmar dat mijn hart een beetje brak terwijl ik het schreef.
Vandaar dat er een domme fout in sloop. Waar vermoedelijk niemands oog aan blijft haken maar het mijne natuurlijk wel - helaas nadat het artikel al ter perse was.
For the record 27 augustus moet uiteraard 3 september zijn.

dinsdag 28 augustus 2018

Hoe de senior general van Myanmar een wapen verloor


Voor zover bekend is dit de laatste foto op de Facebook account van Min Aung Hlaing, de opperbevelhebber van de Tatmadaw, het leger van Myanmar. Gepost op 26 augustus: op de terugweg vanuit Rusland waar hij onder andere winkelde voor wapens.
Amper was de senior general weer op het honk, of hopla, hij raakte een wapen kwijt dat minstens zo belangrijk was als zijn militaire arsenaal: de communicatie met zijn achterban.
Terwijl VN onderzoekers een vernietigend rapport op tafel legden dat Min Aung Hlaing en vijf van zijn collega' vervolgd moeten worden voor genocide, oorlogsmisdrijven en misdaden tegen de menselijkheid, blokkeerde Facebook zijn account Ik durf er het nodige onder te verwedden dat die sanctie hem zwaarder op de maag ligt dan alle vernietigende woorden van het VN rapport aan zijn adres bij elkaar.
Ook 17 andere accounts uit militaire kringen, plus 52 FB pagina's en eén Instagram-account werden verwijderd. Bij elkaar goed voor zo'n 12 miljoen volgers. Facebook verklaarde: "International experts … have found evidence that many of these individuals and organizations committed or enabled serious human rights abuses in the country and we want to prevent them from using our service to further inflame ethnic and religious tensions."
De ongekende move tegen een hoogste militair deed wereldwijd heel wat monden openvallen. Maar het was ook een duidelijk geval van too little too late en vermoedelijk een poging om het eigen elektronische straatje schoon te vegen.
Experts met Myanmarees sprekende medewerkers waarschuwen het bedrijf van Zuckerberg al jaren (voor het eerst in 2013) dat Facebook in Myanmar een vehikel is voor het verspreiden van haatdragende taal, discriminatie en laster, vooral over Rohingya en andere moslims. CEO Mark Zuckerberg gaf eerder dit jaar toe dat het verspreiden van hate speech in Myanmar op zijn platform een reëel probleem was. Maar zijn verweer dat het zeer serieus genomen werd en dat het bedrijf al jaren met experts in Myanmar samenwerkte, werd door zes lokale organisaties meteen weerlegd. In een open brief schreven zij dat wat in Myanmar gebeurde juist het tegenovergestelde was van effectief beheer. Er werd vertrouwd op externe partijen, er was geen instrument om escalatie te voorkomen, en er werden geen lokale belanghebbenden ingeschakeld om oplossingen te vinden. Ook onlangs kwam er weer kritiek dat het bedrijf nog altijd onvoldoende doet om hatespeech tegen te gaan.
Inwoners van Myanmar zijn na jaren van isolement en een dieet van staatspropaganda in sneltreinvaart op de elektronische snelweg beland. Onder de ijzeren vuist van de junta moest de enkeling die toegang had tot internet zich van trucs bedienen om de censuur te omzeilen. Vanwege een staatsmonopolie waren simkaarten met prijzen van zo’n 2000 dollar de duurste ter wereld. Ook in het iets vrijere klimaat dat na 2010 ontstond, beschikte tot 2014 slechts zo’n éen procent van de 53 miljoen inwoners over toegang tot internet. Dat veranderde in razend tempo nadat in 2014 de markt werd vrijgegeven en buitenlandse Telecombedrijven arriveerden. Anno 2018 kost een simkaart met dataverkeer 1,5 dollar. Volgens de eigen gegevens van Facebook gebruiken maandelijks tussen de 15 en 20 miljoen inwoners de social media site. Voor velen is FB het enige venster op de wereld en de informatie wordt angstwekkend makkelijk als waar beschouwd.


woensdag 1 augustus 2018

Syrie, een land zonder burgers



"..Het is 22 april 2017 als Ameer al Halbi in het Amsterdamse muziektheater een staande ovatie krijgt. Als jongste winnaar ooit ontvangt de 21-jarige Syriër een tweede prijs in de World Press Photo-competitie voor zijn serie Rescued from the Rubble uit het belegerde Oost-Aleppo. Hij was achttien toen hij met een geleende camera vastlegde hoe kinderen door de reddingwerkers in Aleppo uit het puin werden gehaald. Al snel vonden de beelden ook hun weg naar internationale media zoals AFP. Terwijl na afloop van de ceremonie om hem heen de glazen klinken, vertelt hij hoe hij de puinhopen van zijn Aleppo voor zich ziet in plaats van de feeërieke skyline rond het IJ.
Tussen die brokstukken fotografeerde hij negen maanden eerder zijn eigen vader. Het duurde even voor hij hem herkende in het bestofte slachtoffer zonder handen en benen. De reddingswerker kwam om bij een tweede aanval op de plek waar de bom was ingeslagen. Die beruchte tactiek van de Syrische en Russische luchtmacht kostte al tientallen hulpverleners het leven.
‘De stad is minder vernietigd dan de mensen’, zegt Al Halbi in de aangrijpende documentaire die de NOS over hem en twee collega's maakte. Hij herhaalt die woorden nog regelmatig nu hij in ballingschap in Parijs zijn toekomst richting probeert te geven. De bezeerde blik in zijn lichte ogen vertelt net zo veel als de foto's van de wereld die hij vastlegde. Toen hij aan zijn werk begon, dacht hij dat zijn foto’s verschil zouden maken. Dat geloof is hij kwijt."

Lees verder op:
https://www.groene.nl/artikel/ze-recyclen-kinderen

dinsdag 23 januari 2018

Die boeddhisten toch...La Ploumen in beeld




Terecht besteedde de talkshow van Eva Jinek aandacht aan het tragische lot van de Rohingya uit Myanmar. De verhalen van Lilianne Ploumen die als Tweede Kamerlid voor de Partij van de Arbeid de vluchtelingen in Bangladesh bezocht, waren buitengewoon aangrijpend.
Dubieuzer werd het toen ze aan een toelichting begon: “Wij hebben altijd het idee van boeddhisten dat het hele vreedzame mensen zijn en we hopen altijd zo te worden als zij. lk kan je zeggen: je wilt echt niet zo zijn als deze boeddhisten in Myanmar. Ze zijn gewelddadig... Er is daar een idee van dat Myanmar zuiver moet worden en daar passen de Rohingya, maar ook andere minderheden niet in.”
Die simplistische bewering heeft met de complexe werkelijkheid van Myanmar zo goed als niets te maken. Het geweld tegen de Rohingya wordt door leger en milities uitgevoerd. Het aanjagen van de haat tegen deze statenloze moslims gebeurt door een een lokale extreem nationalitische partij van de overwegend boeddhistische Rakhine minderheid, en door een harde kern van nationalistische monniken. Deze monniken hebben vertakkingen in de politiek en onderhouden ook nauwe banden met hardline ex-militairen en hun medestanders die het proces van democratisering willen ondermijnen. Ze borduren voort op een koloniaal verleden waarin sommige monniken een fel nationalisme propageerden, omdat hun leer en hun positie door vreemdelingen bedreigd zouden worden. Andere toonaangevende monniken treden nauwelijks op tegen de giftige boodschap van deze nieuwe generatie fanatici en sommigen gaan er zelfs in mee.
Bij een groot deel van de Birmese bevolking is weinig sympathie voor de Rohingya. Mede dankzij jarenlange propaganda van het regime worden zij beschouwd als indringers en ook buitenproportionale angst voor moslimterrorisme en islamitische overheersing spelen een rol in de houding. Maar aanhangers van het idee dat het land een zuivere natie zonder andere minderheden dient te worden zijn de meeste boeddhistische burgers net als de meeste monniken niet. Met haar uitspraken draagt Ploumen bij aan kwalijke framing en beeldvorming.
In haar verhaal over de ontmoeting met Aung San Suu Kyi in november 2013 waarin de situatie van de Rohingya ter sprake werd gebracht, missen een paar schakels. Ploumen bezocht Myanmar als minister van Buitenlandse handel en Ontwikkelingssamenwerking met een delegatie van bedrijven en opende een handelskantoor. Na decennia van dictatuur waren prille hervormingen op gang gekomen. Er was een vleugje meer vrijheid en dankzij tussentijdse verkiezingen had Aung San Suu Kyi een oppositiezetel in het parlement. Maar de oude macht had de touwtjes nog flink in handen. Buiten de steden woekerden problemen voort. Tienduizenden Rohingya bivakkeerden na het geweld van 2012 in de westelijke Rakhine staat in kampen en ook honderden anderen raakten hun huizen kwijt. In de noordelijke Kachin- en Shan staat waren tienduizenden burgers ontheemd geraakt vanwege de gevechten tussen het regeringsleger en de troepen van de etnische minderheid.
Als minister stond Ploumen een beleid voor waarbij economische ontwikkeling als motor voor democratisering diende. In het kader van de handelsmissie lag bij haar bezoek aan Myanmar en bij haar gesprek met Aung San Suu Kyi het zwaartepunt bij de vraag wat Nederland en Nederlandse bedrijven konden bijdragen aan economische vooruitgang.
Al gloorde prille hoop, veel Birmezen keken ook met zorg en scepsis naar de ontwikkelingen. Ze beseften maar al te goed hoe zorgvuldig een kern van militairen en hun medestanders het traject van transitie hadden geregisseerd. Met een “Routekaart in zeven stappen naar een bloeiende en gedisciplineerde democratie” bepaalden de oude machthebbers de grenzen van de hervormingen. De politieke oppositie, het maatschappelijk middenveld en de organisaties van etnische minderheden stonden voor de taak om de zeer beperkte ruimte die de militairen toelieten op te rekken. Talloze goed ingevoerde Birmezen waarschuwden buitenlandse bezoekers om de betrekkingen niet te snel te normaliseren. Het zou een regering die het legeruniform voor een burgerjasje had verruild, legitimeren en versterken. Om die reden gaf de opening van een handelskantoor heel wat bezorgde blikken.
Tijdens de receptie ter gelegenheid van het bezoek van de minister en de handelsdelegatie was haar toespraak monter. Verantwoord ondernemen zat de Nederlandse bedrijven in de genen en het moment was daar om dat ook in Myanmar in praktijk te brengen. Toen enkele gasten in de loop van de avond toch de precaire mensenrechtensituatie aankaartten, stuitte dat op weerstand. In een proces van transitie vielen nu eenmaal spaanders bij het hakken.
De spaanders zijn een fikse verzameling houtblokken geworden.
Ploumen wil dat Nederland als voorzitter van de Veiligheidsraad het voortouw gaat nemen om het lot van de Rohingya te verbeteren. Er zal veel stuurmanskunst en kennis nodig zijn om druk op regering en leger uit te oefenen en tegelijkertijd de kansen op een beter Birma toch te steunen. Zonder in de val van wijsheid achteraf te trappen is het belangrijk om daarbij ook Ploumens beleid van Buitenlandse handel en Ontwikkelingssamenwerking nog eens flink onder de loep te nemen.

Zie ook: NRC Handelsblad, 22 januari 2018