zondag 27 augustus 2017

Wat er gaande is in West-Myanmar

Al sinds het midden van de jaren zeventig voert het leger in Myanmar geweldscampagnes uit tegen de moslim minderheid de Rohingya's. Af en aan vormde zich verzet in het grensgebied tussen Bangladesh en West-Myanmar maar veel gewapende strijd was er  niet. Wie de situatie kende, vroeg zich af hoe lang het zou duren voordat die er wel zou komen vanuit de zwaar onderdrukte uitgestoten islamitische bevolkingsgroep. Dat is nu gebeurd.

Even leek er een sprankje hoop voor de inwoners van de Rakhine staat in West-Myanmar.
Op 24 augustus overhandigde een commissie onder leiding van Kofi Annan aan de regering een rapport met aanbevelingen voor vrede en verzoening. Zoals burgerschap en meer bewegingsvrijheid voor de zwaar vervolgde en gediscrimineerde Rohingya moslims, maar ook sociaal-economische initiatieven waar alle andere inwoners in de straatarme verwaarloosde staat baat bij zouden hebben.
De regering beloofde de adviezen uit te voeren. De grote vraag bleef wel hoe. Het dossier ligt gevoelig in het overwegend boeddhistische Myanmar, het leger heeft nog altijd de totale controle over de machtige ministeries van Defensie, Binnenlandse Zaken, en Grensbewaking alsmede over het grootste deel van het ambtenarenapparaat. De regering onder leiding van Aung San Suu Kyi toonde het afgelopen jaar minder daadkracht dan nodig was. Dat komt ook omdat Suu Kyi maar al te goed beseft dat ze moet koorddansen omdat ze politieke suicide pleegt als ze het leger en haar boeddhistische achterban tegen zich krijgt. 
Maar koud een paar uur na de overhandiging van het rapport werden een dertigtal politieposten en een legerbasis in het Noorden van Rakhine staat aangevallen door Rohingya strijders. De aanvallen waren weliswaar gecoordineerd, maar gebeurden met simpele wapens zoals lichte geweren, messen en stokken en ze richtten zich tegen kleine posten. Ze werden deels uitgevoerd door dorpsbewoners. De operatie was allesbehalve een professioneel militair offensief, er leek eerder ook de nodige wanhoop uit te spreken.
De gevechten die zich inmiddels hebben uitgebreid, worden aangestuurd door ARSA (Arakan Rohingya Salvation Army), een totnogtoe tamelijk onbekende militante groep onder leiding van Rohingya's uit de diaspora. Al langere tijd is deze organisatie bezig met de opbouw van een gewapende beweging. Naar schatting tientallen Rohingya's die met de regering samenwerkten werden de afgelopen maanden door ARSA vermoord. 
De opstand waaraan Rohingya burgers deelnemen - naar verluidt deels ook gedwongen - is een reactie van de lokale bevolking op decennia van terreur en onderdrukking. Bij veel Rohingya's overheerst wanhoop en het idee dat er niets meer te verliezen valt. Triest genoeg voelde het verschijnen van het rapport voor hen waarschijnlijk als “too little too late”. In de voorafgaande weken was de terreur na de komst van nieuwe legertroepen weer toegenomen.  Tientallen Rohingya mannen waren opgepakt. De voedselhulp werd aan banden gelegd waardoor tekorten ontstonden.
In essentie gaat het voor de ongeveer 1 miljoen Rohingya's (gedegen statistieken zijn er niet en sommige kenners beweren dat het aantal lager ligt) om een politieke kwestie. Ze willen erkenning als etnische groep in Myanmar en eisen burgerrechten die de meesten van hen ontnomen zijn.
Het is nog altijd een lokaal conflict al zijn er via de Rohingya diaspora connecties met bijvoorbeeld  Pakistan en Saoedi-Arabie. Het gevaar van internationalisering ligt zeker op de loer. In diverse islamitische landen gonzen oproepen om de Rohingya broeders te hulp te komen. ARSA noemt zich de verdediger van de Rohingya bevolking, maar wat de werkelijke ambities van de organisatie zijn is nog onmogelijk te zeggen. Evenmin is duidelijk hoe veel steun ARSA onder de bevolking heeft en in hoeverre de organisatie de paniek onder de Rohingya bevolking voor een eigen agenda aanjaagt.
Legerbronnen in Myanmar duiden het geweld nu al als zeer gevaarlijk "moslim terrorisme" of "terrorisme door Bengali's" en een deel van de regering neemt deze retoriek over. Ook social media exploderen met paniekberichten dat de inname van de Rakhine staat door moslim extremisten nabij zou zijn.
Met een decennialang beleid van nationalistisch boeddhisme dat de Birmaanse meerderheid als superieur beschouwde, creeerde het militaire regime een vruchtbare voedingsbodem voor angst en vijandigheid. Konsekwent luidde ook de boodschap dat Rohingya's indringers uit Bangladesh zijn. Met terroristische aanslagen elders in de wereld plus de onzekere tijden die Myanmar beleeft vlamt de vrees voor 'de ander” onder de bevolking des te makkelijker op. Een groep fanatieke monniken en een lokale nationalistische Rakhine partij jagen de islamofobie flink aan.
Er zijn maar heel weinig mensen in Myanmar die zich realiseren dat de situatie grote gevolgen kan hebben voor het hele land als er geen oplossing komt in de Rakhine staat.
Daarvoor is ook het verbeteren van de positie van de overwegend boeddhistische minderheid de Rakhine van cruciaal belang. De Rakhine zijn eveneens decennia verwaarloosd en onderdrukt door het centrale militaire gezag - al staat dat in geen verhouding tot de vervolging en marginalisatie van de Rohingya bevolking. In dat klimaat krijgt een lokale nationalistische beweging die de Rohingya's tot zondebok maakt alle kans. De westelijke staat is nog altijd een van de armste gebieden van het land en ook conflicten rond land en drugs en economische megaprojecten zetten de samenleving zwaar onder druk.
Tienduizenden Rohingya's zijn vanuit het noorden van de Rakhine staat op de vlucht en hun aantal neemt met de dag toe. Een deel van hun woongebied staat in brand. Ook andere burgers verlieten in doodsangst hun dorpen. Het officiele dodenstal staat op 400, maar het is waarschijnlijk dat het werkelijke aantal slachtoffers veel hoger ligt. Het merendeel werd gedood door het leger en knokploegen, maar ook Rohingya strijders hebben burgers omgebracht.
Ook over de rol van ARSA zijn vragen te stellen. De timing van de aanvallen is op z'n minst verdacht. De organisatie moet geweten hebben dat deze operatie de implementatie van het rapport in de wielen zouden rijden en een nietsontziende reactie van de veiligheidstroepen tot gevolg zou hebben. Het is heel goed mogelijk dat ARSA aanstuurt  op escalatie en daarvoor eigen burgers opoffert.
Terwijl de klok voor het vinden van een niet-militaire oplossing harder tikt dan ooit, lijkt het leger uit op een definitieve verdrijving van de Rohingya's. In die zin komt het geweld van ARSA de legertop prima uit.


Terecht nemen journalisten het beleid van Aung San Suu Kyi en haar regering kritisch onder de loep. Maar hun obsessie voor The Lady is zo groot, dat de man die opdracht geeft tot deze gruwelijke operatie buiten beeld blijft. Zijn naam is generaal Min Aung Hlaing.