woensdag 30 juni 2010

Niet Opnemen

Als Najib minstens drie keer: “I am so sorry” zegt voordat hij van wal steekt, weet ik dat zijn verhaal over vrouwen gaat. Zoals toen hij de legende vertelde over Emir Abdur Rahman, de heerser die eind negentiende eeuw de scepter zwaaide over Afghanistan. Rond de vijver in zijn paleistuin liet hij tientallen Afghaanse schonen verpozen. Naar verluidt gooide de emir elke dag een appel in het water en wie de vrucht bemachtigde mocht (hier volgt vijf keer: “I am so sorry”) de nacht met hem doorbrengen.
Omdat Najib vaker met journalisten werkt, is hij contact met vrouwen die geen directe familie zijn gewend. Voor de meeste Afghaanse mannen is die omgang zo ongewoon dat zelfs het horen van een onbekende vrouwenstem opwinding veroorzaakt. Zo kan het gebeuren dat ik op de meest ongeschikte momenten telefoontjes krijg van mannen die mijn mobiele nummer ergens op de kop hebben getikt. De effectiefste methode om van zo’n beller af te komen is een Afghaan aan de lijn te laten die zijn sexegenoot op barse toon tot de orde roept. Sommige van mijn wraakgieriger vriendinnen stoppen de mobiel in hun tas en laten de verbinding lopen zodat de beller door zijn krediet heen raakt. Ik sla de nummers na zo’n eerste keer op onder: Niet Opnemen. Ik ben al tot Niet Opnemen 11.

dinsdag 29 juni 2010

Natuurlijke vijanden

“Journalisten.” De stugge gezichten en het gemompel van de twee Nieuwzeelandse militairen bij de betonnen muren van de ingang van het ISAF hoofdkwartier in Kabul spraken boekdelen. Media zijn bepaald niet populair nadat een artikel in het Amerikaanse muziekblad Rolling Stone het aftreden van generaal McChrystal veroorzaakte. Al was de Amerikaanse topmilitair bij lang niet alle manschappen geliefd omdat hij strengere geweldsinstructies instelde die soldatenlevens kostten en ook de hamburgertenten op de bases liet opdoeken, nu hij publiekelijk onder vuur is komen liggen sluiten de militaire gelederen zich blijkbaar. Ook een van de voorlichters van de internationale troepenmacht ISAF vond dat de journalist die de denigrerende opmerkingen van de generaal over zijn politieke bazen in Washington publiceerde, zijn boekje te buiten is gegaan. Nadat de mediaman zijn kritiek gespuid had, liet hij zien hoe de strenge geest van McChrystal ook in het hoofdkwartier nog rondwaarde. Bij een parkje met houten picknicktafels en zitjes dat zo ongeveer het enige groen was in de wereld van betonnen muren en containers zei hij: “Hij wilde de bomen omhakken en een schietbaan aanleggen." Hij concludeerde enigszins onlogisch: "Hij was een asceet.”
Er zijn geen aanwijzingen dat de Amerikaanse journalist in het gewraakte artikel ook maar iets uit zijn duim gezogen heeft. Bovendien zijn de spanningen tussen de militairen en de politici over het Afghanistan beleid en de botsingen tussen de diverse ego's berichten waar het publiek dat de oorlogsinspanningen financiert, recht op heeft. Maar de ergernis die de publicatie bij veel militairen veroorzaakte, legt de ingewikkelde relatie tussen legers en media bloot. Blijkbaar verwachten sommige militairen toch een zekere loyaliteit en discretie als journalisten in hun kringen worden toegelaten, vooral als het er minder mediageniek aan toe gaat. Maar media en militairen zijn geen bondgenoten. Hooguit zijn we af en toe een soort gedwongen lotgenoten. Nu het in Afghanistan slechter loopt dan was voorspeld en spindokters hun uiterste best doen om met goed nieuws te komen, zijn we meer dan ooit elkaars natuurlijke vijanden. En het is zoals een oude rot in het vak zei: “Wie aardig gevonden wil worden moet niet in de journalistiek gaan.”

donderdag 24 juni 2010

De aswolk en de generaal

Zo gooide de Ijslandse aswolk na alle drama’s ook nog roet in het eten voor McChrystal. Gestrand in Parijs met het militaire superteam kreeg een verslaggever van Rolling Stone een heel wat ontluisterender kijkje in de keuken dan goed was voor de carriere van de Amerikaanse generaal. De denigrerende opmerkingen over zijn bazen in het Witte Huis legden een verontrustend gekibbel tussen de militaire en de politieke top en een gebrek aan eenduidige visie bloot.
En de gevolgen voor Afghanistan? De counterinsurgency en ‘hearts and minds’ strategie van de ontslagen workaholic generaal die zelden meer dan vier uur slaapt, wordt ongetwijfeld door zijn opvolger Petraeus grotendeels voortgezet. De aanpak komt toch al uit diens koker uit de periode dat hij in Irak de militaire scepter zwaaide. Het is overigens een nogal overschat succes want veilig (naar schatting nog altijd 300 burgerdoden per maand), stabiel, wederopgebouwd en democratisch is Irak bij lange na niet. Bovendien is een van de belangrijkste redenen voor de afname van het geweld een hele trieste. Bagdad is sektarisch opgedeeld, vele soennieten en gematigde sjiieten zijn gedood of het land uit gevlucht. Zoals een Iraakse vriendin cynisch opmerkte: "The job is done."
In het ziekenhuis van Kandahar kon ik rond de bedden van gewonden van een bomexplosie bij een bruiloftsfeest niemand vinden die niet geloofde dat de Amerikanen het huwelijk hadden gebombardeerd. Alle feiten wezen er op dat het een zelfmoordaanslag was geweest. Bij het winnen van ‘hearts and minds’ gaat het echter niet alleen om de feiten, maar vooral ook om percepties. En er zijn maar weinig Afghaanse percepties waarin de Amerikaanse troepen niet als vijand figureren. Daar verandering in brengen is moeilijk zo lang de ziekenhuizen vol zijn.

woensdag 23 juni 2010

Terug in Kabul

De logica van Najib was als gewoonlijk onweerlegbaar. Toen ik vertelde dat de Taliban mullah in Kandahar geen buitenlandse troepen duldde, fulmineerde hij: “En toen de Taliban de dienst uit maakte dan? Het krioelde van de buitenlandse strijders: Arabieren, Tjetsjenen, Pakistanen enzovoort.” Hij vond het maar niets dat ik dat de geestelijke niet ingepeperd had.
Aangezien ik een week was weggeweest namen we het nieuws in Kabul door. Najib fileerde het bericht dat in het kader van meer transparantie de tegoeden van de president en hoge politici openbaar werden gemaakt: “Je denkt toch niet dat die leiders dom zijn? Het geld is in handen van allerlei familieleden en die hoeven niets te declareren.”
Er zijn maar weinig onderwerpen die Najib zo nijdig maken als corruptie. Terwijl zijn tirade voortduurde, wees hij voor de zoveelste keer aan wie de eigenaren waren van de protserige huizen die we passeerden. Najib heeft namelijk de kennis van een goed geinformeerde makelaar. Het leek me dat die informatie voor een ontvlambaar man als hij een zware last moest zijn.

maandag 21 juni 2010

War Games



Het boek War Games van Linda Polman wordt gretig gelezen in Afghanistan

zondag 20 juni 2010

De Karzaitjes van Kandahar

Een avond bij de neefjes Karzai bleek een inzichtelijke aangelegenheid. Het gastvrije duo had het gerieflijk in hun villa in Kandahar. Elk een gelikte Apple laptop en een blackberry, een arsenaal aan speelfilms, personeel dat de sterren van de hemel kookte en een loopband om de overtollige kilo’s er weer af te rennen. “Als we geen eigen omgeving creeeren worden we hier binnen een week knettergek,” zei een van het tweetal. Hun wereld was piepklein vergeleken bij het bestaan in de Verenigde Staten waar ze opgroeiden. Als neven van de president en van diens halfbroer Ahmed Wali Karzai, een machtig man in Kandahar, zijn ze een gewild doelwit voor aanslagen en ontvoeringen. De afgelopen maanden vervingen ze al zestig keer kapotgesprongen ramen. Zonder een gepantserde fourwheeldrive en dertig lijfwachten begaven ze zich niet buiten de zwaarbewaakte compound. Een paar jaar geleden verlieten ze de Amerikaanse westkust om hun ooms bij te staan in het proces van wederopbouw. “Wij zijn de tribale leiders hier,” zei de jongste van midden twintig. Die positie als adviseurs combineren ze met hun baan als eigenaren van een bedrijf dat logistieke werkzaamheden voor de buitenlandse troepen verricht. “A dog eat dog world,” omschreef hij de miljoenbusiness met honderden bedrijven die niet zelden letterlijk om contracten knokken. Het gesprek kwam ook nog op een bekende van de Nederlanders: Matiullah Khan, een krijgsheer uit Uruzgan die in de beveiliging zit. Vooral de Amerikanen betalen miljoenen aan zijn maffianetwerk om hun bases te bevoorraden. Dit tot ergernis van de Nederlanders die probeerden hem opzij te zetten, (maar die uiteraard voor hun toelevering evenmin om zijn wijdvertakte connecties heen kunnen). De Karzaitjes lachten om die polderpogingen. Volgens hun visie op het nieuwe Afghanistan was Matiullah juist de man om zaken mee te doen. Hij hield de boel op orde zeiden ze.

woensdag 16 juni 2010

De mullah en de Taliban gedichten

Zwetend in mijn burka ging ik bij de mullah op bezoek. De ommuurde tuin even buiten Kandahar was een paradijsje van stokrozen, geraniums en wijnranken. De kale rotsen die zijn huis omringden, kleurden roestbruin in de late middagzon. Met behoedzame gebaren schonk de mullah pepsi over het ijs in de ranke beschilderde glaasjes. Hij was een man die schoonheid apprecieerde, had mijn Afghaanse collega me al verteld. Toen zei hij met een lachje op zijn bebaarde gezicht: “Bel me op mijn mobiele telefoon.” Zodra de verbinding was gemaakt klonk als beltoon een gekwelde stem door de vredige omgeving. Het was een tekst van Abdul Aziz, een van de populairste dichters van de Taliban. “ Ik vrees niet voor het verlies van mijn leven of mijn huis. Ik ga een zelfmoordaanslag plegen en ik zal die taak met al mijn inzet uitvoeren.”
Terwijl hij de telefoon uitzette zei de mullah met overduidelijke passie in zijn stem: “Naar dat gedicht luister ik ieder etmaal.” Er zijn veel meer Kandahari's die net als hij verklaren dat het strookt met de principes van de islam om bezetters te vermoorden. Ook in de conservatieve Pashtuncultuur is het verdrijven van ongewenste vreemdelingen een heilige taak. “Het zijn emotionele teksten en ze motiveren ons om het land te verdedigen tegen buitenlanders,” legde de mullah de aantrekkingskracht van de Taliban poezie uit. Sommige gedichten gaan over de islam en over de liefde en ook die onderwerpen raakten een snaar bij de geestelijke. We zaten er aangenaam bij in de minikeukenhof en er was veel te vragen, maar de zon begon te dalen en de mullah moest zich voorbereiden op gebed. Op de valreep verwoordde hij nog het standpunt van de Taliban: “Zolang zich buitenlandse legers op ons grondgebied bevinden zal er in Afghanistan geen vrede zijn.”

woensdag 2 juni 2010

Vrede en oorlog

Taliban-jan noemde president Karzai vanmorgen de opstandelingen tijdens zijn openingsspeech voor het vredesoverleg. Het is onder vrienden een gangbare term om genegenheid te tonen. Een minuutje of tien later kwam de reactie van de Taliban-jan: raketten. Rondom het universiteitsterrein waar de driedaagse bijeenkomst wordt gehouden, ontstond een pandemonium. Nog meer explosies, geweervuur, helikopters. Politie, leger en anti-terreureenheden raasden rond op zoek naar de daders. De 12000 veiligheidstroepen hadden niet kunnen voorkomen dat de drie of vier zelfmoordenaars, volgens regeringswoordvoerders deels vermomd in burka de omgeving waren binnengedrongen met raketten en geweren.
Golden Tour taxiservice deed zijn naam eer aan, want nadat we ons door de paniekerige controleposten hadden heengekletst, reed de chauffeur zonder blikken of blozen in de richting van het geweervuur. Een paar uur later waren de daders gedood en een van hen opgepakt en de rust keerde weer. Al viel de materiele schade met twee gewonden mee, het was een symbolische knauw voor een overleg dat toch al met zo veel scepsis was omgeven.
Massaal waren de internationale media neergestreken in Kabul om verslag te doen van het overleg van 1600 uitgekozen gedelegeerden die een route en mechanisme moeten vinden voor vrede met de Taliban en andere gewapende opstandelingen. Internationale donoren hadden hun beurzen getrokken, posters met vredesduiven waren opgeplakt, het jeugdorkest had ijverig geoefend op het volkslied en er was tot het laatste moment aan het wegdek geklust.
Maar de geldverslindende gebeurtenis die internationaal voor zoveel ophef zorgde, werd in Afghanistan met heel wat minder aandacht en enthousiasme gevolgd. Ik trof nogal wat mensen die de bijeenkomst volledig was ontgaan. Anderen meenden dat het evenement iets met de aanstaande parlementsverkiezingen te maken had. En wie er wel van op de hoogte was, reageerde meestal met scepsis. De gedelegeerden waren immers door de regering uitgekozen en de bijeenkomst was streng geregisseerd. Sommige deelnemers maakten zelfs een angstige indruk. Ook ging het hardnekkige en wat mij betreft zeer geloofwaardige gerucht dat de slotverklaring allang op papier stond. “Er zijn al zo veel grote vergaderingen geweest en ze hebben nooit vrede gebracht,” verwoordde een onderwijzer in de westelijke stad Herat de mening van velen. Een man met een spierwitte baard, brilleglazen als jampotjes en een wandelstok die glansde alsof hij speciaal voor de gelegenheid opgewreven was, zei nadat hij uit de jirga kwam: “Toen ik senator was, waren de deelnemers door de bevolking uitgekozen en ze hadden een rein hart.” Na die vermanende woorden wandelde hij kalmpjes het zwaarbewaakte wegdek op.