woensdag 28 juli 2010

Postzegel Uruzgan

Het is altijd weer even wennen die overstap van de ene wereld naar de andere. Maar het is na al die jaren van reizen wel een vertrouwde vorm van bevreemding, dus dat scheelt. Veel onbevattelijker is het om te merken hoe de meeste Nederlandse media aan de vooravond van het vertrek van de troepen het even tragische als complexe verhaal van Afghanistan reduceren tot postzegel Uruzgan. De vraag wat ons leger daar wel of niet of slechts ten dele heeft klaargespeeld is natuurlijk een legitieme, maar het lot van Afghanistan zal er niet van afhangen. En dat lot, daar was het bij de Nederlandse inzet naar verluidt toch allemaal om begonnen?

zaterdag 17 juli 2010

Afscheid

Najib was in een bespiegelende bui. “Het leven is een gok. Soms gok je goed, soms gok je fout,” zei hij. Misschien kwam zijn stemming door mijn verhaal over de stervende Afghaanse militairen die ik zojuist in het ziekenhuis had gezien. Een vader die in het hospitaal werkte had min of meer bij toeval in het levenloze lichaam dat alleen nog dankzij een beademingsapparaat op deze wereld werd gehouden, zijn zoon ontdekt. Misschien kwam het door de passagier die met ruzie uit een taxi naast ons stapte. Terwijl hij aan zijn mouwloze vest rukte schreeuwde hij : “Meer geld heb ik niet. Moet ik je soms mijn kleren geven?” Het schokte Najib dat de taxichauffeur na die woorden geen mededogen toonde. Misschien kwam het ook door het naderende afscheid en ons gesprek over wat 4,5 maand in zijn land mij aan impressies opgeleverd had. De meesten waren grimmig. Heel grimmig zelfs.
Ondertussen bloeiden de zonnebloemen bij mijn tijdelijke thuis alsof Afghanistan niets dan goeds te wachten stond.

donderdag 15 juli 2010

Visvangst


Een dag tevoren hadden de Afghaanse militairen met wie ik op pad was een minibus met explosieven onderschept. Na al dat harde werken was het tijd me hun favoriete plek te laten zien vonden ze. Een meer van wazig smaragd waar ze op Afghaanse wijze vissen vingen. "Ik ben verliefd op mijn land," zei een van hen terwijl de kogels van een M 16 geweer in het roerloze water knalden.

zondag 11 juli 2010

Bij het Afghaanse leger

De hele dag was het verpletterend heet geweest in het Afghaanse legerkamp in Helmand. Nu bracht een briesje verkoeling en zo te horen beviel dat ook de krekels die zich ergens in het tuintje tussen de jonge amandelbomen en druivenranken verscholen. Melancholie hing in de schemerlucht. Aan een tafel vol frisse schijven watermeloen en glazen thee deelden de Afghaanse commandanten bij wie ik logeerde hun herinneringen. Dertig jaar vechten had zijn sporen nagelaten. De een was een fiks aantal kiezen en de punt van zijn tong kwijt. De ander dacht er nog vaak aan hoe een Russische mijn net nadat hij zich 28 jaar geleden had verloofd de linkerhelft van zijn lichaam tijdelijk had verlamd. Het waren verhalen die ze verzwegen voor hun familie en ze wilden niet dat hun zonen in het leger zouden gaan. Ver weg van het comfortabele hoofdkwartier in Kabul was oorlog niet iets heroisch of iets waar ze trots op waren. Het was gewoon iets waarvan ze wilden dat het ophield.

zaterdag 10 juli 2010

Militaire vragen

Toen ik in mijn burgerkloffie zonder helm en scherfvest de ISAF basis van Lashkar Gah binnenliep, voelde ik me een wezen van een andere planeet. Een wirwar van afkortingen vloog me om de oren. De vertrouwde kaart van Afghanistan veranderde in een onbekende plattegrond van legerkampen als Bastion en Robinson, genoemd naar een Britse militair die was omgekomen. Er was ook een basis die Leatherneck heette. Bij die naam kon ik me gezien de meedogenloze zon wel iets voorstellen, maar later hoorde ik dat het vooral te maken had met de zware bepakking die de Amerikaanse mariniers meezeulden. Ik wilde weten wie die namen zoal bedacht, maar dat kon niemand me vertellen.
Het merkwaardige was dat de mannen met wie ik zat te wachten op een helikopter die me van de internationale basis naar het Afghaanse leger zou brengen, mij als een soort deskundige beschouwden, toen bleek dat ik mijn tijd buiten het militaire apparaat doorbracht. Vrijwel allemaal hadden ze twee dezelfde vragen: “Wat denk je van de veiligheid?” En: “Boeken we vooruitgang?” Toen ik een Britse legerarts vroeg wat hij dacht dat er bereikt was zei hij: “De vooruitgang is dat onze technieken om de gewonden medische hulp te geven verbeterd zijn.” Na dat antwoord zaten we een tijdje zwijgend tegenover elkaar op de lege munitiekisten in de bloedhete tent.

vrijdag 9 juli 2010

Punctuele Taliban

De Taliban commandant en zijn collega waren stipte types. Exact op het afgesproken tijdstip kwamen ze op hun brommer aangetuft. Het voorgeprogrammeerde verhaal dat ze vertelden was bekend: ze wilden een islamitische staat en de belangrijkste reden waarom ze vochten waren de buitenlandse infidels. Veelzeggender vond ik hun houding en de lokatie voor de ontmoeting. Ze zaten er zelfverzekerd bij in het lemen huis langs een zandpad een paar kilometer ten westen van de provinciehoofdstad Lashkar Gah. Zo klein is dus het gebied dat de overheid en de buitenlandse troepen ondanks een groot offensief eerder dit jaar enigszins onder controle hebben.
Toen het tweetal weer op hun bromfiets stapte, dacht ik aan het adagium van Kissinger uit de Vietnam oorlog: "A guerilla wins if he does not lose."

donderdag 8 juli 2010

Little America

Gastvrijheid is een groot goed in Afghanistan, maar met zoveel enthousiasme als in Lashkar Gah was ik al die maanden nog niet begroet. Op de drempel van haar huis in de hoofdstad van de provincie Helmand gaf een verschrompeld vrouwtje me drie klapzoenen. Vervolgens kneep ze kirrend in mijn kin, terwijl haar witgekuifde man plechtig “Welcome, welcome,” zei. Het oude echtpaar had in de jaren zestig voor de Amerikanen gewerkt en mijn verschijning maakte overduidelijk goede herinneringen los. Zij fabriceerde kleding en speelgoed, hij beheerde een warenhuis met machine-onderdelen. Tientallen Amerikaanse families die betrokken waren bij ontwikkelingsprojecten, woonden in de stad en de gouverneur had zelfs een Amerikaanse echtgenote. Little America heette in die jaren het gebied dat nu vooral vanwege gevechten en opiumproductie het nieuws haalt. “Het was vrede en ik had een baan,” zei mijn nieuwe kennis. Ze kwekte er zo geanimeerd op los dat haar man nauwelijks gelegenheid kreeg een duit in het zakje te doen. Na een paar dagen in het zuiden waar vrouwen vrijwel onzichtbaar zijn of in vormloze lappen veranderen zodra er een man in de buurt komt, vond ik die gang van zaken een verademing. Ze vertelde met weemoed over de chocolate bars die ze kreeg als extraatje wanneer ze goed werk afleverde. Als ze de Amerikaanse troepen nu zou tegenkomen zou ze graag Hi tegen ze zeggen. Ze deed het voor met een gedecideerd handgebaar. Maar die kans was klein, want vanwege haar hoge leeftijd verliet ze maar zelden het huis dat zij en haar man met hun salaris van destijds hadden gebouwd. Toen een paar uur later op de weg buiten de stad drie pantserwagens me tegemoet reden, dacht ik aan hun verhalen. Ik kon me nauwelijks een ironischer wending van de geschiedenis voorstellen

dinsdag 6 juli 2010

Najibs woordenboek

Engelen: special forces from the God
Een zelfmoordaanslag: a body bomb
Een schildpad: a tank animal
Zwart geld: haram money
Een terrarium : a mini zoo

zondag 4 juli 2010

The Dutch Approach


Opgetogen wees een van de Afghaanse bewakers van de Nederlandse ambassade naar de kleine strook aarde voor de ingang. Daar deden hashplantjes hun best om volwassen te worden. Volgens een kenner kon je er net een joint of twee van rollen.