zaterdag 21 januari 2012

En toen gebeurde het



"Vraag dan!" riep een Birmese collega toen ik op de luchthaven van Rangoon tegenover Jimmy stond. Maar de journalistieke distantie liet me hopeloos in de steek. Ik wilde niets vragen. Ik wilde alleen maar 'Welkom terug' tegen Jimmy zeggen. Hij grijnsde. Zijn vrouw Nilar Thein, die een paar uur eerder de gevangenis had verlaten, stak haar duim naar me omhoog. Op haar schoot barstte kleuterdochter Sunshine in snikken uit onder al het geklik van de camera's die de vrijlating van haar ouders en tientallen andere prominente dissidenten vastlegden.
Mijn visum was al op 10 januari verlopen, maar iets zei me dat ik nog niet weg kon uit Rangoon. 13 januari werd een historische dag in Birma.

vrijdag 2 december 2011

Letters to Burma of Myanmar?

Natuurlijk hadden de dames Clinton en Suu Kyi afgesproken om kleding en kapsels op elkaar af te stemmen zodat ze als dikke vriendinnen voor de camera's verschenen voordat ze aan tafel gingen. Ook over de aanduiding van het land was nagedacht. Werd het Burma of toch maar Myanmar zoals de autoriteiten het graag horen? Clinton meed die netelige kwestie zo veel mogelijk door over 'dit land' te spreken. Haar baas koos voor Burma zoals uit onderstaande brieven blijkt.

To
Daw Aung San Suu Kyi:

It was a pleasure and an honor to speak with you recently. As I said during our conversation, I have long admired your brave and unwavering struggle for democracy, and I consider our conversation a highlight of my recent visit to Asia.

I am pleased that the Burmese government has taken several encouraging steps in the direction of democracy and reform. Secretary of State Clinton's visit will explore how the United States can support efforts to foster political opening and respect for universal human rights, as well as demonstrate the seriousness of our commitment to helping the people of Burma achieve their democratic aspirations.

I thank you for your welcome of the Secretary's visit, and look forward to speaking to you again. Thank you for the inspiration you provide all of us around the world who share the values of democracy, human rights, and justice. We stand by you now and always.

Sincerely,
Barack Obama
---------------------------–

To
His Excellency
Thein Sein,
President of the Union of Burma, Naypyidaw

Dear President Thein Sein:

I am please we had an opportunity to see each other in Bali, at the U.S.-ASEAN Leaders Meeting two weeks ago. I am encouraged that under your leadership your country has undertaken several encouraging steps on the path toward reform.

I have asked Secretary of State Clinton to visit your country to discuss your vision for reform, explore how the United States can support and advance your efforts to transition to democracy and promote protection of human rights, and talk directly to your government and citizens about prospects for enhancing relations between our two countries. To that end, she will engage your government about our continuing concerns in the spirit of mutual interest and mutual respect. There is much work to be done, and as Secretary of State Clinton and I have said previously, the United States stands ready to serve as a genuine partner in your effort to achieve lasting change.

I appreciate your government's help in planning and preparing for this milestone visit. I look forward to hearing the tangible outcomes of Secretary Clinton's discussions, which we all hope will put us on a path to a new phase in our bilateral relationship.

Sincerely,

Barack Obama

donderdag 1 december 2011

Een nieuw groot spel

De moderne Amerikaanse ambassade aan het Inya meer in Rangoon oogt symbolisch. Het complex is ambitieus van opzet, maar het zit zonder ambassadeur. Uit protest tegen het militaire regime nam sinds 1990 een zaakgelastigde de diplomatieke honneurs waar. Maar de verhuizing naar een opvallend groot nieuw onderkomen een paar jaar geleden, gaf al aan dat de Amerikanen ondanks de bekoelde betrekkingen het land wel degelijk in het vizier hielden.
Vandaag is het zo ver: in haar lichtblauwe broekpak poseert Hillary Clinton handenschuddend met de Birmese president Thein Sein voor de camera's. Voor het eerst in ruim vijftig jaar zet een Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken voet op Birmese bodem. Het bezoek vormt een vervolg op de ‘flickers of progress’ die Obama onlangs constateerde. De nieuwe Birmese regering van voornamelijk militairen in burgerkleding die eind maart aantrad, voerde sneller dan verwacht een aantal politieke en economische hervormingen door, overlegde rechtstreeks met oppositieleidster Aung San Suu Kyi en liet ongeveer tweehonderd politieke gevangenen vrij. Met haar bezoek moedigt Clinton deze ontwikkelingen aan, maar ze zal tegelijkertijd ook duidelijk maken dat verdere stappen nodig zijn, zoals vrije en eerlijke tussentijdse verkiezingen, vrijlating van alle naar schatting 1700 politieke gevangenen en een oplossing voor de conflicten met de etnische minderheden.
Er gaat uiteraard ook een minder altruistische agenda schuil achter Clintons historische ontmoetingen met president Thein Sein en Aung San Suu Kyi. Onder de regering van president Bush gingen de Amerikaanse aandacht, geld en middelen vooral naar Afghanistan en het Midden-Oosten. Het is duidelijk dat Obama de Amerikaanse invloed in het enigszins verwaarloosde Zuidoost-Azie wil uitbreiden. Op de recente top op Bali kondigde de Amerikaanse president de aanleg van een nieuwe marinebasis in Australie aan, en besprak nauwere militaire samenwerking met de Filippijnen en het plan voor het opzetten van een regionale vrije handelszone. Daarmee hopen de Verenigde Staten de flink toegenomen dominantie van China in de regio te dammen. Bij dit buitenlandbeleid neemt Birma een belangrijke positie in. De Westerse aanpak van politieke en economische sancties gaf China de afgelopen twintig jaar vrij spel in het zuidelijke buurland. Zo verschafte China zich niet alleen toegang tot de Birmese afzetmarkt en de talloze natuurlijke hulpbronnen, maar ook tot de zuidelijke wateren die een belangrijke strategische doorgangsroute zijn.
De nieuwe regering van Birma is uit op internationale erkenning en economische steun. In ruil voor de prille hervormingen achtte ASEAN, de Associatie van Zuidoostaziatische Naties, de tijd rijp om het zwarte schaap in hun midden al te belonen met het voorzitterschap van de associatie voor 2014. Van de Verenigde Staten hoopt de regering op opheffing van de economische sancties en het groene licht voor het hervatten van steun uit internationale instituten zoals het IMF en de Wereldbank. Maar er speelt meer. Het is een publiek geheim dat ook een aantal van Birma’s nationalistische leiders al jarenlang in hun maag zitten met de Chinese dominantie. Het recente stopzetten van een megadam voor elektriciteit voor China vormde daarvan een duidelijk bewijs. Zo vallen ironisch genoeg de belangen van de Birmese ex-militairen en die van hun Amerikaanse criticasters samen. Clinton moet tijdens haar bezoek de Amerikaanse geopolitieke agenda voortzetten en tegelijkertijd voorkomen dat ze de Burmese ex-generaals te vroeg een stempel van volledige goedkeuring geeft. Niet alleen China maar ook China’s regiorivalen Japan en India slaan de ontwikkelingen met argusogen gaande. Zo is pariastaat Birma veel sneller dan verwacht het speelterrein van een geopolitieke machtsstrijd geworden.

dinsdag 11 oktober 2011

Wachten in Birma

De beroemde komiek Zarganar was een van de eersten die vanmorgen zijn cel in de afgelegen gevangenis in Myitkyina, Noord-Birma kon verlaten. Het wachten is op zijn nieuwste politieke grappen. Het wachten is ook op de vrijlating van al die andere internationaal minder bekende, maar voor Birma zeer belangrijke dissidenten.
Vandaar dus dat zojuist een Birmese vriend in Rangoon reageert met: 'Exciting and...confusing.'
Zarganar kennende zal hij alles doen wat in zijn vermogen ligt om de andere gevangenen vrij te krijgen. Hij zal dat doen met humor en de bereidheid met iedereen te praten, ook met degenen die hem achter de tralies stopten. Alleen daarom al is het goed nieuws dat hij weer van zich kan laten horen.
En laten we for the record temidden van de vreugde toch ook nog even een misvattinkje wegwerken: concessies als bovenstaande zijn niet zonder meer het gevolg van Westerse druk en sancties. Die konden de autoriteiten namelijk niet zo heel veel schelen zolang landen uit de regio de kas flink spekten. Maar de Chinese overheersing liep nogal uit de hand. De zorg daarover speelt een grote rol bij de toegemoetkoming aan Westerse eisen tot hervorming.

De cruciale vraag

Burma's Best and Brightest - behind bars:
Min Ko Naing, Ko Ko Gyi, Htay Kywe, Jimmy, Nilar Thein, Aint Bwe, Pyone Cho, Khun Htun Oo, Sao So Hten, Su Su Nway, Hla Hla Win, Zaw Htet Ko Ko, Ashin Gambira, Zarganar en vele vele anderen. Hun misdaad? Ze waagden het te zeggen wat er niet deugde in hun land. Het vonnis daarvoor luidde 20 jaar, of 35 of 52 of 65 of 109 of nog langer.


Al dagenlang gonst het in Birma van de geruchten dat politieke gevangenen zullen worden vrijgelaten. Ook de staatstelevisie kondigde aan dat de poorten open gaan - al werd de term 'politieke' zoals gewoonlijk vermeden.
Maar wie zullen het worden? Dat is de cruciale vraag.
Voorheen waren dissidenten onder de vrijgelaten gedetineerden slechts een minderheid en de meest prominente moesten blijven zitten waar ze zaten. Steevast vormden plukjes politieke gevangenen het wisselgeld op strategisch belangrijke momenten - als de pr zijn werk gedaan had werden ze vaak weer opgepakt.
Toch zijn er genoeg aanwijzingen dat het deze keer hoopvoller zou kunnen lopen. En tot hoeveel concessies Suu Kyi ook bereid mag zijn nu ze met de regeringsleiders aan de overlegtafel zit, over de politieke gevangenen zal ze nooit compromissen sluiten. Zoveel is zeker. Stay tuned.

vrijdag 7 oktober 2011

Say No More

De stand van zaken in Afghanistan volgens de zeer gerespecteerde denktank AAN http://aan-afghanistan.com/index.asp?id=2122

Vijf miljard vliegen en de media

Five billion flies can't be wrong eat more shit*, lijken steeds meer media te denken. (Rest nog een paar miljard vliegen met een andere culinaire voorkeur, maar over dat stokpaardje later weer eens.)
Veel shit dus. Hoe deden wij journalisten het in de ruim tien jaar sinds de War on Terror begon?
Aan de vooravond van de oorlog in Irak ontmoette ik een Amerikaanse collega die met een opblaasbaar bootje vanuit Syrië naar Koerdistan was geroeid. In het holst van de nacht over een grensrivier die raasde als een opstijgend vliegtuig en met op beide oevers veiligheidstroepen die een behoorlijk nare reputatie hadden. Die gedrevenheid om hoe dan ook ter plekke te willen zijn houdt een journalistiek principe hoog in de traditie van wijlen Ryszard Kapuscinski. In zijn boek Another Day of Life vertelt de Poolse veteraan hoe hij in de zomer van 1975 een telefoontje van zijn redacteur kreeg met de vraag of hij het laatste vliegtuig naar Angola waar een burgeroorlog dreigde, wilde nemen. In een dergelijke situatie zeg ik altijd ja, zo redeneerde Kapuscinksi. Ook hij voelde die onweerstaanbare drang om getuige te zijn van de geschiedenis. Bovenstaande anekdotes zouden het in Nederland leuk doen aan de borreltafel, maar ik durf te wedden ze in professionele kringen met veel minder enthousiasme worden begroet of zelfs onomwonden afgedaan als te roekeloos.
Wie verslag wil doen vanuit conflictgebieden moet zich in Nederland vaak verweren tegen bezwaren van redacties en collega’s. Een aantal van de tegenwerpingen zoals die over de risico’s zijn legitiem. Dat geen verhaal een mensenleven waard is, is behalve een cliché ook nog altijd een relativerende en nuchtere opmerking temidden van het opgefokte circus waarin oorlogsverslaggeving maar al te vaak ontaardt. Het is te prijzen dat redacties zich zorgen maken over de veiligheid van hun correspondent. Dan is er het bezwaar van de hoge kosten. Dat media hun budgetten in de gaten moeten houden en moeite hebben met de exorbitante verzekeringspremies die het werken in veel conflictgebieden tegenwoordig met zich meebrengt, is ook alleszins begrijpelijk. Maar het lijkt wel alsof die discussie over de bezwaren een eigen leven is gaan leiden en belangrijker geworden is dan het verhaal zelf. Alsof de beslissing al dan niet medewerkers te sturen eerst bepaald wordt door de risico’s en de kosten en vervolgens pas door de importantie van het verhaal – een bureaucratisch aandoende volgorde die volkomen strijdig is met de aard van het journalistieke vak.
Juist kleinere media zoals de Nederlandse kunnen een duidelijke toegevoegde waarde hebben. Ze kunnen de jacht op het grote nieuws, die deprimerend veel weg heeft van het gedrag van apen op een overvolle rots, voor een groot deel aan de persbureaus overlaten en kiezen voor een eigen verhaal. En dan bedoel ik een verhaal dat verder gaat dan het postzegeltje van Onze Jongens op hun missie. Ze kunnen duidelijk maken dat de werkelijkheid van de langsflitsende beelden op het televisiescherm en die van de feitelijke persberichten een veel te simplistische werkelijkheid is. De lijst van vergeten onderwerpen is eindeloos: Het cruciale gegeven dat India en Pakistan hun eigen oorlog uitvechten in Afghanistan, de privatisering van de oorlogsmachine die tot vreselijke excessen leidt, de tegenstanders van de regering Karzai die veel diverser zijn dan het etiket Taliban doet voorkomen, de effecten van de War on Terror tot ver buiten de landen waar die gevoerd wordt. En last but not least: hoe hoog de prijs is die de bevolking van Irak en Afghanistan betaalt voor deze oorlog. Dat laten de media maar zelden zien. Clichés en stereotypen zoals die van weeklagende vrouwen en schietende mannen komen heel wat vaker voor dan impressies van normale burgers. En er is nog altijd veel te weinig informatie over hun gedachtewereld en hun leven van alledag. Het lijkt wel of het principe van hoor en wederhoor een geruisloze dood gestorven is. Wie echt wil weten hoe het de inwoners vergaat in hun overhoop gehaalde land en wat hun belevingswereld is, moet zich verlaten op weblogs van jongeren en lokale journalisten. Het zijn deze kleine, persoonlijke kronieken die beklijven, veel meer dan de nieuwsflitsen of de pief paf poef verhalen die na verloop van tijd allemaal op elkaar lijken en een afstompende werking hebben.

*Uit: Adriaan van Dis Leeftocht

dinsdag 4 oktober 2011

Lady of No Fear

Gisteren bekeek ik op het boeddhistisch filmfestival in Amsterdam opnieuw de documentaire over Aung San Suu Kyi Lady of No Fear.
Ik wilde de film nogmaals zien omdat tijdens de vorige vertoning de maakster me bij mijn oordeel danig in de weg zat. Zij meende dat de oppositieleidster een harde ambitieuze vrouw was die het belang van haar land boven het welzijn van haar getraumatiseerde zoons had laten gaan. Ieder z'n opinie natuurlijk, en een beetje documentaire hoort mythes door te prikken, maar mij leek deze conclusie als je Suu Kyi en haar land niet persoonlijk kent, wel onthutsend kort door de bocht.
Deze keer probeerde ik zo onbevangen mogelijk te kijken. Hoe ontroerend en inzichtelijk sommige fragmenten ook zijn, toch blijft Lady of No Fear een film die Suu Kyi en haar complexe levensloop veel te weinig recht doet. Er worden personen geinterviewed die haar slechts van vroeger kennen en die hun verhaal al vaak vertelden. De meesten van hen zijn niet Birmees.
Het lijkt wel alsof Lady of No Fear met een zekere gemakzucht is geproduceerd. Zo vind ik het onbegrijpelijk dat een film die ambieert Suu Kyi te portretteren geen van haar jonge medewerkers die hun land ontvlucht zijn en die de oppositieleidster in haar nieuwe bestaan in Rangoon langdurig van nabij meemaakten, aan het woord laat. Zij hadden bovendien als geen ander weten uit te leggen hoe in de gruwelijke werkelijkheid van het leven onder een dictatuur het lot van een land en het lot van mededissidenten boven dat van dierbaren thuis kan gaan - hoe wreed dat ook is. Meer dan wilskracht, ambitie, historisch plichtsbesef of boeddhistische principes is het dat web van solidariteit en gedeelde noodlottigheid dat Suu Kyi zo onlosmakelijk met al die anderen verbindt - een band die wij in ons veilige bestaan maar moeilijk kunnen begrijpen.
P.S. Burma Soldier was ook op het festival te zien. Het aangrijpende verhaal van een soldaat die activist werd. De film biedt een zeldzaam kijkje in de keuken van de Tatmadaw (het Birmese leger)en werd met veel geduld, kennis en inlevingsvermogen door fotograaf Nic Dunlop gemaakt. Een aanrader.

maandag 3 oktober 2011

Nog meer Irrawaddy nieuws

Dit ontving ik zojuist van een kritische maar ook voorzichtig hoopvolle hoofdredacteur Aung Zaw. Voor het eerst in twintig jaar de stem van een prominent journalist uit de diaspora officieel in een publicatie in Birma.

Critical Interview by The Irrawaddy’s Editor Published in Local Journal
In a rare move, the Burmese press censorship board allowed a Rangoon-based journal to publish an interview with the editor and founder of The Irrawaddy. In his interview with Eleven Weekly journal, The Irrawaddy editor Aung Zaw shared his critical views on Burma's latest political developments and touched on the need for greater press freedom inside Burma. He also talked about the bilateral relationship between China and Burma after Burmese President Thein Sein surprisingly suspended the Chinese-backed Myitsone Dam project in Burma's Kachin State. Aung Zaw, a veteran exiled journalist, has extensively written about various aspects of Burma's military rule over the past two decades. The interview, the first of its kind with an exiled news editor by a local journal, was published in journal's weekly print edition and on its internet website.

zondag 2 oktober 2011

Afghanistan - een miniboek

Verschijningsdatum 7 oktober, tien jaar na het begin van Operation Enduring Freedom
Uit het voorwoord:
'....Maar voor het eerst van mijn leven zou ik ook een weblog bijhouden. Ik had flink tegengestribbeld toen vrienden daarop aandrongen. Ik was geen fan van blogs door journalisten. Die digitale producten vond ik vaak net als de berichten op facebook en twitter nergens over gaan, behalve over de afzender zelf. De gewoonte om via internet voortdurend in beeld te zijn, deed me denken aan het geduw en getrek van apen op een overvolle rots. Ik wilde als journalist gewoon ouderwets verhalen vertellen. Bovendien had ik daaraan mijn handen meer dan vol en zo’n blog schrijven zou alleen maar ballast zijn.
Ik had het grondig mis....'