dinsdag 9 februari 2021

De Tatmadaw is een vader en een moeder

Dit artikel dateert van 2017. Na de coup van 1 februari zijn de troepen net als tijdens de crackdowns van 1962, 1974, 1988 en 2007 ook in de steden van Centraal-Myanmar weer verschenen. Hier is een inkijkje in de aard van een leger dat al decennia de macht heeft. 

Wie door Centraal Birma/Myanmar reist zal niet veel van de Tatmadaw, het leger, merken. De militairen verblijven achter de muren van hun bases. De oorlog met de minderheden wordt in afgelegen gebieden uitgevochten waar weinig buitenlandse pottenkijkers zijn. De eindeloze sessies van mannen in uniform die decennialang de staatstelevisie domineerden, zijn grotendeels verdwenen, net als de meeste rode billboards die overal boodschappen verspreidden als “Alleen de Tatmadaw is een vader, alleen de Tatmadaw is een moeder”,  “De Tatmadaw en het volk zijn éen” en “De Tatmadaw zal de Unie nooit verraden.”

Die indruk van afwezigheid is bedrieglijk. Dankzij een lange geschiedenis van overheersing zit het militaire instituut nog altijd diep verankerd in alle aspecten van de samenleving.

Het was 1940 toen Aung San, de vader van Aung San Suu Kyi in het geheim de boot naar China nam om voor zijn onafhankelijkheidsstrijd tegen de Britse overheersers steun te zoeken bij de communistische partij. Maar hij belandde in Amoy, dat al bezet was door de Japanners. Zij zagen onmiddellijk de bruikbaarheid van de charismatische  25-jarige Aung San en zijn 29 kompanen. Na een periode van training door Japanse commandanten werd in 1941 in Bangkok The Burma Independence Army opgericht. De jonge leiders dronken water met druppels van eenieders bloed en zwoeren eeuwige trouw aan elkaar en aan de bevrijding van hun vaderland.  Duizenden jonge Birmese nationalisten sloten zich aan. Toen bleek dat het land van de Rijzende Zon de onafhankelijkheid niet dichter bij bracht, koos de BIA tegen het eind van de Tweede Wereldoorlog de zijde van de Geallieerden. Dat werd de route naar een zelfstandige staat waarvan de vlag op 4 januari 1948 omhoog ging. Nog altijd hebben de Dertig Kameraden in Centraal-Birma een legendarische status. Vooral Bogyoke (Grote Generaal) Aung San die aan de vooravond van de onafhankelijkheid door een politieke rivaal werd vermoord, staat als martelaar bij de Birmanen (de grootste etnische groep waaruit hij afkomstig was) op een onwankelbaar voetstuk. Maar het leger dat hij oprichtte ging al snel een omstreden reputatie tegemoet.

De kwestie van de status van de etnische minderheden was in de onderhandelingen met de Britten onopgelost gebleven, en dat wreekte zich onmiddellijk. De Karen in Oost-Birma namen als eerste al net voor de onafhankelijkheid de wapens op, veel andere groepen volgden. Na turbulente jaren waarbij grote delen van het land in handen van opstandelingen waren, zegde de regering toe dat over meer autonomie te praten viel. Bij de militairen ging het alarm af. Zij waren er van overtuigd dat het land door die belofte uiteen zou vallen. In 1962 greep het leger definitief in. Het begon aan een opmars als hoeder van de natie.

Studenten in Rangoon (Yangon) ondervonden aan den lijve wat het betekende daartegen in verzet te komen. Vermoedelijk werden enkele honderden jongeren tijdens protesten tegen de coup doodgeschoten en een dag later blies het leger het historische gebouw van de studentenbond op.

Maar het was vooral in de gebieden van de minderheden dat het leger zich decennialang van zijn wreedste kant zou laten zien. Pya Lei Pya, The Four Cuts, heette de counterinsurgency die de rebellen moest afsnijden van bevolking, voedsel, middelen en informatie.

Wat dat in de praktijk betekende maakte ik van dichtbij mee sinds ik in het begin van de jaren negentig regelmatig bij rebellengroepen in de jungle begon te verblijven. Door de talloze interviews met vervolgde burgers leken mijn notitieboekjes op verslagen van Amnesty. Velen waren zo vaak gevlucht dat ze de tel kwijt raakten. Vrouwen vertelden schichtig en met veel schaamte over verkrachtingen. Anderen kwamen met verhalen over  dwangarbeid, martelingen, en gedwongen verhuizingen naar door het regime gecontroleerd gebied. Dagelijks dreven er lijken in de rivier. Het waren menselijke dragers die het leger als lastdieren gebruikte om wapens en voedsel de bergen in te dragen. Ook de gewapende minderheden hadden mensenrechtenschendingen op hun geweten, maar die stonden in geen verhouding tot wat de Tatmadaw aanrichtte.

Het bewind voerde een beleid van verdeel en heers. Er ontstond een besmettelijk klimaat van onderling wantrouwen en paranoia die  voortdurend aangewakkerd werden. In de zwaar gecontroleerde staat bestond bijna geen uitwisseling tussen de oorlogszones en de rest van het land. De meeste burgers die in Centraal-Birma in het door het militaire regime gecontroleerde gebied woonden, waren slecht op de hoogte van wat zich in de gebieden van de minderheden afspeelde. Tot de dag van vandaag is het voor de Birmaanse meerderheid moeilijk te begrijpen hoe diep de grieven van deze bevolkingsgroepen gaan. En al was het geen oorlog in Centraal-Birma, ook daar kreeg men te maken met zware onderdrukking. Dat het leger evengoed bereid was het vuur op eigen ongewapende burgers te openen, werd vooral duidelijk tijdens de massale opstand in 1988. Het protest dat miljoenen de straat op deed gaan vanwege de armoede, onderdrukking en het wanbeleid, kostte duizenden levens. De gevangenissen zaten overvol. Het leger verkondigde dat het chaos en een door communisten aangestuurde opstand had voorkomen.

De hoeder van de natie verstevigde zijn rol in de samenleving met nog meer fanatisme. Veel Westerse landen bevroren na het bloedbad de betrekkingen, maar met inkomsten uit de verkoop van natuurlijke hulpbronnen en belastingen over witgewassen drugsgelden werd flink geïnvesteerd. Er kwamen de modernere wapens uit China en Rusland en het troepenaantal werd uitgebreid van 250.000 naar ongeveer 400.000. Officieren en andere hogere militairen kregen speciale opleidingen en aparte ziekenhuizen. Op de legeracademies werden niet alleen officieren opgeleid, maar ook ambtenaren voor het civiele bestuur. Via enorme conglomeraten strekte de Tatmadaw ook zijn tentakels uit in de economie.

Het land werd neergezet als een lappendeken van maar liefst 135 nationale rassen. Dat klonk antropologisch gezien interessant, maar in werkelijkheid was het de zoveelste variant van verdeel en heers door een Birmaans gezag. In het leger maakten minderheden en niet-boeddhisten steeds minder kans op promotie. De boodschap over de identiteit van het land was steeds dezelfde: die lag verankerd in een boeddhistische Birmaanse staat waarbij andere groepen tweederangs burgers waren. Het militaire regime creëerde een vruchtbare voedingsbodem voor angst en vijandigheid jegens andere groepen in de samenleving. Vooral moslims moesten het ontgelden. Konsekwent luidde ook de boodschap dat de Rohingya's die voor het merendeel stateloos zijn, indringers uit Bangladesh zijn. Als politieke spanningen of protesten tegen het regime opspeelden, werd er door de autoriteiten vaak geweld tegen moslims geënsceneerd om de aandacht af te leiden van de werkelijke problemen.

Het bloedbad van 1988 was ook voor burgers die het leger totnogtoe het voordeel van de twijfel hadden gegund een keerpunt. The People's Army van Bogyoke Aung San bleek een instituut geworden dat niet alleen opstandige rebellen, maar ook zijn eigen inwoners als vijanden beschouwde.

Mede daarom raakte Aung San Suu Kyi een enorme snaar toen ze in 1988 tijdens haar eerste grote toespraak aan de voet van de Shwedagon pagoda verkondigde dat het leger weer een leger moest worden zoals haar vader zich dat had voorgesteld en dat zich buiten de politiek hield al sprak ze ook over haar affectie voor het instituut dat haar vader had opgericht. Maar toen ze de legertop verantwoordelijk stelde voor de deplorabele staat waarin het land verkeerde werd dat de reden van haar huisarrest dat af en aan ruim 15 jaar zou duren. 

Mensen slikten hun afkeer van de Tatmadaw in. Maar binnenskamers broeide het en in de theehuizen gonsde het met regelmaat van de spottende grappen en besmuikt commentaar.

Een stille daad van volksverzet maakte ik mee toen ik in het midden van de jaren negentig op 27 maart, Armed Forces Day, oog in oog met het leger stond. Onder het dreunen van marsmuziek marcheerden de militairen in lange colonnes door de straten. Hun gezichten versteend onder hun helmen, hun benen in een stramme paradepas. Op  hun geweren staken glanzende bajonetten. Het was de enige dag in het jaar dat de Tatmadaw zich in de stad vol ornaat liet zien. Maar de trottoirs bleven op wat families van militairen na veelzeggend leeg. Sinds de verhuizing naar de nieuwe hoofdstad Naypyitaw in 2005 is Armed Forces Day een ceremonie in het militaire hoofdkwartier waar slechts vips toegang hebben.

Interviews gaf het gesloten militaire bolwerk niet. In een poging meer van het leger te begrijpen bezocht ik regelmatig het Tatmadaw museum in Rangoon. Het had veertig jaar geduurd voor het departement van psychologische oorlogsvoering de expositie compleet genoeg vond om het museum te openen. Ik dwaalde er langs vele meters materieel. Tanks, vliegtuigen, jeeps, kanonnen, geweren – de uitstalling leek op een uitvergrote jongensdroom. Our motto: To keep wheels moving and guns ring, zei een bordje naast het wapentuig. Er kwam ook geen einde aan de foto's die een nobele versie van de rol van het leger in de geschiedenis toonden. De veldslagen in de jungle dienden om het uiteenvallen van de staat te voorkomen en de etnische minderheden die de wapens neerleggen werden aangeduid als “returned to the legal fold”. Op enorme afbeeldingen overzagen de generaals de aanleg van wegen, bruggen, dammen en nieuwe schoolgebouwen. Er stonden maquettes van rijstmolens, elektriciteitscentrales, luchthavens, golfterreinen en honderden andere moderne verworvenheden die door het leger waren aangelegd. Qua omvang valt dit oude museum inmiddels in het niet bij de nieuwe versie, dat zich buiten de nieuwe hoofdstad Naypyitaw bevindt. Maar de boodschap aan bezoekers is nog altijd dezelfde:  de Tatmadaw is niet alleen een professionele gevechtsmachine, maar ook het middelpunt van elke belangrijke gebeurtenis in de recente geschiedenis en de stichter

van een moderne natie.

De civiele instituten raakten ernstig ondermijnd. Thant Myint U, een Birmese academicus die opgroeide in de Verenigde Staten, constateert in zijn boek River of Lost Footsteps (2006): De afgelopen veertig jaar is het leger niet meer het belangrijkste staatsinstituut, maar praktisch het enige staatsinstituut, zelfs op lokaal niveau.

Ergens bleef de Tatmadaw ook een reus op lemen voeten. De deserteurs en krijgsgevangenen die ik in de jungle te spreken kreeg, maakten geen deel uit van die elite. Ze durfden in handen van de vijand evenmin openlijk hun zegje te doen, maar hun verschijning vertelde ook al een verhaal. De meesten waren maar twee koppen groter dan de geweren die ze droegen en ze zagen er zwakjes uit. Ze vertelden dat ze uit arme families kwamen en weinig kans hadden op ander werk. Sommigen waren gedwongen gerekruteerd. Het leger gebruikte de nieuwelingen vooral als kanonnenvlees wanneer er heuvels ingenomen moesten worden. De militaire top die ondanks onderlinge rivaliteit uit eigenbelang bijeen bleef, vertrouwde zijn lagere regionen niet. Rotaties van commandanten moesten voorkomen dat er andere machtsbases ontstonden.

In 2011  kwamen er na de installatie van een regering die vooral uit ex militairen bestond, prille hervormingen. Het was een traject dat de militaire machthebbers jarenlang hadden voorbereid als “Een routekaart naar een bloeiende gedisciplineerde democratie in zeven stappen”.

Volgens ingewijden was het flink gaan steken dat Birma als verpauperde sloof door het leven ging terwijl andere landen in de regio aanzienlijke groeicijfers boekten. De Westerse steun die in ruil voor politieke hervormingen werd toegezegd, was bovendien hard nodig als tegenwicht voor de uit hand gelopen economische en culturele overheersing door China. Met dit geregisseerde proces werd voor de aftredende militairen ook een veilig en lucratief pensioen geregeld.

Het was van meet af aan de vraag hoe ver de fragiele hervormingen zouden gaan. Een ondemocratische grondwet die in 2008 door een referendum onder dwang aangenomen werd, garandeert het leger vijfentwintig procent van de zetels in het parlement en de totale controle over de belangrijkste ministeries Defensie, Binnenlandse Zaken Grensbewaking. Onder Binnenlandse Zaken valt ook het vrij onbekende maar invloedrijke General Administration Department, een instituut dat zeggenschap over het ambtenarenapparaat heeft.

Met de nieuwe semi-civiele regering trad ook senior general Min Aung Hlaing aan. Een ambitieuze, met zijn 61 jaar relatief jonge militair, die aan de prestigieuze Defence Services Academy was opgeleid. Hij leidde nietsontziende operaties tegen etnische minderheden, en toonde zich ook een havik bij protesten van burgers in de steden.

Hij liet meteen weten dat hij een professioneel modern leger op wilde bouwen. Het is evenmin een staatsgeheim dat hij voor de verkiezingen van 2020 politieke ambities heeft. Terwijl veel van de de vorige militaire machthebbers zich omringden met vage adviseurs en astrologen, laat hij op facebook zien een man van de wereld te zijn. Het is een publiek geheim dat hij zijn blik gericht heeft op het presidentschap.

In een interview met de BBC in 2015 gaf hij geen teken dat hij het nodig vond de macht van het leger in de politiek in te dammen. Dat zou pas kunnen als er vrede in het land is. Heel wat Birmezen menen dat de opnieuw opgelaaide conflicten de Tatmadaw in die zin best goed uitkomen.

Maar wie goed luistert hoort wel vaker omineuze boodschappen in zijn optredens. In het 'standaard leger' dat hij propageert zouden gewapende etnische groepen welkom zijn. Maar het betekent het dat de minderheden zich onder het commando van Birmanen moeten stellen en dat is juist een van de grote twistpunten in het vredesproces. De gedachte van een federale staat zoals de minderheden die eisen staat voor de Tatmadaw van oudsher gelijk aan het uiteenvallen van de staat. Min Aung Hlaing vermijdt het zich duidelijk uit te spreken over die heikele kwestie. Ondertussen ventileert hij wel ideeën die doen vermoeden dat hij net als zijn voorgangers een boeddhistische Birmaanse staat prefereert. Zo belooft hij regelmatig om het boeddhisme voor de toekomstige generaties tegen kwade invloeden van te beschermen. Daarmee doelt hij vooral op moslims die volgens hem het land willen domineren. De senior general staat aan het hoofd van een gruwelijke geweldsoperatie waarbij de militairen en milities honderdduizenden van de overwegend statenloze Rohingya's verdreef naar Bangladesh en op grote schaal moordde, martelde en verkrachtte.

 


maandag 11 mei 2020

Vanwaar dit boek?

Vandaar dit boek.
Over Gekkenwerk. Trouw, 9 mei 2020



zondag 26 april 2020

Geen frontlinie maar een klapstoel

Parool, 25 april 2020





maandag 23 maart 2020

woensdag 15 januari 2020

Hoe IS een verdienmodel werd in de journalistiek


Hoe IS een verdienmodel werd in de journalistiek. Als het aankomt op oorlogsverslaggeving heeft het marktdenken de journalistiek steviger in zijn greep dan goed is voor een vak met een maatschappelijke taak. Het zijn vooral Syrische collega’s die ons herinneren aan het lot van burgers in de oorlog.
Lees verder:

dinsdag 3 september 2019

Oost-Timor en de pers


Terwijl de term fake news opgang maakt en ook andere verdachtmakingen van media maar al te gebruikelijk zijn, bedanken Timorezen deze dagen journalisten juist voor hun werk. Ze weten maar al te goed wat het betekent in de vergetelheid te geraken.
Toen het Indonesische leger in december 1975 met veel geweld Oost-Timor binnenviel, waren er geen onafhankelijke getuigen meer om daarover te berichten. De militairen hadden de zes laatste buitenlandse verslaggevers al het zwijgen opgelegd. Ook in de 24 jaar daarna haalde de gruwelijke bezetting die naar schatting tussen de 100.000 en 200.000 Oost Timorezen het leven kostte, maar zelden het nieuws.
Dat veranderde in 1999. Honderden journalisten kwamen verslag doen van het referendum over aansluiting bij Indonesië dat onder supervisie van de Verenigde Naties plaatsvond. Het was een missie zonder wapens. Indonesië stond geen VN troepen toe en de Indonesische politie droeg de verantwoordelijkheid voor de veiligheid. Die wankele constructie wreekte zich meteen. Lokale milities die door het Indonesische leger waren opgezet en bewapend, konden in de aanloop naar het referendum vrijelijk hun gang gaan om de bevolking met geweld tot de keuze van autonomie te dwingen. Voor de wereld moest het lijken alsof de voor-en tegenstanders van onafhankelijkheid elkaar te lijf gingen en een burgeroorlog in de lucht hing. Het plan mislukte. Ondanks alle intimidatie stemde ruim 78 procent van de Timorezen voor een eigen land.
Ook de geregisseerde geweldsorgie die als wraak op de uitslag volgde, probeerden de Indonesische militairen te verkopen als een reactie van Timorese tegenstanders van de onafhankelijkheid waarmee zij niets van doen hadden.
Niet alleen het Indonesische leger wilde van getuigen af. Ook leiders van de VN beschouwden journalisten als pottenkijkers toen hun missie na het referendum in chaos ontaardde en ze de compound waar zo’n 1500 doodsbange Oost-Timorezen onder de blauwe vlag bescherming hadden gezocht, dreigden te verlaten. De aankondiging dat er na een definitieve evacuatie geen kans meer op vertrek zou zijn en dat wie achter bleef niet langer welkom was op het VN terrein, zette de meeste journalisten die het maanden hadden volgehouden, onder druk om alsnog te vertrekken.
Maar het verjagen van de allerlaatste pers mislukte. Vanuit de compound die door militairen en milities werd belaagd, bleven verslaggevers hun berichten sturen.
Zonder live tv beelden, zonder sociale media maar met teamwork rond een satelliettelefoon slaagde de journalistiek er in de omsingelde VN missie en Oost-Timor in de schijnwerpers te houden.
Het was een scala aan factoren dat Indonesië uiteindelijk dwong om het geweld te stoppen en een internationale troepenmacht onder leiding van Australië te accepteren. Ook tientallen medewerkers van de VN bleven uiteindelijk op hun post in Dili en redden op eigen initiatief mensenlevens. Maar onafhankelijke getuigen speelden een cruciale rol, zowel voor als na het referendum. Journalisten ontmaskerden keer op keer de propaganda vanuit Jakarta dat het Indonesische leger bezig was de orde op Oost-Timor te herstellen. Ze toonden ook het ongelijk aan van regeringen die Indonesië veel te lang het voordeel van de twijfel gaven omdat ze voor de zoveelste keer in de geschiedenis de relatie met de uitgestrekte archipel belangrijker vonden dan het lot van een klein eiland.
Die laatste dagen van de bezetting nam het Indonesische leger afscheid met een orgie van geweld, precies zoals het al die maanden in de aanloop naar het referendum had gedreigd en zoals in diverse documenten gepland stond. Het is in de eerste plaats aan de moed van de Timorese bevolking zelf te danken dat er twintig jaar na dato een herdenking én een viering van een vrij en onafhankelijk Oost-Timor plaatsvond. Maar diverse oorlogen plus heel wat ontwikkelingen in de mediawereld later staan die laatste intense dagen in de VN compound ook op mijn netvlies als een ijkpunt voor wat journalistiek vermag, al is dat zeldzamer dan je zou wensen.

dinsdag 2 juli 2019

Waarom onderbetalen van freelance journalisten de hele samenleving treft


Freelance journalisten onderbetalen treft de hele
samenleving

De Nederlandse Vereniging van Journalisten heeft de noodklok geluid over de tarieven voor freelancers in de media-industrie. Het alarm heeft een ironische bijklank. Wanneer andere bedrijven honoraria hanteren die geen enkel recht doen aan de geleverde prestaties, zijn mediaorganisaties er als eerste bij om dat aan de kaak te stellen, maar over de misstand in eigen gelederen zwijgen de meeste organisaties liever. Een publiek dat zich graag hard maakt voor een eerlijke productie van voedsel en kleding moet beseffen dat ook heel wat af te dingen valt op de manier waarop de informatie die ze consumeren tot stand komt.
Maar het betreft veel meer dan een financiële misstand. Talloze freelance journalisten hebben jaren in hun specialistische onderwerpen geïnvesteerd en zijn qua inhoud zwaargewichten. Als zij het vak noodgedwongen verlaten, onderbetaalde opdrachten afwijzen of met veel te weinig middelen aan de slag gaan, verdwijnt cruciale dossierkennis. Het maakt de waakhond van de democratie vatbaarder voor misinformatie, propaganda, spins, frames en valse narratieven. Dat heeft gevolgen voor de hele samenleving. Een slechter geïnformeerde samenleving is immers per definitie een minder democratische samenleving.
Ook de berichtgeving vanuit oorlogszones en crisisgebieden draait voor een belangrijk deel op freelancers. Het is een relatief dure tak van sport en het onderwerp ‘Buitenland’ ligt moeilijk in de markt. De druk op deze journalisten om zich te profileren is groter dan ooit. De verslaggever moet geen bescheiden getuige zijn die zich in dienst van het verhaal stelt, maar een verteller die prominent optreedt. Foto’s van een helm, scherfvest, of boerka zijn selling points geworden om dit prominent optreden te bewijzen. ‘Met gevaar voor eigen leven’ wordt te pas en te onpas als reclame toegevoegd aan de verslaggeving. Wie gewond raakt, mag bij talkshows aanschuiven om van dat wapenfeit kond te doen. Roem & Reuring, in plaats van kennis, als journalistiek criterium.
Het is extra schrijnend tegen de achtergrond van de tragedies die oorlogen en crises zijn. Treurig genoeg is het voor freelancers een heel wat beter verdienmodel om ‘sexy’ onderwerpen te produceren waarmee te scoren valt, dan complexe items te maken die inzicht bieden.
Natuurlijk is het belangrijk dat freelancers leren om hun verhalen aan de man te brengen en dat mediabedrijven zich beraden hoe het publiek te bereiken. Maar de marketinggedachte en het mantra dat de freelancer van zichzelf een merk moet maken zijn doorgeslagen. In alle pogingen om de verkoopcijfers zo veel mogelijk op te krikken, raakt een essentieel principe in de knel: dat journalistiek een maatschappelijke taak heeft en dat die niet luidt: u vraagt en wij draaien.
Het leidt veel te vaak tot een gehypte, ondoordachte berichtgeving, die vooroordelen en clichés over verre oorden eerder bevestigt dan onderzoekt, en het creëert een pseudowerkelijkheid. Het is een journalistiek die te weinig tegengas biedt aan spins, frames en vijandbeelden die door de spelers in conflicten en crises steeds professioneler en met veel mankracht worden aangereikt. Een journalistiek die pas in actie komt als de vlammen uit het dak slaan en die de lange aanloop naar conflicten en crises negeert.
Voorbeelden te over. De meeste media vertrokken rond 2010 uit Irak. „The story was dead”, zo luidde het. De lange aanloop naar de inname van Mosul door IS in 2014 bleef daardoor grotendeels buiten beeld. De berichtgeving over Afghanistan in het kader van de ‘war on terror’ legde jarenlang het accent op de strijd van westerse troepen tegen de Taliban. De samenwerking van westerse militairen met corrupte warlords die minstens evenveel bloed aan hun handen hadden, de cruciale rol van stammen, en de invloed van Pakistan en andere landen in de regio bleven zwaar onderbelicht. Vandaag de dag wordt het nieuws over Syrië gedomineerd door verhalen over IS. De westerse angst voor terreur zet de toon veel vaker dan het gegeven dat ook een heel scala aan andere factoren speelt.
Met zorgvuldigheid, nuance en duiding een blik geven in een wereld die niet ophoudt bij de eigen grenzen: het is in tijden van populisme, giftig nationalisme en internationale spanningen belangrijker dan ooit.

Een versie van dit artikel verscheen ook in NRC Handelsblad van 1 juli 2019

vrijdag 14 juni 2019

Bericht uit Idlib: Ik kijk de dood in het gezicht met alle kracht die ik in me heb



Het is rond negen uur ’s avonds als Amany al-Ali zich per Messenger meldt. ‘Het is vreselijk. Weer zo veel doden vandaag.’ De 35-jarige al-Ali woont in Idlib in Noord-Syrië waar de oorlog sinds maart weer in alle hevigheid is opgelaaid. ‘Het is wachten op de dood die elk moment kan komen.’ Haar foto op Facebook laat een kamer zien met een houder potloden op een kleine houten tafel, een schildersezel en schetsen aan de muur.

Lees verder op: https://www.groene.nl/artikel/het-is-mijn-droom-dit-te-overleven

dinsdag 11 juni 2019

Een bestsellerauteur en een gevangene




Het is een zomerse dag als op 31 januari in de historische Queen Victoria Gardens van Melbourne de grootste literaire prijs van Australië wordt uitgereikt. De genodigden laten een luid ‘Vrijheid’ horen als blijkt dat Behrouz Boochani met zijn boek No friend but the mountains de winnaar is. Zelf ontbreekt de Koerdisch-Iraanse schrijver in het feestgedruis. Duizenden kilometers verder naar het noorden, op een afgelegen eiland in de Stille Zuidzee, reageert hij met een videoboodschap op de bekroning van zijn werk: ‘Het is een overwinning voor de menselijkheid.’ En: ‘Ik geloof oprecht dat woorden krachtiger zijn dan het hek van deze plek.’

Lees verder op:https://www.amnesty.nl/wordt-vervolgd/behrouz-boochani-ik-ben-auteur-van-een-bestseller-en-een-gevangene

woensdag 20 maart 2019

De kelder van de weduwen. Over Marie Colvin en het vak




‘Dit is het ergste wat we ooit gezien hebben’, zei Marie Colvin per Skype tegen haar vriendin en collega Lindsey Hilsum die in een Londense tv-studio zat. ‘Ik weet het’, antwoordde Hilsum, ‘maar wat is je exitstrategie?’ Er viel een stilte. Toen zei Colvin: ‘Die heb ik niet. Dit is het. Ik werk er nu aan.’ Enkele uren later lag haar lichaam onder het puin in de gebombardeerde wijk Baba Amr in Homs.
Vlak voor Colvin in februari 2012 aan haar ongewisse tocht naar Noord-Syrië begon, hadden de twee elkaar nog getroffen in Beiroet. Verslag doen vanuit de oorlog in Homs overschreed alle grenzen die de doorgewinterde Hilsum zichzelf gesteld had. Colvin was ongewoon gespannen, maar ze deed de waarschuwingen van haar tafelgenoten af met: ‘Anyway, it’s what we do.’Het was een reactie die haar kenmerkte. Verder willen en durven gaan dan collega’s was al 25 jaar de aanpak waarmee ze over vrijwel alle grote conflicten van deze tijd berichtte.
Even onderkoeld als overtuigd had ze het ruim een jaar voor haar dood nog verwoord bij een toespraak in St Bride’s, de kerk voor journalisten in de Londense Fleet Street: ‘Berichten over oorlog betekent naar plekken gaan die verscheurd worden door chaos, destructie en dood, en proberen te getuigen. Het betekent de waarheid vinden in een zandstorm van propaganda wanneer legers, stammen of terroristen slaags raken. En ja, het betekent risico’s nemen, niet alleen voor jezelf maar vaak ook voor de mensen die nauw met je samenwerken.
Op die 22ste februari gebeurde wat Colvin juist altijd wilde vermijden in haar artikelen. Ze werd zelf het verhaal. Het lot van de burgers in Homs, de dood van de populaire Syrische videoblogger Rami al Sayed en de jonge Franse fotograaf Rémi Ochlik sneeuwden onder in het nieuws over de omgekomen journalistieke veteraan. Net als de dood van Syriërs die in de dagen erna hun leven offerden om de vier overgebleven buitenlandse journalisten in veiligheid te brengen.

Lees verder op: https://www.groene.nl/artikel/de-kelder-van-de-weduwen

maandag 24 september 2018

Wat de duikvlucht van Aung San Suu Kyi ons vertelt over de media



".....“Ga je haar opzoeken?” was met regelmaat de eerste vraag van opdrachtgevers als ik een reis naar Myanmar aankondigde. Als tongen bleven struikelen over haar naam, adviseerde ik wel eens het op “Sushi” te houden. Dat voorbij de villa op University Avenue een complexe lappendeken van spelers lag met conflicten waarin inmiddels een derde generatie opgroeide, was een heel wat lastiger te verkopen verhaal...."

"....Als er iets was dat ik leerde van mijn verblijf in de jungle, was het wel dat het land waaraan ik zo gehecht geraakt was, meerdere zielen in zijn borst droeg. Maar in Centraal-Birma waar de burgeroorlog ver weg was en de stalen vuist van de junta het leven domineerde, was het makkelijk die beladen maar o zo cruciale complexiteit te vergeten...."


Uit: https://www.vn.nl/

zaterdag 15 september 2018

De vervlogen hoop van Myanmar


Het blijft in Myanmar heel wat stiller dan daarbuiten omtrent het vernietigende rapport dat de Fact Finding Mission van de Verenigde Naties op 27 augustus op tafel legde. Volgens de onderzoekers, die in maart 2017 aan de slag gingen, moeten de opperbevelhebber van het leger Min Aung Hlaing plus vijf andere militairen bij het Internationaal Strafhof (ICC) of een ad hoc internationaal tribunaal worden aangeklaagd wegens genocide, misdaden tegen de menselijkheid en oorlogsmisdrijven. Ze baseren hun conclusies onder andere op honderden interviews met slachtoffers van de operaties die het leger sinds 2011 uitvoerde tegen de grotendeels stateloze Rohingya-moslims en tegen de minderheden in de staten Kachin en Shan.
Lees verder via:
https://www.groene.nl/artikel/vervlogen-hoop


vrijdag 7 september 2018

Vakgenoten in Myanmar in de kou



Een verhaal over moedige journalisten in Myanmar dat mijn hart een beetje brak terwijl ik het schreef.
Vandaar dat er een domme fout in sloop. Waar vermoedelijk niemands oog aan blijft haken maar het mijne natuurlijk wel - helaas nadat het artikel al ter perse was.
For the record 27 augustus moet uiteraard 3 september zijn.

dinsdag 28 augustus 2018

Hoe de senior general van Myanmar een wapen verloor


Voor zover bekend is dit de laatste foto op de Facebook account van Min Aung Hlaing, de opperbevelhebber van de Tatmadaw, het leger van Myanmar. Gepost op 26 augustus: op de terugweg vanuit Rusland waar hij onder andere winkelde voor wapens.
Amper was de senior general weer op het honk, of hopla, hij raakte een wapen kwijt dat minstens zo belangrijk was als zijn militaire arsenaal: de communicatie met zijn achterban.
Terwijl VN onderzoekers een vernietigend rapport op tafel legden dat Min Aung Hlaing en vijf van zijn collega' vervolgd moeten worden voor genocide, oorlogsmisdrijven en misdaden tegen de menselijkheid, blokkeerde Facebook zijn account Ik durf er het nodige onder te verwedden dat die sanctie hem zwaarder op de maag ligt dan alle vernietigende woorden van het VN rapport aan zijn adres bij elkaar.
Ook 17 andere accounts uit militaire kringen, plus 52 FB pagina's en eén Instagram-account werden verwijderd. Bij elkaar goed voor zo'n 12 miljoen volgers. Facebook verklaarde: "International experts … have found evidence that many of these individuals and organizations committed or enabled serious human rights abuses in the country and we want to prevent them from using our service to further inflame ethnic and religious tensions."
De ongekende move tegen een hoogste militair deed wereldwijd heel wat monden openvallen. Maar het was ook een duidelijk geval van too little too late en vermoedelijk een poging om het eigen elektronische straatje schoon te vegen.
Experts met Myanmarees sprekende medewerkers waarschuwen het bedrijf van Zuckerberg al jaren (voor het eerst in 2013) dat Facebook in Myanmar een vehikel is voor het verspreiden van haatdragende taal, discriminatie en laster, vooral over Rohingya en andere moslims. CEO Mark Zuckerberg gaf eerder dit jaar toe dat het verspreiden van hate speech in Myanmar op zijn platform een reëel probleem was. Maar zijn verweer dat het zeer serieus genomen werd en dat het bedrijf al jaren met experts in Myanmar samenwerkte, werd door zes lokale organisaties meteen weerlegd. In een open brief schreven zij dat wat in Myanmar gebeurde juist het tegenovergestelde was van effectief beheer. Er werd vertrouwd op externe partijen, er was geen instrument om escalatie te voorkomen, en er werden geen lokale belanghebbenden ingeschakeld om oplossingen te vinden. Ook onlangs kwam er weer kritiek dat het bedrijf nog altijd onvoldoende doet om hatespeech tegen te gaan.
Inwoners van Myanmar zijn na jaren van isolement en een dieet van staatspropaganda in sneltreinvaart op de elektronische snelweg beland. Onder de ijzeren vuist van de junta moest de enkeling die toegang had tot internet zich van trucs bedienen om de censuur te omzeilen. Vanwege een staatsmonopolie waren simkaarten met prijzen van zo’n 2000 dollar de duurste ter wereld. Ook in het iets vrijere klimaat dat na 2010 ontstond, beschikte tot 2014 slechts zo’n éen procent van de 53 miljoen inwoners over toegang tot internet. Dat veranderde in razend tempo nadat in 2014 de markt werd vrijgegeven en buitenlandse Telecombedrijven arriveerden. Anno 2018 kost een simkaart met dataverkeer 1,5 dollar. Volgens de eigen gegevens van Facebook gebruiken maandelijks tussen de 15 en 20 miljoen inwoners de social media site. Voor velen is FB het enige venster op de wereld en de informatie wordt angstwekkend makkelijk als waar beschouwd.


woensdag 1 augustus 2018

Syrie, land zonder burgers



"..Het is 22 april 2017 als Ameer al Halbi in het Amsterdamse muziektheater een staande ovatie krijgt. Als jongste winnaar ooit ontvangt de 21-jarige Syriër een tweede prijs in de World Press Photo-competitie voor zijn serie Rescued from the Rubble uit het belegerde Oost-Aleppo. Hij was achttien toen hij met een geleende camera vastlegde hoe kinderen door de reddingwerkers in Aleppo uit het puin werden gehaald. Al snel vonden de beelden ook hun weg naar internationale media zoals AFP. Terwijl na afloop van de ceremonie om hem heen de glazen klinken, vertelt hij hoe hij de puinhopen van zijn Aleppo voor zich ziet in plaats van de feeërieke skyline rond het IJ.
Tussen die brokstukken fotografeerde hij negen maanden eerder zijn eigen vader. Het duurde even voor hij hem herkende in het bestofte slachtoffer zonder handen en benen. De reddingswerker kwam om bij een tweede aanval op de plek waar de bom was ingeslagen. Die beruchte tactiek van de Syrische en Russische luchtmacht kostte al tientallen hulpverleners het leven.
‘De stad is minder vernietigd dan de mensen’, zegt Al Halbi in de aangrijpende documentaire die de NOS over hem en twee collega's maakte. Hij herhaalt die woorden nog regelmatig nu hij in ballingschap in Parijs zijn toekomst richting probeert te geven. De bezeerde blik in zijn lichte ogen vertelt net zo veel als de foto's van de wereld die hij vastlegde. Toen hij aan zijn werk begon, dacht hij dat zijn foto’s verschil zouden maken. Dat geloof is hij kwijt."

Lees verder op:
https://www.groene.nl/artikel/ze-recyclen-kinderen

dinsdag 23 januari 2018

Die boeddhisten toch...La Ploumen in beeld




Terecht besteedde de talkshow van Eva Jinek aandacht aan het tragische lot van de Rohingya uit Myanmar. De verhalen van Lilianne Ploumen die als Tweede Kamerlid voor de Partij van de Arbeid de vluchtelingen in Bangladesh bezocht, waren buitengewoon aangrijpend.
Dubieuzer werd het toen ze aan een toelichting begon: “Wij hebben altijd het idee van boeddhisten dat het hele vreedzame mensen zijn en we hopen altijd zo te worden als zij. lk kan je zeggen: je wilt echt niet zo zijn als deze boeddhisten in Myanmar. Ze zijn gewelddadig... Er is daar een idee van dat Myanmar zuiver moet worden en daar passen de Rohingya, maar ook andere minderheden niet in.”
Die simplistische bewering heeft met de complexe werkelijkheid van Myanmar zo goed als niets te maken. Het geweld tegen de Rohingya wordt door leger en milities uitgevoerd. Het aanjagen van de haat tegen deze statenloze moslims gebeurt door een een lokale extreem nationalitische partij van de overwegend boeddhistische Rakhine minderheid, en door een harde kern van nationalistische monniken. Deze monniken hebben vertakkingen in de politiek en onderhouden ook nauwe banden met hardline ex-militairen en hun medestanders die het proces van democratisering willen ondermijnen. Ze borduren voort op een koloniaal verleden waarin sommige monniken een fel nationalisme propageerden, omdat hun leer en hun positie door vreemdelingen bedreigd zouden worden. Andere toonaangevende monniken treden nauwelijks op tegen de giftige boodschap van deze nieuwe generatie fanatici en sommigen gaan er zelfs in mee.
Bij een groot deel van de Birmese bevolking is weinig sympathie voor de Rohingya. Mede dankzij jarenlange propaganda van het regime worden zij beschouwd als indringers en ook buitenproportionale angst voor moslimterrorisme en islamitische overheersing spelen een rol in de houding. Maar aanhangers van het idee dat het land een zuivere natie zonder andere minderheden dient te worden zijn de meeste boeddhistische burgers net als de meeste monniken niet. Met haar uitspraken draagt Ploumen bij aan kwalijke framing en beeldvorming.
In haar verhaal over de ontmoeting met Aung San Suu Kyi in november 2013 waarin de situatie van de Rohingya ter sprake werd gebracht, missen een paar schakels. Ploumen bezocht Myanmar als minister van Buitenlandse handel en Ontwikkelingssamenwerking met een delegatie van bedrijven en opende een handelskantoor. Na decennia van dictatuur waren prille hervormingen op gang gekomen. Er was een vleugje meer vrijheid en dankzij tussentijdse verkiezingen had Aung San Suu Kyi een oppositiezetel in het parlement. Maar de oude macht had de touwtjes nog flink in handen. Buiten de steden woekerden problemen voort. Tienduizenden Rohingya bivakkeerden na het geweld van 2012 in de westelijke Rakhine staat in kampen en ook honderden anderen raakten hun huizen kwijt. In de noordelijke Kachin- en Shan staat waren tienduizenden burgers ontheemd geraakt vanwege de gevechten tussen het regeringsleger en de troepen van de etnische minderheid.
Als minister stond Ploumen een beleid voor waarbij economische ontwikkeling als motor voor democratisering diende. In het kader van de handelsmissie lag bij haar bezoek aan Myanmar en bij haar gesprek met Aung San Suu Kyi het zwaartepunt bij de vraag wat Nederland en Nederlandse bedrijven konden bijdragen aan economische vooruitgang.
Al gloorde prille hoop, veel Birmezen keken ook met zorg en scepsis naar de ontwikkelingen. Ze beseften maar al te goed hoe zorgvuldig een kern van militairen en hun medestanders het traject van transitie hadden geregisseerd. Met een “Routekaart in zeven stappen naar een bloeiende en gedisciplineerde democratie” bepaalden de oude machthebbers de grenzen van de hervormingen. De politieke oppositie, het maatschappelijk middenveld en de organisaties van etnische minderheden stonden voor de taak om de zeer beperkte ruimte die de militairen toelieten op te rekken. Talloze goed ingevoerde Birmezen waarschuwden buitenlandse bezoekers om de betrekkingen niet te snel te normaliseren. Het zou een regering die het legeruniform voor een burgerjasje had verruild, legitimeren en versterken. Om die reden gaf de opening van een handelskantoor heel wat bezorgde blikken.
Tijdens de receptie ter gelegenheid van het bezoek van de minister en de handelsdelegatie was haar toespraak monter. Verantwoord ondernemen zat de Nederlandse bedrijven in de genen en het moment was daar om dat ook in Myanmar in praktijk te brengen. Toen enkele gasten in de loop van de avond toch de precaire mensenrechtensituatie aankaartten, stuitte dat op weerstand. In een proces van transitie vielen nu eenmaal spaanders bij het hakken.
De spaanders zijn een fikse verzameling houtblokken geworden.
Ploumen wil dat Nederland als voorzitter van de Veiligheidsraad het voortouw gaat nemen om het lot van de Rohingya te verbeteren. Er zal veel stuurmanskunst en kennis nodig zijn om druk op regering en leger uit te oefenen en tegelijkertijd de kansen op een beter Birma toch te steunen. Zonder in de val van wijsheid achteraf te trappen is het belangrijk om daarbij ook Ploumens beleid van Buitenlandse handel en Ontwikkelingssamenwerking nog eens flink onder de loep te nemen.

Zie ook: NRC Handelsblad, 22 januari 2018

woensdag 25 oktober 2017

De prijs van het Vrije Woord





https://www.nieuwspoort.nl/nieuws/overzicht/moedige-vakvrouw-minka-nijhuis-wint-de-nieuwspoort-prijs-van-het-vrije-woord-2017/?fbclid=IwAR2rGhTXaIQJGFllqVoR0DPDn-MghDfMJEb8-idiq2KSngD1AryzrKF4p6w

dinsdag 26 september 2017

De hoeder van de Birmese staat


Aung San Suu Kyi liet verstek gaan bij de algemene vergadering van de Verenigde Naties in New York. 'The Lady' heeft geen zin in kritiek, luidde het hier en daar in de media. Dat commentaar miste een veelzeggend punt. Ze wilde haar land niet verlaten omdat de president in het buitenland in het ziekenhuis lag en ze vreesde dat het leger de staat van beleg zou afkondigen zodra ze in het vliegtuig stapte. 
Al is hun relatie momenteel gespannen, toch is legerleider Min Aung Hlaing blij met Aung San Suu Kyi. De Nobelprijswinnares en vroegere darling van het Westen ligt als Adviseur van Staat internationaal onder vuur vanwege de nietsontziende verdrijving van de Rohingya bevolking door de veiligheidstroepen en milities. De senior general in wiens opdracht deze operatie wordt uitgevoerd, blijft te midden van alle kritiek op Suu Kyi grotendeels buiten beeld.
Wie door Centraal Birma/Myanmar reist zal niet veel van de Tatmadaw, het leger, merken. De militairen verblijven achter de muren van hun bases. De oorlog met de minderheden wordt in afgelegen gebieden uitgevochten waar weinig buitenlandse pottenkijkers zijn. De eindeloze sessies van mannen in uniform die decennialang de staatstelevisie domineerden, zijn grotendeels verdwenen, net als de meeste rode billboards die overal boodschappen verspreidden als “Alleen de Tatmadaw is een vader, alleen de Tatmadaw is een moeder”, “De Tatmadaw en het volk zijn éen” en “De Tatmadaw zal de Unie nooit verraden.”
Die indruk van afwezigheid is bedrieglijk. Dankzij een lange geschiedenis van overheersing zit het militaire instituut nog altijd diep verankerd in alle aspecten van de samenleving.

Die rol van hoeder van de natie (met een Birmaanse boeddhistische identiteit) eist de Tatmadaw deze dagen weer openlijk op. Met alle schade vandien voor het democratiseringsproces en de pogingen tot vrede met de etnische minderheden en het stichten van een federale staat. Het land staat op een verontrustend kruispunt.

Voor het hele verhaal zie De Groene Amsterdammer van deze week.


zaterdag 16 september 2017

Een giftig dossier in een gewond land

De vergeten burgeroorlog in Birma/Myanmar trok mijn aandacht toen ik in 1991 op zoek naar verhalen door Azië reisde. Met een bestaan dat in een rugzakje paste streek ik vervolgens in het hoofdkwartier van de rebellen in de jungle neer.
Wat in mijn hoofd begonnen was als een overzichtelijke strijd van onderdrukte etnische minderheden en stadse dissidenten tegen een militair regime, werd gaandeweg een steeds complexer labyrint van spelers.
Bij elkaar besloegen de namen van alle opstandige groepen en subgroepen enkele pagina's. En net als ik een beetje dacht te snappen hoe het zat, ontstond er weer een volgend nieuw Bevrijdingsfront. Gezamenlijk een vuist tegen de junta maken was niet de sterkste kant van de rebellen. Ook hun relatie met de stadse dissidenten die net als het regime grotendeels tot de Birmaanse meerderheid behoorden, was met regelmaat gespannen. De verdeel en heers trucs van het bewind speelden handig in op al het onderlinge wantrouwen.
Stap voor stap ontdekte ik tussen de vergezichten van fluwelen heuvels een overhoop gehaald land waar diepe grieven tegen het centrale gezag van generatie op generatie overerfden.
Toen ik een van mijn Birmese vrienden in 1991 vroeg over welk gebied hij zich voor de toekomst de meeste zorgen maakte zei hij: “De Rakhine staat.” Ik snapte aanvankelijk weinig van die opmerking. Het westelijke gebied tegen de grens met Bangladesh was aan mijn aandacht ontglipt. Kort daarna kwam in Rakhine staat een militaire operatie op gang die tienduizenden van de grotendeels statenloze Rohingya moslims naar Bangladesh joeg. Ik merkte hoe vrijwel niemand van al degenen die zich verzetten tegen het regime en die democratie en mensenrechten hoog in het vaandel hadden, zich voor die tragedie bleek te interesseren. Het duurde weken voordat leiders uit de diaspora het geweld tegen de moslim minderheid veroordeelden en vermoedelijk gebeurde dat uiteindelijk alleen maar omdat Westerse adviseurs er op aandrongen. Ook in de rest van Birma bleek er nauwelijks of helemaal geen sympathie voor de Rohingya's. Men beschouwde hen als indringers uit Bangladesh. De verschillende moslim gemeenschappen elders in het land, die een geheel andere historische achtergrond hebben dan de Rohingya's, hielden zich stil over hun vervolgde geloofsgenoten.
Op zoek naar een verklaring voor die reacties stuitte ik op een ingewikkeld verhaal waar een geschiedenis van migratie, overheersing van lokale minderheden door de Birmaanse meerderheid in combinatie met angst voor islamisering, plus extreme armoede en de trauma's van een samenleving met decennia van dictatuur en geinstitutionaliseerd vijanddenken een grote rol spelen. En vandaag de dag komt het effect van die cocktail opnieuw in alle hevigheid naar buiten. Social media waartoe enorme aantallen in korte tijd toegang kregen, jagen de polarisatie alleen maar verder aan.

Het merendeel van de Birmezen heeft geen enkel besef waartoe haatzaaien en konsekwente uitsluiting van een groep kunnen leiden. De omineuze voorbeelden uit de geschiedenis zoals de holocaust of de genocide in Rwanda zijn onbekend. Het helpt evenmin dat hun huidige leiders op een enkeling na geen moreel tegengas geven.
Voor buitenstaanders inclusief talloze "Burma watchers" is nauwelijks te begrijpen hoe extreem gevoelig de kwestie van de Rohingya's ligt vanwege die even complexe als beladen erfenis, en hoe explosief de situatie in het land nu is. De vrees voor een islamistische overheersing zit bij velen in de Rakhine staat maar ook ver daarbuiten, ingebakken. De angst voor de toekomst, sowieso al groot in deze ongewisse periode van transitie, neemt alleen maar toe en social media gooien olie op het vuur met berichten dat een islamitische staat aanstaande is. Terwijl de wereld deze dagen vol ontzetting naar het humanitaire drama kijkt, sluiten zich de gelederen onder een groot deel van de Birmaanse meerderheid. De steun voor Aung San Suu Kyi die zich uit in rallies in de straten en portretten van haar in alle soorten en maten op social media is geen verrassing. Support voor haar is voor velen bovendien nog steeds een manier om nee te zeggen tegen het leger. Maar bij anderen valt weer waardering voor de militairen te bespeuren. Precies zoals de Tatmadaw (het Birmese leger) zich dat wenst in de slogan die de junta burgers decennia lang door de keel duwde: "The people and the Tatmadaw are one" . Angst en woede vanwege de aanvallen door moslim militanten overheersen, en qua gekrenkte trots kan men er ook wat van nu Aung San Suu Kyi en daarmee ook de natie internationaal onder vuur ligt.  Empathie met de Rohingya's is bij dit alles verder weg dan ooit.  Birma is een diep gewond land.

zaterdag 9 september 2017

De media obsessie met The Lady

Jarenlang stond Aung San Suu Kyi te boek als voorvechtster van democratie en mensenrechten. Anno 2017 is ze in de schijnwerpers als een politica met een besmet blazoen die haar vroegere principes heeft verkwanseld.
Het verhaal van onfeilbaar boegbeeld naar verguisde leider scoort. Ironisch genoeg plaatsten veel van de huidige critici Aung San Suu Kyi in het verleden op een voetstuk. Ook media speelden een grote rol om haar tot mythische proporties uit te laten groeien. De strijd tussen de fotogenieke oppositieleidster en de lompe generaals had zo'n aantrekkelijk The Beauty and The Beast gehalte dat berichtgeving over het labyrint aan spelers in de ingewikkelde etnische lappendeken vrijwel altijd bij voorbaat sneuvelde. Het hielp ook een handje dat Suu Kyi het morele gelijk overduidelijk aan haar zijde had, iets wat de Nobelprijs voor de Vrede in 1991 nog eens onderstreepte. Het woord icoon dook op en soms werd ze heilige genoemd. Het waren aanduidingen die ze verafschuwde.
Toen in de jaren van inktzwarte dictatuur een vrijer Myanmar nog een onmogelijk verre droom leek voorspelde ze: ”Dat gaat onze moeilijkste tijd worden.” Ze waarschuwde dat een democratisch gekozen regering na decennia van militair wanbeleid een failliete inboedel en een samenleving met diep wantrouwen tussen bevolkingsgroepen zou erven.
Ik moet vaak aan haar woorden denken nu die tijd is aangebroken.
Als Adviseur van Staat leidt ze een regering die uit nieuwkomers of omstreden oudgedienden bestaat, met een takenpakket waar bijna geen beginnen aan is. Er spelen minder fraaie eigenschappen op die tijdens haar moedige verzet tegen de junta nauwelijks aan de orde waren. Een autoritaire stijl van leiding geven, onvermogen om te delegeren, een overdosis koppigheid en onwil om te luisteren of kritiek te incasseren. Ook het tekort aan vers bloed en capabele adviseurs heeft ze deels aan zichzelf te danken. Om zich te weren tegen intriges, verraad en spionage verliet ze zich op een kleine achterban die haar onvoorwaardelijk trouw bleef. Nog steeds telt loyaliteit zwaarder dan competentie. Een kring van jaknikkers sluit degenen buiten die ze juist het hardst nodig heeft om zicht op de werkelijkheid te houden. De kritische houding van media en activisten wordt gezien als ondermijnend bij de enorme klus die haar regering in vijf jaar tijd moet zien te klaren. Uitleg over haar beleid krijgt de bevolking vrijwel niet meer.
Het leidde al meteen tot pittige discussies onder mijn Birmese vrienden toen Suu Kyi besloot in de hachelijke arena te stappen waar het leger dankzij een ondemocratische grondwet grote politieke macht heeft, en de totale controle over de ministeries van Defensie, Binnenlandse Zaken en Grensbewaking. Sommigen gaven haar gelijk dat ze pragmatisch de mouwen op wilde stropen, maar de meesten noemden het een fatale vergissing. Ze hadden liever gezien dat ze een leider van nationale eenheid was geworden die boven de partijen stond. Ze waarschuwden dat de ondemocratische setting die de militairen jarenlang bekokstoofden een dwangbuis zou blijken, of erger nog, een openstaande val. Vooral de spanningen in de westelijke Rakhine staat zouden Suu Kyi in een even onmogelijke als machteloze positie plaatsen en haar neergang inluiden. Ze lijken gelijk te krijgen.
Suu Kyi faalt in haar taak om op te komen voor alle inwoners van Myanmar en het geweld van militairen en Rakhine milities tegen burgers te veroordelen. Het weinige dat ze zegt - meestal spreekt namelijk een dubieuze woordvoerder afkomstig uit het ancien regime - klinkt behalve uitgeput en slecht geinformeerd, ook hardline en defensief, terwijl het land juist een boodschap van compassie met de slachtoffers, en van vrede en verzoening nodig heeft.
Zeer terecht nemen media haar de maat. Maar de aandacht voor The Lady is zo obsessief, dat degene die deze nietsontziende operatie tegen Rohingya militanten en burgers uit laat voeren buiten beeld blijft: legerleider generaal Min Aung Hlaing.
Ook de rest van de berichtgeving ademt voor een belangrijk deel hetzelfde simplisme als in de periode dat ze bewierookt werd, al is ze nu van Beauty Beast geworden. De gedurfde stap voor de aanstelling van een adviserende commissie onder leiding van Kofi Annan om de inwoners Rakhine staat meer welvaart en vrede te bieden, laat zien dat ze de situatie wel degelijk serieus nam. Vrijwel nergens is in media terug te vinden dat ze ervoor pleitte om voor de Rohingya bevolking noch de aanduiding Rohingya noch het denigrerende Bengali te gebruiken omdat beide olie op het vuur gooien.  Dat ze op 19 juli van dit jaar tijdens de belangrijkste herdenkingsdag van het land religieuze kopstukken van alle gezindten in haar huis ontving, was een cruciale boodschap aan de Birmese samenleving die vrijwel geen buitenlandse journalist oppikte. Via haar juridisch adviseur Ko Ni onderzocht ze hoe de grondwet aan te passen viel, maar ook dat is grotendeels vergeten, net als het feit dat hij die poging in januari van dit jaar met de dood moest bekopen. De moord op de constitutioneel expert -overigens een moslim- was ook een dreigement aan Aung San Suu Kyi om niet te zagen aan de poten van de militaire macht.
Zo veel media aandacht als er is voor Suu Kyi en haar falen, zo absurd weinig aandacht is er voor de complexiteit en achtergronden van het conflict in de Rakhine staat. Het straatarme en verwaarloosde gebied heeft een lange geschiedenis van strijd tussen boeddhistische koninkrijken en sultanaten. Migratiegolven eisen tot de dag van vandaag hun tol. De bevolkingssamenstelling wijzigde dramatisch toen onder de Britse overheersing tienduizenden koelies en landarbeiders uit India werden overgebracht. In de Tweede Wereldoorlog moordden moslim strijders enkele boeddhistische dorpen uit om aansluiting bij Pakistan af te dwingen. Tijdens de onafhankelijkheidsstrijd van Bangladesh in 1971 kwam een hoos van vluchtelingen naar West-Myanmar. Die turbulente historie speelt een grote rol in de percepties dat deze moslims separatisten zijn waarbij de naam Rohingya als politieke constructie dient, of indringers uit Bangladesh die de lokale bevolking gaan overvleugelen. Een groep fanatieke monniken jaagt de vijandigheid flink aan en ook een lokale nationalistische Rakhine partij injecteert het gif van intolerantie. Hun boodschap valt in een extra vruchtbare voedingsbodem omdat de etnische minderheid de Rakhine eveneens decennia lang onderdrukt werd door het militaire bewind - al staat dat in geen verhouding tot de vervolging die de Rohingya's ondervinden. Al jarenlang voelen de overwegend boeddhistische Rakhine zich zwaar miskend omdat er wel aandacht is voor de Rohingya's terwijl niemand wil zien hoe de Rakhine identiteit naar hun zeggen wordt bedreigd door zowel de oprukkende islam als door de Birmanisering (Birmanen zijn de etnische meerderheid). Ernstige conflicten over grond en drugs plus plannen voor economische megaprojecten, zetten de samenleving verder onder druk.
Inmiddels is Aung San Suu Kyi qua beeldvorming in dezelfde kwaadwillende categorie beland als de militairen die al decennia dood en verderf zaaien. De haat op social media is wereldwijd ontstellend. Reden te meer voor media om een zorgvuldig en breed narratief te bieden bij het diep tragische scenario dat zich in Myanmar ontvouwt.