Daar stonden ze dan opeens midden in Manhattan, de bejaarde moeder Khala en haar dochter Ward. Khala had wandelschoenen aan om de New Yorkse straten te lijf te gaan, maar verder was ze op en top een dame. Lippenstift die kleurde bij haar paarse vest, een ring uit Bagdad, een ander met een robijn uit Bangkok en bijpassende oorbellen. We lachten even om de herinnering hoe haar juwelen in een kist in haar tuin begraven lagen toen Bagdad in 2003 meedogenloos geplunderd werd. Een paar jaar later op de vlucht naar Jordanie, smokkelde ze rinkelend als een klokkenspel haar schatten op haar lichaam mee.
Ze was ouder en strammer en ook stiller dan toen ik in Bagdad bij haar woonde. Maar tijdens de boottocht rond Manhattan herkende ik haar oude humor toen ze over de gids die met genante grappen en nutteloze feiten ons uitzicht op de skyline overschreeuwde zei: “Het is net alsof ik weer op school zit.”
Toen ze een paar uur later aan mijn arm door een pikzwarte wijk in Brooklyn wandelde onderbrak een groepje jongeren hun drukke gesprek om te roepen dat ik maar goed op mijn geweldige moeder moest passen. Ook de buurman nam haar met waarderende blikken op terwijl ze trap naar onze flat opklom. 82 jaar was Khala en nog altijd straalde ze de gratie uit die vroeger menig hoofd in haar richting deed draaien.
dinsdag 5 oktober 2010
maandag 20 september 2010
De kunst van het vertellen
In dit tijdperk van verontrustend krappe mediabudgetten, een oververhitte informatiemachine die 24 uur per etmaal berichten uitspuugt en de terreur van infotainment zou je bijna vergeten hoe het moet: echte verhalen maken. Hier zijn er twee ter inspiratie van mijn dierbare collega Phillip Robertson.
http://philliprobertson.com/IRAQ/articles/victim/index.htm
http://dir.salon.com/story/news/feature/2004/05/01/arrested/
http://philliprobertson.com/IRAQ/articles/victim/index.htm
http://dir.salon.com/story/news/feature/2004/05/01/arrested/
dinsdag 7 september 2010
Birmese humor
Het was een Amsterdamse terrasavond, ontstolen aan de herfst. Vanwege de naderende verkiezingen in Birma vlogen de analyses en beschouwingen over de tafel “Wat houdt ons toch allemaal zo aan dat land gekluisterd?” vroeg een Britse journalist die al de bijbel over Birma op zijn naam had toen ik 18 jaar geleden voor het eerst met rebellen de jungle introk. Het was een goede vraag, maar ik wist het antwoord net zo min als hij. Daarom grapten we maar een beetje dat we hoogbejaard met rolstoel en al nog steeds niet uitgepraat zouden zijn over Birma.
Om redenen die er nu niet toe doen belandde ik jaren geleden op een politiebureau in Rangoon. Terwijl een agent moeizame pogingen deed op een verfrommeld kladblok mijn dossier aan te leggen, duwde een van de gevangenen in de cel zijn gezicht tegen de tralies en vroeg in statig Engels: “Can I help you madam?” Op mijn antwoord dat ik dat beter aan hem kon vragen begon hij smakelijk te lachen. Die gave tot humor in barre tijden, dat is bij nader inzien een van de dingen die mij aan Birma bindt.
Om redenen die er nu niet toe doen belandde ik jaren geleden op een politiebureau in Rangoon. Terwijl een agent moeizame pogingen deed op een verfrommeld kladblok mijn dossier aan te leggen, duwde een van de gevangenen in de cel zijn gezicht tegen de tralies en vroeg in statig Engels: “Can I help you madam?” Op mijn antwoord dat ik dat beter aan hem kon vragen begon hij smakelijk te lachen. Die gave tot humor in barre tijden, dat is bij nader inzien een van de dingen die mij aan Birma bindt.
vrijdag 3 september 2010
Een nieuwe pagina?
Huwelijksfoto van Khala in Bagdad 1957

“Through this remarkable chapter in the history of the United States and Iraq, we have met our responsibility. Now it is time to turn the page,” sprak president Obama een paar dagen geleden toen de gevechtstroepen zich terugtrokken uit Irak. Ik hoorde zijn speech en dacht aan Ward en haar moeder Khala die in Baltimore ongetwijfeld ook zaten te luisteren.
Net nadat het beeld van Saddam Hussein in april 2003 van zijn sokkel was getrokken kwam de hoogbejaarde Khala vanuit het buitenland terug naar haar geboortestad. Dat huzarenstukje was een familie-anekdote geworden en zelf vertelde ze die nog het liefst in de maanden dat ik bij haar logeerde om een boek te schrijven over het gezin en hun dagelijks leven in Bagdad.
Voor de oorlog hadden haar kinderen haar naar Abu Dhabi gestuurd. Ze vreesden dat Khala’s hart niet bestand zou zijn tegen de bommen. Maar zodra Khala daar op televisie had gezien hoe Amerikaanse troepen Bagdad binnentrokken, had ze met een gepakte koffer gezeten. Hoe ongewis de reis ook zou zijn, ze wilde naar huis. Als ze echt op dreef raakte deed ze nog weleens na hoe ze terugkwam in het holst van de nacht over de gevaarlijke weg van Amman naar Bagdad. Een rug als een bezemsteel, haar geld en juwelen in een buideltje op haar buik verborgen. In haar tas zat een kaartje met een tekst uit de Koran dat haar moest beschermen. De chauffeur had met haar te doen. “Ga toch slapen tante, ik let wel op,” zei hij. Maar Khala bleef alert. Ze had al twee nachten niet geslapen, die paar extra uur kon er ook nog wel bij.
Nu woont ze met haar dochter Ward als vluchteling in Baltimore, verjaagd door het gewelddadige en intelorante klimaat in het nieuwe Irak. Ook zij probeert die pagina waaraan Obama refereerde om te slaan. Dat maakte ik van dichtbij mee toen ik haar en Ward een jaar geleden bezocht in hun nieuwe bestaan in Amerika. Maar het lukt niet. Ze denkt nog elke dag aan Bagdad.

“Through this remarkable chapter in the history of the United States and Iraq, we have met our responsibility. Now it is time to turn the page,” sprak president Obama een paar dagen geleden toen de gevechtstroepen zich terugtrokken uit Irak. Ik hoorde zijn speech en dacht aan Ward en haar moeder Khala die in Baltimore ongetwijfeld ook zaten te luisteren.
Net nadat het beeld van Saddam Hussein in april 2003 van zijn sokkel was getrokken kwam de hoogbejaarde Khala vanuit het buitenland terug naar haar geboortestad. Dat huzarenstukje was een familie-anekdote geworden en zelf vertelde ze die nog het liefst in de maanden dat ik bij haar logeerde om een boek te schrijven over het gezin en hun dagelijks leven in Bagdad.
Voor de oorlog hadden haar kinderen haar naar Abu Dhabi gestuurd. Ze vreesden dat Khala’s hart niet bestand zou zijn tegen de bommen. Maar zodra Khala daar op televisie had gezien hoe Amerikaanse troepen Bagdad binnentrokken, had ze met een gepakte koffer gezeten. Hoe ongewis de reis ook zou zijn, ze wilde naar huis. Als ze echt op dreef raakte deed ze nog weleens na hoe ze terugkwam in het holst van de nacht over de gevaarlijke weg van Amman naar Bagdad. Een rug als een bezemsteel, haar geld en juwelen in een buideltje op haar buik verborgen. In haar tas zat een kaartje met een tekst uit de Koran dat haar moest beschermen. De chauffeur had met haar te doen. “Ga toch slapen tante, ik let wel op,” zei hij. Maar Khala bleef alert. Ze had al twee nachten niet geslapen, die paar extra uur kon er ook nog wel bij.
Nu woont ze met haar dochter Ward als vluchteling in Baltimore, verjaagd door het gewelddadige en intelorante klimaat in het nieuwe Irak. Ook zij probeert die pagina waaraan Obama refereerde om te slaan. Dat maakte ik van dichtbij mee toen ik haar en Ward een jaar geleden bezocht in hun nieuwe bestaan in Amerika. Maar het lukt niet. Ze denkt nog elke dag aan Bagdad.
vrijdag 20 augustus 2010
Levensloop
Terwijl de Amerikaanse gevechtseenheden zich als dieven in de nacht terugtrokken uit een nog altijd instabiel Irak, kwam er goed nieuws over Oost-Timor. “Peace is there,” zei de nieuwbakken ambassadeur over zijn land toen mijn twee collega’s en ik hem ter afsluiting van onze vakantie in Geneve troffen voor een kopje koffie. Nadat er ruim tien jaar geleden een einde kwam aan de Indonesische bezetting, maakte zijn land alle groeipijnen van een pasgeboren staat mee. Dat Timorezen onderling slaags raakten toen de gemeenschappelijke vijand eenmaal zijn biezen had gepakt, waren traumatische dieptepunten. Maar als de vlammen doofden, stak toch trots dat het gelukt was met de onafhankelijkheidsstrijd, de kop weer op. Net als de hoop dat het op den duur goed zou komen met het kleine weerbarstige eiland.
Voor mij heeft die hoop te maken met mensen als de diplomaat. Hij had zijn lange staart -destijds zijn handelsmerk als mensenrechtenactivist- afgeknipt, maar verder was hij geen spat veranderd. Al maakte hij nu deel uit van de macht, hij was zijn eigen integere en rebelse zelf en ook de humor en passie hadden hem niet verlaten.
Even haalden we herinneringen op aan zijn ongewisse verleden onder de Indonesische bezetting. Aan de houten picknicktafels van de smetteloze luchthaven in vreedzaam Zwitserland leken die gebeurtenissen onwerkelijker dan waar dan ook. Alles bij elkaar klonk zijn levensloop inmiddels als een boek.
Mijn collega die in die turbulente tijden ook op Oost-Timor was, en ik vinden dat de diplomaat over niet al te lange tijd maar president moet worden. Wij komen dan naar Oost-Timor op vakantie in een hutje aan de kust. Het is meteen ook een goede lokatie om dat boek over hem te schrijven.
Voor mij heeft die hoop te maken met mensen als de diplomaat. Hij had zijn lange staart -destijds zijn handelsmerk als mensenrechtenactivist- afgeknipt, maar verder was hij geen spat veranderd. Al maakte hij nu deel uit van de macht, hij was zijn eigen integere en rebelse zelf en ook de humor en passie hadden hem niet verlaten.
Even haalden we herinneringen op aan zijn ongewisse verleden onder de Indonesische bezetting. Aan de houten picknicktafels van de smetteloze luchthaven in vreedzaam Zwitserland leken die gebeurtenissen onwerkelijker dan waar dan ook. Alles bij elkaar klonk zijn levensloop inmiddels als een boek.
Mijn collega die in die turbulente tijden ook op Oost-Timor was, en ik vinden dat de diplomaat over niet al te lange tijd maar president moet worden. Wij komen dan naar Oost-Timor op vakantie in een hutje aan de kust. Het is meteen ook een goede lokatie om dat boek over hem te schrijven.
zaterdag 7 augustus 2010
Farts and Minds
Voor wie nog dacht dat het tij in Afghanistan ten goede aan het keren was, moeten de tienduizenden militaire dossiers die Wikileaks openbaar maakte, een schok geweest zijn. Al stamt het materiaal uit eerdere jaren, met de veiligheid gaat het ook vandaag de dag eerder slechter dan beter, en ook verder valt er weinig goeds te melden. Een Amerikaanse schrijfster en Afghanistan kenner die voor het eerst in haar carriere embedded was bij de troepen uit haar vaderland vond nog een andere reden waarom het maar niet wil lukken met COIN, de counterinsurgency strategie. De jeugdige Amerikaanse militairen die de ‘hearts and minds’ van Afghaanse burgers moeten winnen blijken tijdens vergaderingen in de dorpen regelmatig winden te laten in een poging op joviale wijze een band te smeden met hun gastheren. Volgens de Amerikaanse schrijfster is dat in de Afghaanse cultuur zo ongeveer het meest beschamende wat iemand kan doen. Wie niet in staat blijkt zijn onderste lichaamsdelen onder controle te houden wordt als man niet serieus genomen.
Je zou toch denken dat hun commandant ze de wind van voren geeft als dit gedrag vaker voorkomt.
Je zou toch denken dat hun commandant ze de wind van voren geeft als dit gedrag vaker voorkomt.
woensdag 28 juli 2010
Postzegel Uruzgan
Het is altijd weer even wennen die overstap van de ene wereld naar de andere. Maar het is na al die jaren van reizen wel een vertrouwde vorm van bevreemding, dus dat scheelt. Veel onbevattelijker is het om te merken hoe de meeste Nederlandse media aan de vooravond van het vertrek van de troepen het even tragische als complexe verhaal van Afghanistan reduceren tot postzegel Uruzgan. De vraag wat ons leger daar wel of niet of slechts ten dele heeft klaargespeeld is natuurlijk een legitieme, maar het lot van Afghanistan zal er niet van afhangen. En dat lot, daar was het bij de Nederlandse inzet naar verluidt toch allemaal om begonnen?
zaterdag 17 juli 2010
Afscheid
Najib was in een bespiegelende bui. “Het leven is een gok. Soms gok je goed, soms gok je fout,” zei hij. Misschien kwam zijn stemming door mijn verhaal over de stervende Afghaanse militairen die ik zojuist in het ziekenhuis had gezien. Een vader die in het hospitaal werkte had min of meer bij toeval in het levenloze lichaam dat alleen nog dankzij een beademingsapparaat op deze wereld werd gehouden, zijn zoon ontdekt. Misschien kwam het door de passagier die met ruzie uit een taxi naast ons stapte. Terwijl hij aan zijn mouwloze vest rukte schreeuwde hij : “Meer geld heb ik niet. Moet ik je soms mijn kleren geven?” Het schokte Najib dat de taxichauffeur na die woorden geen mededogen toonde. Misschien kwam het ook door het naderende afscheid en ons gesprek over wat 4,5 maand in zijn land mij aan impressies opgeleverd had. De meesten waren grimmig. Heel grimmig zelfs.
Ondertussen bloeiden de zonnebloemen bij mijn tijdelijke thuis alsof Afghanistan niets dan goeds te wachten stond.
Ondertussen bloeiden de zonnebloemen bij mijn tijdelijke thuis alsof Afghanistan niets dan goeds te wachten stond.
donderdag 15 juli 2010
Visvangst
Een dag tevoren hadden de Afghaanse militairen met wie ik op pad was een minibus met explosieven onderschept. Na al dat harde werken was het tijd me hun favoriete plek te laten zien vonden ze. Een meer van wazig smaragd waar ze op Afghaanse wijze vissen vingen. "Ik ben verliefd op mijn land," zei een van hen terwijl de kogels van een M 16 geweer in het roerloze water knalden.
vrijdag 9 juli 2010
Punctuele Taliban
De Taliban commandant en zijn collega waren stipte types. Exact op het afgesproken tijdstip kwamen ze op hun brommer aangetuft. Het voorgeprogrammeerde verhaal dat ze vertelden was bekend: ze wilden een islamitische staat en de belangrijkste reden waarom ze vochten waren de buitenlandse infidels. Veelzeggender vond ik hun houding en de lokatie voor de ontmoeting. Ze zaten er zelfverzekerd bij in het lemen huis langs een zandpad een paar kilometer ten westen van de provinciehoofdstad Lashkar Gah. Zo klein is dus het gebied dat de overheid en de buitenlandse troepen ondanks een groot offensief eerder dit jaar enigszins onder controle hebben.
Toen het tweetal weer op hun bromfiets stapte, dacht ik aan het adagium van Kissinger uit de Vietnam oorlog: "A guerilla wins if he does not lose."
Toen het tweetal weer op hun bromfiets stapte, dacht ik aan het adagium van Kissinger uit de Vietnam oorlog: "A guerilla wins if he does not lose."
Abonneren op:
Posts (Atom)
