zaterdag 8 januari 2011

Ahmad


Soms maakt een boek onverwacht pijnlijke herinneringen los. Dat overkwam mij bij het lezen van het indrukwekkende Peace Meals van verslaggeefster Anna Badkhen over haar reizen door conflictgebieden. Net als zij had ik in het voorjaar 2003 gewerkt met de Kurdische collega Ahmad. Net als zij had ik genoten van de dolma’s die zijn familie ons met gulle gastvrijheid voorschotelde. Net als zij hoorde ik pas dat hij vermoord was toen ik maanden later weer veilig en wel thuis zat.
Nadat we in Noord-Irak een paar dagen hadden samengewerkt was Ahmad tolk geworden voor journalisten die hem voor veel langere tijd een baan aanboden. Hij keerde terug naar Mosul zodra het bewind van Saddam gevallen was. Ik reisde door naar Bagdad.
Ons contact verwaterde tot een sporadische e-mail of informatie die via via liep. De stilte die erop volgde nam ik voor kennisgeving aan. Zoals die dingen soms gaan tussen mensen wier wegen elkaar een kort moment gekruist hebben. In de wetenschap dat zijn zwijgen voorgoed was, vond ik die gang van zaken extra onbevredigend.
Ahmad werd vermoord in zijn woonplaats Mosul waar hij een tijdschrift uitgaf. Volgens de eerste berichten van zijn familie was de aanslag gepleegd door extremisten die zijn kritische houding en open geest niet op prijs stelden.
Ahmad was een zachtmoedige man, maar hij was voorstander van de oorlog. We hadden er soms discussies over. Als dissident had hij jaren in de gevangenis doorgebracht. Hij kende de wreedheid van het bewind als geen ander. Het kon daarna alleen maar beter worden, vond hij. Ik had daar mijn twijfels over. Lang duurden die gesprekken niet. Ik hield al snel mijn mond, omdat ik zijn standpunt begreep en hem die hoop op een nieuw Irak zo van harte gunde.
“Death comes to us all sooner or later, after all. Living is the trick,” schreef een vriend die al veel collega's in conflictgebieden kwijtraakte. Ahmad wist hoe hij moest leven, maar hij kreeg er in het nieuwe Irak de kans niet voor.