zondag 19 september 2010

Katten en cocktails in Bagdad

Het vertellen van de waarheid mag dan ons vak zijn, tegen het thuisfront liegen we er op los als het zo uitkomt. Degenen die min of meer gestationeerd waren in Bagdad bleken er het best in. Zoals mijn Amerikaanse vriend Phillip die in de beruchtste wijken van de hoofdstad zijn verhalen haalde. “Ik zit met een vriendin een cocktail te drinken aan het zwembad,” hoorde ik hem zeggen. Hij verhief zijn stem en drukte de telefoon tegen zijn borst om een over ronkende helikopter weg te censureren. “En er loopt net een kleine zwarte kat voorbij,” vervolgde hij zodra de rust in de lucht was weergekeerd. Hij legde me uit dat zijn moeder daarmee helemaal was gerustgesteld. Cocktails en katten zijn voor haar de ultieme indicaties van normaliteit. Toen hij in Afghanistan werkte was ze zo bezorgd dat ze in haar haast om de telefoon op te pakken tegen een kastje opliep en een rib brak. Dat wil hij haar niet nog een keer aandoen.
Een andere collega belde naar huis om te zeggen dat hij zich niet zo lekker voelde en daarom verstek liet gaan op het wekelijkse etentje. Hij kuchte overtuigend in de telefoon. Toen hij terug in Londen meldde dat hij beter was, werd hij onmiddellijk ontmaskerd. Zijn moeder had de gevechten rond de stad op televisie gezien en daarmee ook haar zoon die rondrende met zijn camera.
Overigens bestond dat thuisfront vooral uit moeders, want partners hadden degenen die langdurig in Irak verbleven meestal niet meer. We noemden het onder elkaar de ‘Baghdad Touchdown Call’. Nog maar nauwelijks hadden de wielen de landingsbaan van de Iraakse hoofdstad geraakt, of het telefoontje kwam dat de liefde over was.
Mijn moeder huldigde het motto: geen nieuws is goed nieuws. Een van de weinige keren dat ze belde, was ik net opgepakt door milities. “Alles is prima, maar ik ben even heel druk bezig. Ik bel je straks wel,” loog ik terwijl opgefokte types me in een auto duwden.
Thuis vroeg ik wat ze doet als ze zich zorgen maakt. Het bleek dat ze met de auto een stukje gaat rijden. Toen was het mijn beurt om ongerust te worden. Ze reed alleen op de zandweg, zei ze. Ik hoopte maar dat dat waar was.