zaterdag 10 juli 2010

Militaire vragen

Toen ik in mijn burgerkloffie zonder helm en scherfvest de ISAF basis van Lashkar Gah binnenliep, voelde ik me een wezen van een andere planeet. Een wirwar van afkortingen vloog me om de oren. De vertrouwde kaart van Afghanistan veranderde in een onbekende plattegrond van legerkampen als Bastion en Robinson, genoemd naar een Britse militair die was omgekomen. Er was ook een basis die Leatherneck heette. Bij die naam kon ik me gezien de meedogenloze zon wel iets voorstellen, maar later hoorde ik dat het vooral te maken had met de zware bepakking die de Amerikaanse mariniers meezeulden. Ik wilde weten wie die namen zoal bedacht, maar dat kon niemand me vertellen.
Het merkwaardige was dat de mannen met wie ik zat te wachten op een helikopter die me van de internationale basis naar het Afghaanse leger zou brengen, mij als een soort deskundige beschouwden, toen bleek dat ik mijn tijd buiten het militaire apparaat doorbracht. Vrijwel allemaal hadden ze twee dezelfde vragen: “Wat denk je van de veiligheid?” En: “Boeken we vooruitgang?” Toen ik een Britse legerarts vroeg wat hij dacht dat er bereikt was zei hij: “De vooruitgang is dat onze technieken om de gewonden medische hulp te geven verbeterd zijn.” Na dat antwoord zaten we een tijdje zwijgend tegenover elkaar op de lege munitiekisten in de bloedhete tent.