zondag 11 juli 2010

Bij het Afghaanse leger

De hele dag was het verpletterend heet geweest in het Afghaanse legerkamp in Helmand. Nu bracht een briesje verkoeling en zo te horen beviel dat ook de krekels die zich ergens in het tuintje tussen de jonge amandelbomen en druivenranken verscholen. Melancholie hing in de schemerlucht. Aan een tafel vol frisse schijven watermeloen en glazen thee deelden de Afghaanse commandanten bij wie ik logeerde hun herinneringen. Dertig jaar vechten had zijn sporen nagelaten. De een was een fiks aantal kiezen en de punt van zijn tong kwijt. De ander dacht er nog vaak aan hoe een Russische mijn net nadat hij zich 28 jaar geleden had verloofd de linkerhelft van zijn lichaam tijdelijk had verlamd. Het waren verhalen die ze verzwegen voor hun familie en ze wilden niet dat hun zonen in het leger zouden gaan. Ver weg van het comfortabele hoofdkwartier in Kabul was oorlog niet iets heroisch of iets waar ze trots op waren. Het was gewoon iets waarvan ze wilden dat het ophield.