woensdag 16 juni 2010

De mullah en de Taliban gedichten

Zwetend in mijn burka ging ik bij de mullah op bezoek. De ommuurde tuin even buiten Kandahar was een paradijsje van stokrozen, geraniums en wijnranken. De kale rotsen die zijn huis omringden, kleurden roestbruin in de late middagzon. Met behoedzame gebaren schonk de mullah pepsi over het ijs in de ranke beschilderde glaasjes. Hij was een man die schoonheid apprecieerde, had mijn Afghaanse collega me al verteld. Toen zei hij met een lachje op zijn bebaarde gezicht: “Bel me op mijn mobiele telefoon.” Zodra de verbinding was gemaakt klonk als beltoon een gekwelde stem door de vredige omgeving. Het was een tekst van Abdul Aziz, een van de populairste dichters van de Taliban. “ Ik vrees niet voor het verlies van mijn leven of mijn huis. Ik ga een zelfmoordaanslag plegen en ik zal die taak met al mijn inzet uitvoeren.”
Terwijl hij de telefoon uitzette zei de mullah met overduidelijke passie in zijn stem: “Naar dat gedicht luister ik ieder etmaal.” Er zijn veel meer Kandahari's die net als hij verklaren dat het strookt met de principes van de islam om bezetters te vermoorden. Ook in de conservatieve Pashtuncultuur is het verdrijven van ongewenste vreemdelingen een heilige taak. “Het zijn emotionele teksten en ze motiveren ons om het land te verdedigen tegen buitenlanders,” legde de mullah de aantrekkingskracht van de Taliban poezie uit. Sommige gedichten gaan over de islam en over de liefde en ook die onderwerpen raakten een snaar bij de geestelijke. We zaten er aangenaam bij in de minikeukenhof en er was veel te vragen, maar de zon begon te dalen en de mullah moest zich voorbereiden op gebed. Op de valreep verwoordde hij nog het standpunt van de Taliban: “Zolang zich buitenlandse legers op ons grondgebied bevinden zal er in Afghanistan geen vrede zijn.”