zaterdag 27 maart 2010

Nachtleven

Terwijl een jonge vrouw met witblond haar en een zwarte spijkerbroek die op scheuren stond paaldanste zonder paal, kuste een Amerikaanse vrachtwagenchauffeur mijn hand ter kennismaking. De nacht was nog jong in Afghanistans enige nachtclub Martini. Zijn collega, een gedrongen Texaan met een baardje en een baseballpet riep boven de discodreun uit: “lrak en Afghanistan zijn mijn tweede thuis. Ik houd van gevaar.” Hij keek erbij alsof hij zojuist de lotto gewonnen had.
Vanwege de veiligheidsmaatregelen word je geacht je per email bij deze nieuwste hotspot aan te melden. In mijn geval was dat ergens misgegaan, maar toch mocht ik naar binnen. Vrouwelijke klanten zijn zeer welkom in de door mannen gedomineerde uitgaansscene. The odds are good, but the goods are odd, omschreef een vrouwelijke expat de situatie. Na zo’n drie kwartier sloeg ik dan ook op de vlucht.
Buiten werd mijn huisgenoot bijna omver gereden door een bedelaar zonder benen die met zijn zelfgemaakte karretje langs de bewakers bij de ingang in razende vaart op ons afkoerste.
Vanwege mijn reportage over de chaos, de wetteloosheid en het grote geld in Kabul was ik in de Martini club beland. Ik vond het maar een moeilijk te verteren onderwerp.